Gele-truidrager schenkt Rominger opnieuw etappezege; Kritiek op gulheid Indurain

ISOLA 2000, 16 JULI. In de eerste Alpenrit van woensdag gunde Miguel Indurain zijn grootste rivaal Tony Rominger de dagzege, gisteren deed de gele truidrager de Zwitser de etappe opnieuw cadeau. In de laatste meters voor de finish in Isola 2000, waar het superieure Tourduo simpel van de overgebleven concurrenten wegreed, hield Indurain de benen stil. Hij was uitgeteld, vertelde hij later, gesloopt door zijn kopwerk op de laatste vijf kilometer. Het klonk hoogst ongeloofwaardig. Veel aannemelijker was dat Indurain de in Monaco woonachtige Zwitser beloonde voor zijn hand- en spandiensten in de zware koninginnerit van de Franse ronde.

Twee dagen geleden kreeg Rominger daarvoor ernstige kritiek van Bernard Hinault. De vijfvoudige Tourwinnaar zei in de brievenrubriek van de organiserende sportkrant l'Equipe dat de Zwitser het Indurain wel erg gemakkelijk maakte. “Indurain lijkt wel op vakantie”, aldus Hinault. “Rominger en zijn ploeggenoten doen al het werk voor hem. Zonder hem maar één keer aan te vallen.” Gisteren was het niet anders. De “trein” van Clas jakkerde op kop, schudde de ene concurrent na de andere van zich af, maar gunde Indurain een comfortabele plaats in een eerste klas-coupé. De ontspannen rijdende Baskische superverdediger bleef in het wiel zitten, met uitzondering van de slotkilometers.

“Eén keer heb ik Indurain geattaqueerd”, wist Rominger later nog, “in de klim naar Isola 2000. Maar hij antwoordde zo makkelijk dat ik er wanhopig van werd.” Aan de streep haalde Rominger nog even uit naar Hinault. “Ik heb veel respect voor zijn prachtige loopbaan. Geef me zijn benen en ik zal Indurain op een andere manier aanpakken. Ik heb helaas mijn beperkingen”, aldus de bondgenoot van Indurain, die in de Alpen best een shirt van Banesto had kunnen aantrekken. Twee keer eerder was hij in de Tour van de partij, maar in een figurantenrol, omdat hij werd geplaagd door hooikoorts. Na zijn dertigste is hij van die allergie verlost en is hij in optima forma in la Grande Boucle teruggekeerd. Hij is ongetwijfeld een aanwinst. Jammer voor de Tour en het wielrennen dat hij gedwee genoegen neemt met de tweede plaats.

Om die positie te bereiken moet hij zich eerst nog ontdoen van Alvaro Mejia en Zenus Jaskula, die hem na Indurain in de algemene rangschikking voorgaan. Het Colombiaans-Poolse duo handhaafde zich op weg naar Isola 2000 ploeterend in de voorhoede, waar ook Claudio Chiappucci zich uiteindelijk bevond. Il Diavolo, woensdag zwaar teruggeworpen, zocht gisteren eerherstel. Het optreden van de Italiaanse knokker was grillig. Aanvankelijk hing hij aangeslagen in een achterblijfgroep, later kwam hij ijzersterk terug, tenslotte kreeg hij toch weer last van kleine inzinkingen.

Als er een prijs bestond voor de strijdlustigste renner, dan verdiende Robert Millar die de vijftiende juli. Hij soleerde op de Col de la Bonnette, een 2800 meter hoog monster, waar Frédérico Bahamontes, de adelaar van Toledo, in het begin van de jaren zestig triomfen vierde. In de afdaling werd de kleine Schot van het TVM-team ingelopen, maar enkele kilometers voor de meet had hij nog de kracht voor een nieuwe demarrage. Ook dat avontuur mislukte, tot zijn grote ontgoocheling. Er waren in Isola 2000 veel andere teleurgestelden. Erik Breukink, Gianni Bugno, die ver achterop raakten, maar ook een aantal uitvallers, van wie Laurent Fignon en groene truidrager Mario Cipollini de bekendsten waren.