Beursconflict ABN Amro over aandelen familie Heijn

AMSTERDAM, 16 JULI. De verkoop van 3,8 miljoen aandelen van de familie Heijn is inzet geworden van een curieus conflict tussen ABN Amro en de Amsterdamse effectenbeurs. De bank, met afstand het belangrijkse beurslid, wil niet openbaar maken welke prijs zij heeft betaald voor 3,8 miljoen aandelen van de familie Heijn, hoewel zij daar volgens de beursreglementen toe is verplicht.

Via een summiere mededeling in de Officiële Prijscourant werd vorig week dinsdag meegedeeld dat ABN Amro op 1 juli het pakket van 6,8 procent in Ahold tegen 94,50 gulden aan meerdere institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) had doorgeplaatst. De koers van Ahold opende na deze - reglementair toegestane - "vertraagde rapportage' van de verkoop (totale waarde: circa 360 miljoen gulden) enkele guldens lager. Toen ABN Amro niet volgens de regels bekend maakte tegen welke prijs het pakket van de familie was gekocht, stuurde de commissaris voor de notering A. Vastenhouw een brief naar de bank waarin om opheldering werd gevraagd. Een antwoord van de bank bleef echter uit, waarna Vastenhouw de zaak overdroeg aan het dagelijks bestuur van de beurs om maatregelen tegen ABN Amro te nemen.

Een van de drie leden van het dagelijks bestuur is ABN Amro-bestuurder drs. Th.A.J. Meys, die onder meer de beursactiviteiten van de bank in zijn portefeuille heeft. Meys moet nu maatregelen tegen zichzelf gaan nemen. Een woordvoerster van ABN Amro zei vanmorgen dat de bank “helemaal geen commentaar geeft” op deze zaak.

Niet bekend

De beurs wil marktaandeel terugwinnen van de Londense effectenbeurs, waar Nederlandse banken en instituten veel minder gestoord door publikatiereglementen hun transacties kunnen afhandelen. Zo werd enkele jaren geleden via Londen een belang van Elsevier in Wolters Kluwer in alle geheim verkocht, een transactie waarvan beleggers in Amsterdam pas dagen later gewaar werden.