Honkbalploeg toont voldoende veerkracht

STOCKHOLM, 16 JULI. Bondsvoorzitter Henk den Duijn bleef het maar verkondigen. Ook bij een 2-0 achterstand in de zevende inning. “Deze honkbalploeg heeft genoeg veerkracht om Italië onder alle omstandigheden te verslaan”. Hij werd op zijn wenken bediend. In de gelijkmakende slagbeurt kwamen maar liefst elf Nederlanders aan slag. Na een serie honkslagen waaronder twee homeruns en een kapitale blunder van de Italiaanse tweede honkman Massimo Fochi stond het even later 7-2, tevens de eindstand. Het nationale team heeft nog maar één overwinning nodig om zich voor de veertiende keer in de honkbalgeschiedenis Europees kampioen te mogen noemen.

Den Duijn roemt vooral coach Jan Dick Leurs. “Die heeft van de ploeg weer een eenheid gemaakt”, zegt hij. “Na het debâcle van twee jaar geleden, waardoor we de Olympische Spelen in Barcelona zijn misgelopen, is er door de komst van Leurs een heel andere wind gaan waaien. Hij spreekt de taal van de spelers. Die gaan voor hem door het vuur. Hij weet ze zo te motiveren dat ze ook onder druk goed blijven spelen”.

Leurs verving op de heuvel de tegenvallende Bob van Aalen voor Lars Koehorst, die tijdens het World Port Tournament vorige week in Rotterdam nog werd uitgeroepen tot beste debuterende Nederlander. Koehorst nam de Italiaanse werper Fulvio Valle onmiddellijk onder vuur met een tweehonkslag. Die betekende de ommekeer in de tweede wedstrijd.

De Italiaanse titelhouder moet de drie volgende drie wedstrijden winnen. Enzo di Gesù, hoofdredacteur van het Italiaanse honkbalblad Tutto Baseball, zegt dat het beleid ten aanzien van de Italiaanse ploeg zwaar onder druk staat. De slechte resultaten van de Azzurri tijdens de strijd om de Intercontinentale Beker en het verval in Zweden moeten wel consequenties hebben. Vooral voor coach Silvano Ambrosioni. “Het feit dat onze landgenoot Aldo Notari is gekozen tot voorzitter van de Wereldbond, maar de Italiaanse ploeg geen aansprekend resultaat meer heeft geboekt, geeft heel veel spanning bij ons”, betoogt hij.

Silvano Ambrosioni probeert de mening van Di Gesù wat te relativeren. “Waar het om gaat is natuurlijk dat we over twee jaar in Haarlem de Europese titel pakken en we ons kwalificeren voor de Olympische Spelen in Atlanta. Het is niet leuk om te verliezen. Natuurlijk niet. Maar dit toernooi is toch niet anders dan een proeftuin voor over twee jaar. Daar doe je het allemaal voor. Onze ploeg is met een verjonging bezig. Dan kun je niet meteen presteren. Men zich bij ons goed realiseren dat het bouwen aan een nieuwe ploeg met vallen en opstaan gebeurt”, aldus Ambrosioni.

“Dat Nederland is wel in staat is jonge spelers te laten presteren. Het is verbazingwekkend om te zien dat jullie uit maar acht topploegen zoveel talent weten te halen. Wij hebben in de serie A al twaalf ploegen spelen en in B nog eens twaalf. Bovendien betalen de clubs zoveel voor spelers dat die zich wel twee keer bedenken om voor een hongerloontje in Amerika te gaan honkballen.”

“Ook voor mij”, zegt Jan Dick Leurs, “is het kwalificeren voor de Olympische Spelen in 1996 in Atlanta een hoofdzaak. Dat levert extra geld en sponsors op en dat kunnen we goed gebruiken. Atlanta is voor mij zelfs een einddoel. Ik zet er daarna een punt achter. Ik heb dan alles zo'n beetje meegemaakt. Maar het is goedkoop om te stellen dat je geen resultaat kunt boeken als je aan het bouwen bent. Wij zijn wel veel beter bezig met talent. Ons opleidingssysteem is beter. Elke keer staan die Italianen weer te kijken wat we nu weer uit de hoed toveren. Werper Patrick Klerx heeft ze deze tweede wedstrijd de das omgedaan door uiterst geconcentreerd en gemotiveerd te gooien. Dat is gewoon het geheim van de smid. De rest is allemaal geklets”.