Belangstelling voor cruciale verkiezingen opvallend matig; Hata-san strijdt voor nieuw Japan

TOKIO, 16 JULI. "Hata-san, Hata-san' gillen de studenten, en drukken lachend en opgewonden hun neus tegen het raam om maar niets van de plotseling opduikende lijsttrekker te missen. De shinkansen "Kodoma 423' van Tokio naar Osaka is net gestopt in het stadje Mishima, waar Tsutomu Hata voor het station met hese stem een verkiezingstoespraak heeft gehouden, handen geschud, baby's geknuffeld. Hata-san (meneer Hata), gevolgd door cameraploegen en fotografen, stapt in en de studenten in de andere wagon gaan netjes weer op hun plaats zitten. Ze zijn hem al vergeten. Vrolijk roddelen ze verder over hun professoren.

Twee uur later en 150 kilometer verderop, in het protserige Grand Hotel Hamamatsu, houdt Hata zijn persconferentie ten overstaan van de wereldmedia - die zijn blijven hangen na de wereldtop van de G-7. Overal tonen aanplakbiljetten hem met gebalde rechtervuist ter hoogte van zijn middel, mouwen van zijn jasje opgestroopt ten teken van energie. Van een atmosfeer voor verandering rept hij, minutenlang, zijn aangetaste stem kracht bijzettend bij de vraag over corruptie. Hij spreekt vloeiend, hij is innemend, hij heeft een ongekunstelde mimiek, is bijna grappig. Die avond beeft het noorden van Japan.

De campagne voor de landelijke verkiezingen kent al dagenlang een onwerkelijke paradox. Er staat veel op het spel, de inzet is hoog: de omverwerping van het éénpartij-regime van de LDP. Toch is de belangstelling van de kiezers opvallend matig, alsof ze nog steeds niet kunnen geloven dat voor de regerende Liberaal-Democratische Partij, vorige maand door Hata en de zijnen ten val gebracht, echt een alternatief bestaat, voor het eerst in 38 jaar.

Een dag later, wanneer het hoge dodental en aantal vermisten van de aardbeving nog onbekend is, staan de wereldmedia in Omiya, een voorstad van Tokio. Hosokawa spreekt hier, de leider van de andere vernieuwingspartij die het kortgeleden zo goed deed bij de gemeenteraadsverkiezingen van Tokio - ook voor het station. Staande op een bestelauto, in de dunne motregen, trekt hij vooral de aandacht van de wachtende buspassagiers, die overigens nog meer aandacht hebben voor de vele buitenlandse televisieploegen. “Uit welk land komt u”, vraagt een jongen. “Oranda”, glundert hij tegen zijn vriend. Aan- en afrijdende stadsbussen ontnemen telkens het zicht op de lijsttrekker. Dat belooft weinig goeds voor de grote politieke strategie straks. Een matig applausje volgt wanneer hij is uitgesproken.

Geen belangstelling? Is de kiezer het spuugzat? Is hem te vaak iets op de mouw gespeld? Welnee, zegt de campagneleider in Hamamatsu - grijs haar, grijs pak, heersersgezicht. De vernieuwingspartijen zullen zondag veel stemmen trekken, weet hij alvast. “Zoals Hata zegt: Japan zal worden herboren uit de verdwijnende duisternis.”

In een houten noodgebouwtje in een buitenwijk van Hamamatsu (1,5 miljoen inwoners) aan een drukke weg met alleen maar auto's en waar op de trottoirs geen voetganger is te bekennen, met acht nood-wc's, legt de campagneleider omstandig uit dat de kandidaat van de partij van Hata in dit kiesdistrict het verkiezingsgeld helemaal legaal heeft ontvangen: 28 miljoen yen (445.000 gulden). “Tien keer zo weinig als toen meneer Hiroshi Kumagai nog kandidaat hier was voor de LDP.” Trots: “Wij zijn hier al begonnen met de politieke hervorming.”

