Concertzender voortaan landelijk te beluisteren

De Concertzender is te ontvangen via het kabelnet of via een satellietschotel. De frequentie verschilt per regio.

AMSTERDAM, 16 JULI. “Het radiosignaal dat we met onze schotel aan de PanAm Satelliet II doorstralen, is te ontvangen van de westkust van de Verenigde Staten tot diep in Polen.” In de stem van directeur Aad van Nieuwkerk klinkt trots en verwondering over het enorme gebied dat de Concertzender Nederland theoretisch bestrijkt. In de praktijk zijn de programma's behalve in Amsterdam en omstreken sinds enkele weken via de kabel te ontvangen in Amersfoort, Groningen, Haarlem, Hilversum en Rotterdam. De vergunning om landelijk uit te mogen zenden kreeg de Concertzender Nederland op 1 juni toen het aantal aansluitingen de 1,5 miljoen overschreed. Van Nieuwkerk rekent voor dat daar tegen het einde van het jaar nog twee miljoen aansluitingen bij zullen komen.

De programma's die de nieuwe landelijke zender vanuit een studiootje in de Amsterdamse Beurs van Berlage uitzendt, zijn geënt op de formule die de Concertzender Amsterdam in de afgelopen tien jaar hanteerde. Uit de mer à boire van serieuze muziek (behalve klassieke muziek ook jazz en wereldmuziek) stellen zo'n honderd vrijwilligers een thematisch geordende selectie samen van doorgaans minder gangbaar repertoire.

Zo is er vandaag naast een uitgebreide jazzprogrammering aandacht voor muziek van Milhaud en Strawinsky uit de periode 1926/1927, de Franse componist Charles Koechlin en de kamermuziek van Erwin Schulhoff. Ontevredenheid met het babbelzieke Hilversum 4 leidde tien jaar geleden tot een vrijwel totaal spreekverbod en de strikte eis dat werken in hun geheel worden uitgezonden.

De Concertzender Nederland maakte handig gebruik van de ruimte die de Mediawet sinds juli vorig jaar biedt aan commerciële initiatieven. Het Centrum Nederlandse Muziek en de RABO Bank bleken bereid als sponsors op te treden, waardoor de zender nu over zo'n 1 miljoen gulden per jaar kan beschikken. Van dat geld werd onder meer een nieuwe studio ingericht die door minister Hedy d'Ancona van WVC in gebruik werd genomen. Voor de verspreiding van de programmagegevens werkt men aan een nieuw tijdschrift met redactionele toelichtingen en informatie over de programma's van buitenlandse klassieke zenders als WDR3, BRT3 en BBC3. Radio 4 ontbreekt, omdat de gegevens beschermd zijn.

Van Nieuwkerk is niet bang dat het grotere bereik van de Concertzender op den duur zal leiden tot een knieval voor de commercie, al sluit hij niet uit dat we redactionele aandacht zullen schenken aan cd's van een platenmaatschappij die in ons programmablad adverteert. . “Voorop staat dat we een kwaliteitszender willen zijn. We maken onze programma's op grond van onze eigen artistieke criteria. Daarbij leggen we het accent op de 'niet-commerciële' muziek, zelfs als we weten dat daar maar een klein publiek voor is.”

Ook Carole Muizelaar, zendercoördinator van Radio 4, zegt de Concertzender Nederland niet te beschouwen als een echte commerciële zender: “Je kunt je afvragen of een winstgevende klassieke zender überhaupt mogelijk is. Ervaringen in het buitenland wijzen uit dat het niet eenvoudig is, omdat luisteraars naar klassieke muziek niet erg gesteld zijn op reclame.” Op de vraag of de Concertzender Nederland een bedreiging vormt voor Radio 4 reageert Muizelaar laconiek. “Dat moet nog blijken. Er zijn nog geen luistercijfers, maar we beschouwen de Concertzender als een serieuze klassieke zender. Radio 4 beschikt over meer middelen, zowel personeel als financiëel en die zullen we goed moeten gebruiken.”

Muizelaar benadrukt dat de Concertzender vanaf de oprichting te horen was in het verspreidingsgebied Amsterdam en omstreken en dat de luisteraars rondom Amsterdam niet dezelfde zijn als in de rest van het land. “Luisteraars buiten de Randstad willen zich ook graag herkennen in de programma's en daar houden we rekening mee in de programmering van Radio 4. Mensen vinden het heel prettig als er ook eens een concert in Groningen wordt opgenomen. Daar zal ook de Concertzender rekening mee moeten houden.”

De programma's van de Concertzender vragen om een aandachtige luisterhouding. Door het ontbreken van gesproken toelichtingen moet de luisteraar zelf op zoek naar de muziekhistorische samenhang tussen de uitgezonden werken. Maar is dat inderdaad de manier waarop mensen tegenwoordig naar klassieke muziek op de radio luisteren? Ligt het niet voor de hand dat de werkelijk genteresseerden liever naar een concert gaan of een eigen keuze maken uit hun cd-verzameling?

Ook directeur Jan Wolff van Muziekcentrum De IJsbreker in Amsterdam heeft, als een van de oprichters van de Concertzender, zijn twijfels. Hij memoreert dat de zender ooit werd opgezet door musici die haar zagen als een verlengstuk van de concertzaal. De laatste jaren heeft hij echter een fundamenteel verschil ontdekt tussen het luisteren in een concertzaal en naar de radio. Wolff: “Radio heeft een verdovend effect. Het apparaat staat zacht. Het wakkert het herkennend luisteren aan en brengt geen vernieuwing.”