Glas is nu groener in replica-ring rond SVB-gebouw

AMSTERDAM, 16 JULI. Niet spieken! In mijn tas zit een oude foto van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het grote witte "stoomschip' van architect Dirk Roosenburg op de hoek van de Amsterdamse Apollolaan. Ik kijk er even niet naar, want dit is een test: kan ik zonder te spieken het verschil zien tussen het oorspronkelijke gebouw en de replica die er sinds kort staat? Het gaat overigens niet om het hoofdgebouw, die hoekige witte toren die over de oprijlaan uitsteekt en op een rij strenge beelden van menselijke figuren steunt.

De verandering betreft de lage glazen ring om het gebouw heen, vroeger het archief van de SVB. Toen de bank er begin 1990 uit ging is het gebouw voor ruim 65 miljoen gulden gekocht door de Nederlandse projectontwikkelaar Groenhof & Partner en de Britse London & Edinburgh Trust Europe. Zij zagen er een toekomst voor weggelegd als representatief kantoorruimte, maar dan moest er wel een parkeergarage onder komen. Dat hield in dat de archiefring moest worden afgebroken en opnieuw worden opgebouwd tot nuttige kantoorruimte. Het liefst wilden ze het hoofdgebouw ook twee verdiepingen hoger maken, zoals in het oorspronkelijke ontwerp van Roosenburg was voorzien. Als architect werd Jan Abel van het Haagse bureau LIAG benaderd, de voortzetting van het bureau van Roosenburg.

Al snel kwamen de protesten tegen de plannen van de ontwikkelaars. Op aandrang van de deelraad Zuid en het Cuypers Genootschap werd de SVB in 1991 tot rijksmonument verklaard. Zowel landelijke als gemeentelijk Monumentenzorg maakten bezwaar tegen een replica van de ring. En de buurt was mordicus tegen verhoging van de toren uit vrees voor lange schaduwen. De protesten hebben voor een deel effect gesorteerd. Er zijn geen verdiepingen bovenop toegevoegd; wel is de ring weggehaald en teruggebouwd.

Is dat te zien? Ja. Het effect is vergelijkbaar met het schoonmaken van een smoezelige gevel: ineens stáát het er weer. Abel heeft zich veel moeite getroost om de replica zo waarheidsgetrouw mogelijk te maken. Zo zijn er negen verschillende kleuren gebruikt om de rand geglazuurde bakstenen die onder de glazen puien loopt, dezelfde blauwgrijze schakering als voorheen te geven. Renovatie en herbouw hebben dan ook veertig miljoen gulden gekost.

Maar wie het oude gebouw in het hoofd heeft zitten, ziet - ook zonder oude foto - wel verschillen. Om van het hoge archiefruimte kantoor te maken is er een verdieping in gebouwd; wel is die anderhalve meter teruggelegd en zit die alleen met een vier centimeter dikke stalen rand aan de gevel vast. Op last van de brandweer moesten er op de verdiepingen muren komen; ook die heeft Abel geprobeerd zo onopvallend mogelijk te maken, althans van buitenaf. Maar het opvallendste zijn de ronde glazen puien van de ring: ze zijn anders, donkerder. “Het glas is nu dubbel, dus groener,” legt Abel uit. “Voor het overige zijn precies dezelfde materialen toegepast als bij de bouw in de jaren dertig: glas, beton, staal. De raamprofielen zijn ook net zo dun als in het oorspronkelijke gebouw.”

Het bezwaar, dat een replica per definitie kitsch wordt, vindt Abel in dit geval onzin. “Bij renovatie van de ring had alleen het staalskelet kunnen blijven staan. Door de herbouw is het oorspronkelijke beeld behouden gebleven.” Wel vindt hij een replica alleen aanvaardbaar wanneer het met dezelfde materialen en technieken wordt gemaakt als het origineel. “Het breekpunt ligt ongeveer halverwege de negentiende eeuw, bij gietijzer. Als je dat gaat namaken, ja, dan wordt het nep.”