Kumagai-san hangt op een groot affiche als een Mao aan de muur, een stralende zon boven een paars pak. Zelf is hij druk op campagne. Aan de wand ook een Shinto-altaartje, vast om de goden zondag gunstig te stemmen. Mannen van middelbare leeftijd met verweerde koppen luisteren mee. Boeren uit de buurt, die altijd LDP stemden, maar nu voor de partij van Hata kiezen omdat ze hun kandidaat, die hier zoveel voor hen doet, trouw willen blijven. “Zo is het”, beaamt een boer. Even verderop aan de weg staat het noodgebouw van de vijand, wel twee keer zo groot en met bijna twee keer zoveel nood-wc's.

In de straten van Tokio voert een paar dagen later het populairste trio van de LDP campagne, hoewel het pas voor de tweede keer is dat het trio in de buitenlucht optreedt, eerder was dat in Osaka. Met zijn Al Pacino-uiterlijk moet Ryutaro Hashimoto, de voorganger van Hata op Financiën, vele vrouwenharten sneller doen slaan. Hata, ook op campagne in de straten van Tokio, noemt hen spottend een “huwelijk uit het geweer”.

De andere twee zijn Yohei Kono, eerste kabinetssecretaris en tevens allerrijkste lid van het demissionaire kabinet, en Shintaro Ishihara, co-auteur van het reactionaire schotschrift "Japan Dat Nee Kan Zeggen', dat hij samen schreef met Sony-topman Akio Morita. De laatste trok later schielijk zijn bijdrage in, na de storm van kritiek die opstak in Amerika.

Fel halen zij op deze warme zomermiddag achtereenvolgens in Shibuya, Shinjuku en Ikebukuro, drie uiterst drukke winkel- en uitgaanswijken van Tokio, uit naar de verraders van de partij van Hata. Ook de socialisten krijgen er stevig van langs. Via sterke luidsprekers proberen zij het massale en overwegend jonge publiek te herinneren aan de Osse Wals, de vertragingstactiek van de socialisten toen de wet op de troepenzendingen naar VN-vredesmissies in het parlement werd behandeld. Maar de meesten lopen door, de meesten willen geen oude koeien uit de sloot, de meesten willen amusement en nieuwe spullen.

Voor de vele buitenlandse journalisten in Japan weigert de top van de LDP al dagenlang een persconferentie te geven, zoals deze week Hata in de stad Hamamatsu en Hosokawa in een benauwd bovenzaaltje in de voorstad Omiya van Tokio, alsof ze willen onderstrepen dat ze zijn aangeslagen, tegen kritische vragen niet bestand. Liever treden de heren gouvernementeel voor televisie-stations op, en top-dames van de LDP zie je zelden.

Tegenover de krant Asahi Shimbun, in zijn kolommen altijd plaats inruimend voor een dagelijkse portie anti-LDP, klagen deze week kleine ondernemers in een zuidelijke, afgelegen wijk van Tokio, onder het drukke lawaai van het Haneda-vliegveld, over de verkeerde prioriteiten van de politici. “Politieke hervormingen verschaffen ons geen dagelijks brood”, zegt een van hen.

Hij vraagt zich af waar de biljoenen gebleven zijn die de LDP-regering stopte in de economie. Ze zijn toeleveranciers van grote bedrijven, die hun het mes op de keel zetten met afgedwongen, grove prijsverlagingen. “Waar is al het geld gebleven”, vraagt een ander aan de verslaggever van de Asahi Shimbun. Een derde weet het: in nutteloze bouwprojecten. Ze zijn pessimistisch. Ze zien geen herstel van de economie. En de straatjes waar ze met hun kleine bedrijfjes zijn gevestigd zijn te smal voor de grote campagne-auto's van de politici.

Sommigen hebben, om het hoofd boven water te houden, de levensverzekering moeten opzeggen, vertellen ze de krant. Dat neemt niet weg dat ze zondag, net als de boeren van Hamamatsu, op de plaatselijke kandidaat gaan stemmen die hen altijd heeft geholpen en die belooft dat straks weer te doen. En hun kandidaat in dit kiesdistrict van Tokio is van de LDP.