Fiscus wordt veel strenger voor bedrijven

DEN HAAG, 16 JULI. Het kabinet wil aan Nederlandse bedrijven die vanuit een belastingparadijs opereren, de fiscale voordelen ontnemen. Ook wordt de fiscus strenger voor bedrijven die belastingvrijstelling genieten omdat ze al in het buitenland belastingplichtig zijn.

Dat blijkt uit een concept-wetsvoorstel van staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) dat de ministerraad vandaag heeft goedgekeurd.

Het bedrijfsleven meent dat het kabinet op deze manier het fiscale klimaat in Nederland verslechtert.

Op dit moment hoeft een Nederlands bedrijf geen belasting te betalen wanneer dit al in een ander land - dus ook een belastingparadijs - is gebeurd. Dit wordt de deelnemingsvrijstelling genoemd. De voorwaarden en de controle worden aangescherpt. Bedrijven moeten volgens de nieuwe norm ook daadwerkelijk belasting in andere landen betalen om in Nederland te worden vrijgesteld. In sommige landen zijn bedrijven weliswaar onderworpen aan de belastingplicht, maar hoeft geen belasting te worden betaald.

Een van de fiscale bijzonderheden die Nederland aantrekkelijk maken voor buitenlandse investeerders en moedermaatschappijen ("holdings') is de deelnemingsvrijstelling die een belastingvrijstelling biedt over winsten die bij buitenlandse dochtermaatschappijen zijn gemaakt. Als enige voorwaarde geldt dat in het buitenland overeenkomstig de geldende wetgeving belasting is betaald. Een betaling van slechts enkele procenten is al voldoende om hier vrijstelling te krijgen. Dat percentage wordt nu op minimaal vijftien gesteld.

Het belangrijkste effect voor het Nederlandse bedrijfsleven is het afsnijden van de mogelijkheid van belastingbesparing via Belgische Coördinatiecentra. Vrijwel alle grote Nederlandse bedrijven werken via een in het concern opgenomen coördinatiecentrum dat grote en laagbelaste winsten maakt met interne concernfinanciering. Sommige beursfondsen zouden dit voordeel alleen door een zetelverplaatsing naar België nog kunnen redden. Wat de internationale fiscale wereld vooral verontrust, is dat Nederland het principe van de algehele deelnemingsvrijstelling nu verlaat. Men is bang dat het nu voor de overheid verleidelijk wordt in latere jaren verdere verscherpingen door te voeren.

Ook de aftrek van de betaling van rente en royalties aan concernmaatschappijen in zogeheten tax-havens wordt beperkt. Hoeveel er mag worden afgetrokken is afhankelijk van de in Nederland gemaakte winst. Zo wil Financiën voorkomen dat er in Nederland geen te belasten winst overblijft, omdat alle winst is gebruikt om rente te betalen aan bijvoorbeeld een Antilliaanse concernmaatschappij. Die betaalt over de winst weinig belasting en sluist vervolgens via de deelnemingsvrijstelling de winst belastingvrij door naar Nederland.

Pag.12: Mogelijkheden overnames beperkt

Die betaalt over de winst weinig belasting en sluist vervolgens via de deelnemingsvrijstelling de winst belastingvrij door naar Nederland. Deze maatregel beperkt de overnamemogelijkheid van Nederlandse bedrijven door buitenlanders. Nu is het nog mogelijk de structuur zo te maken dat de rentelasten van de overname ten laste van de overgenomen Nederlandse maatschappij komen en dus voor een belangrijk deel op de Nederlandse fiscus worden afgewenteld.

De staatssecretaris wil een bepaling schrappen die een eind moet maken aan de mogelijkheid dat Nederlandse BV's en NV's werken onder een buitenlandse, bijvoorbeeld in de Antillen wonende directie. Zo'n BV had fiscaal gezien een dubbele vestigingsplaats, wat tal van mogelijkheden voor belastingontwijking oplevert.

De wijzigingen zoals die nu worden voorgesteld, vloeien voort uit een plan dat staatssecretaris Van Amelsvoort al had toen hij Kamerlid was. Ze hebben lange tijd in de ijskast gestaan om de onderhandelingen over het belastingverdrag net de Verenigde Staten niet te compliceren. Nu dienen ze om belastingontwijking door Nederlandse multinationals moeilijker te maken. tegelijkertijd wordt Nederland minder aantrekkelijk als vestigingsplaats voor buitenlandse concerns die ook van die mogelijkheden voor belastingbesparing willen profiteren. De Verenigde Staten hebben aan de ondertekening van het redelijk gunstige belastingverdrag met Nederland een voorwaarde verbonden.

Bedrijven die niets met Nederland te maken hebben en die via een brievenbusmaatschappij in ons land profiteren van onze gunstige belastingregels, mogen niet langer ook nog eens van de gunstige bepalingen uit het verdrag met de Verenigde Staten profiteren. De staatssecretaris heeft dat tijdens de onderhandelingen toegezegd. De nu gepresenteerde plannen vormen een uitwerking van zowel deze toezegging als de eigen plannen die hij als Kamerlid heeft gepresenteerd. De belastingadvieswereld vreest evenwel dat de bewindsman het kind met het badwater weggooit door voor bedrijven die zich in Europa willen vestigen de fiscale concurrentiepositie van Nederland aan te lasten.