ABN Amro: voorrang voor expansie in Europa; Opzet "tweede thuismarkt' volgens topman P. Kalff cruciaal

AMSTERDAM, 16 JULI. Ruim 1100 kleine onafhankelijke bankjes zijn er nog, in de Amerikaanse staat Illinois. Maar na de vorige week bekendgemaakte overname van Cragin voor een bedrag van 500 miljoen dollar (1 miljard gulden) zal ABN Amro voortaan de verleiding weerstaan om het aandeel in de bankenmarkt van Illinois nog verder uit te breiden. Met de overnamestrategie, waarbij sinds 1979 de Amerikaanse banken LaSalle, Lisle, Lane Financial, Exchange Bankcorp, Talman en nu Cragin zijn ingelijfd, investeerde ABN Amro in totaal 1,6 miljard dollar in Illinois. De staat en zijn hoofdstad Chicago ontliepen in die periode de zwaarste klappen van twee recessies en ontsnapten grotendeels aan de vastgoedcrisis die achtereenvolgens het zuiden, het oosten en het westen van de VS teisterde.

Samen met de in New York gevestigde European American Bank en een tiental Amerikaanse filialen, maken de activiteiten in de VS per eind 1992 15 procent uit van ABN Amro's balanstotaal en zorgen voor 20 procent van de bruto-winst.

Voor bestuurslid mr. P.J. Kalff, sinds negen jaar verantwoordelijk voor de buitenlandse strategie van ABN en daarna ABN Amro, is met de aankoop van Cragin een eind gekomen aan de snelle expansie in de VS. “Dat we Cragin toch nog hebben gekocht, kwam omdat het een buitenkans was. Maar de internationale spreiding noodzaakt nu het uitbouwen van de activiteiten in Europa en wellicht ook in Azië.” Verdere uitbreiding in de Verenigde Staten zou volgens Kalff de expansie in Europa bemoeilijken. Hij houdt zijn kruit nu liever even droog. “Wanneer we straks bijvoorbeeld in Europa of Azië iets interessants tegenkomen, dan moeten we er wel de middelen voor hebben.”

De Nederlandse bankenmarkt is overvol, en noopt ook ABN Amro's Nederlandse concurrenten om over de grens te kijken. Dat gebeurde tot nu toe met wisselend succes. Rabo, dat pas begin jaren tachtig met de Europese expansie begon, werkt met een beperkt aantal plaatselijke buitenlandse kantoren en sloot wederzijdse marktovereenkomsten met banken uit Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Duitsland. Onlangs werd daar een eerste bescheiden joint venture in Spanje aan toegevoegd. Amev/VSB werkt samen met de Belgische verzekeraar AG in Fortis, dat onder meer door een alliantie met het Spaanse La Caixa toegang kreeg tot de Spaanse spaardersmarkt. Nu concentreert Fortis zich op de overname van de nog te privatiseren Belgische spaarbank ASLK.

Maar op de weg naar Europa ligt ook een aantal wrakken. Een poging van Fortis om de Belgische Generale Bank in de gelederen te lokken liep vorig jaar stuk. Vier jaar eerder stond de toen nog zelfstandige Amro op het punt een volledige fusie met diezelfde Generale Bank aan te gaan, maar zag daar op het nippertje van af. ING heeft weliswaar een Europees kantorennet, maar concentreerde zich vorig jaar op het scheppen van een tweede thuismarkt in België door de Bank Brussel Lambert over te willen nemen. Die poging liep vast op terughoudendheid van de frans-georiënteerde aandeelhouders van BBL. ING zag onlangs af van interesse in de ASLK waar Fortis nu op aast.

ABN Amro hoeft zich als enige Nederlandse bank over de aanwezigheid in Europa weinig zorgen te maken. Met zo'n honderd filialen in de EG, en dochterondernemingen in bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland zit het met de geografische dekking wel goed. Maar het winnen van een tweede thuismarkt in Europa is cruciaal om de basis van ABN Amro te verbreden. “We moeten concurreren met banken als Citibank, Deutsche Bank en Barclays, maar dan met een veel kleinere thuismarkt. Van Chicago hebben we geleerd dat een kritische massa op een markt enorme voordelen biedt.”

ABN Amro, dat gemeten in balanstotaal in de internationale top twintig van de grootste banken staat, kan het zich volgens Kalff niet permitteren genoegen te nemen met de huidige omvang. “Er zijn banken in de ons omringende landen die in feite stilstaan. Dat dreigde voor de fusie tussen ABN en Amro met beide banken ook te gebeuren. Maar stilstand is achteruitgang. De concurrentie groeit ook. Wil je de winstgroei volhouden, dan zal je ook in omvang moeten toenemen.”

Daarom houdt Kalff de Europese bankenmarkt nauwlettend in de gaten. “We verleggen onze blik nu allereerst naar de landen rondom Nederland: België, Duitsland en Frankrijk. Met die landen heeft Nederland de nauwste economische banden. De meeste export gaat er naar toe, veel van onze cliënten zijn er het meest actief. Het is onze natuurlijke markt.”

Een vooraf bepaalde overnamestrategie is echter moeilijk in de praktijk te brengen. “In aquisities zit altijd iets van opportuniteit. ABN Amro zal nooit een vijandige overname doen. Dus is het voor een deel kwestie van toeval of je een bedijf kunt overnemen of niet.” Kalff hanteert voor een overname drie vuistregels: de nieuwe firma moet in het beleid passen, er mag niet te veel risico worden gelopen en de overname moet uiterlijk binnen drie jaar tot verbetering van de winst leiden.

Volgens Kalff zijn vrijwel alle Europese banken voor hun expansie in de EG vooral aangewezen op overnames, en niet op fusies. “Een fusie is altijd een theoretische mogelijkheid, maar is tussen banken in de EG nog nooit voorgekomen.” zegt Kalff. “Op dit moment zijn er tussen sommige banken wel gesprekken gaande, onder meer tussen de Dresdner Bank en de Banque Nationale de Paris maar verder dan bescheiden kruisparticipaties ging Europese banksamenwerking tot dusverre niet.” Kalff wijst op een scala van hindernissen, dat varieert van werken onder twee fiscale regimes en de structuur van het gezamenlijke bedrijf, tot de even simpele als netelige vraag in welk van de twee landen het hoofdkantoor zal staan.

Cultuurverschillen tussen banken, die destijds werden aangewezen als hoofdoorzaak voor het afketsen van de fusie tussen Amro en de Generale Bank, mogen dan een vage verzameling zijn van normen, waarden en gewoontes, voor het dagelijks besturen van een bank zijn ze zeer belangrijk. “In zuidelijke Europese landen bijvoorbeeld speelt de "PDG', de president-directeur-generaal, een overheersende rol in het bestuur. Nederlandse banken opereren meer op basis van bestuurlijke consensus.” Als alternatief voor een Europese overnamestrategie verwacht Kalff voor ABN Amro dan ook geen grensoverschrijdende fusie. “Het moet wel héél zeker zijn, zou ik het aandurven.”