Taiwan is kleiner dan zijn ambities

Taiwan leeft in de toekomst. Vertegenwoordigers van pr, overheid en bedrijfsleven onderstrepen dat alles er over een, twee, uiterlijk tien jaar veel beter, mooier zal uitzien. Het land heeft vele ambities, te veel waarschijnlijk.

TAIPEI/HSINCHU, 15 JULI. Pech voor het Taiwanese bureau voor de aanleg van een hogesnelheidstrein. Net had de enthousiaste projectleider, H. Chin, laten weten dat de bouw van de lijn, van de hoofdstad Taipei naar de zuidelijke havenstad Kaohsiung geen vertraging zou oplopen en in 2000 gereed zou zijn, of de Raad voor Economische Planning en Ontwikkeling (CEPD), een orgaan van de regering, kondigde (dertien dagen geleden) aan dat het plan wegens bezuinigingen “niet voor 2003” zal zijn gerealiseerd. Met verder uitstel wordt rekening gehouden.

In 1991 kwam de Taiwanese regering van de toenmalige premier Hau Pei-tsun met een fantastisch "Zes-jaren-ontwikkelingsplan' ten bedrage van 300 miljard dollar. In 1996 moest de aanleg van 775 "constructiewerken', variërend van spoorlijnen tot ziekenhuizen, scholen en pretparken zijn gerealiseerd, of zou daarmee een begin moeten zijn gemaakt. De krachtige exporteconomie van Taiwan (veertiende op de wereldranglijst van handelsnaties) had in de jaren tachtig geleid tot de cumulatie van een fors kapitaal, de eilandstaat beschikt met bijna 90 miljard dollar over een van de grootste reserves in buitenlandse valuta ter wereld.

Taiwan kon zich op grond van deze rijkdom, die nog snel toeneemt, het een en ander permitteren - maar ook een uitgave van 300 miljard dollar? Nee, zo blijkt, het was te hoog gegrepen. Op 2 juli nam de CEPD het besluit 95 projecten te schrappen, terwijl van de constructiewerken die gehandhaafd blijven de meeste vertraagd zullen worden uitgevoerd. Slechts twaalf projecten krijgen absolute voorrang, met name de aanleg van autosnelwegen.

Van de geoormerkte 300 miljard dollar is tot nu toe 47 miljard ook echt uitgegeven. Het schrappen van 95 projecten levert 53 miljard op. In Taiwan is verbaasd gereageerd op het besluit juist verder te gaan met de bouw van autowegen. Een opiniepeiling wees deze maand uit dat 80 procent van de bevolking voor aanleg van de hogesnelheidstrein is.

Taiwan is qua oppervlakte ongeveer even groot als Nederland, maar er wonen vijf miljoen mensen meer, terwijl door het bergachtige karakter maar dertig procent van het land bewoonbaar is. Dat betekent dat Taiwan moet woekeren met zijn ruimte. Meer dan negentig procent van de mensen woont in een strook langs de westkust, die zich in toenemende mate ontwikkelt tot één langgerekte agglomeratie.

Het Zesjarenplan gaat uit van de realiteit van een dergelijke megastad - Taiwan heeft immers geen andere keus - maar dan zou het een stad moeten zijn die vlekkeloos functioneert, met snelle, efficiënte verkeersmiddelen. Een hogesnelheidstrein past in dat model: de ruim 300 kilometer van Taipei naar Kaohsiung zou, met een paar tussenstops, in één uur kunnen worden overbrugd. En door de beperkte grond is er een duidelijke ruimtelijke grens aan de bouw van autosnelwegen - en die grens is bijna bereikt.

Het hele probleem valt volgens Arthur Y. Chen, woordvoerder namens Openbare Werken in Taipei, terug te voeren op de hoge grondprijzen. “Er zijn te veel slimme mensen. Overal waar ze de bouw van een weg of spoorlijn verwachten kopen ze grond, die de overheid daarna alleen voor een woekerprijs terug kan kopen.” Chen gaat ervan uit dat ondanks de moeilijkheden het aangepaste plan, inclusief de hogesnelheidstrein, op den duur alsnog zal worden gerealiseerd. Verder beklaagt Chen zich over de prille democratie in zijn land (eind vorig jaar hadden de eerste vrije verkiezingen plaats). “Democratie kost veel tijd en geld.”

Al voor het Zesjarenplan besloot de Taiwanese overheid eind jaren tachtig om in de hoofdstad Taipei, waar 2,7 miljoen mensen wonen, een metro aan te leggen. De Chinezen namen geen halve maatregelen: in plaats van te beginnen met de bouw van een of twee lijnen werd meteen een heel net van 88 kilometer lengte ontworpen. In Taipei staan de huizen dicht op elkaar en zijn de straten overdag vol met autoverkeer. Het logische gevolg, toen de aanleg op gang kwam, was chaos. De stad is veranderd in een grote bouwput.

De verwachtingen van de inwoners van Taipei waren zeer hoog gespannen. Over veertien dagen, op 1 augustus, zou het eerste stuk ondergronds stadsspoor worden geopend, van het centrum naar de wijk Mucha. Helaas, brand in een van de proeftreinstellen en andere technische storingen heeft de première met een jaar vertraagd en geleid tot grote teleurstelling in de geplaagde stad. De kosten voor de aanleg van de metro belopen nu al 17 miljard dollar en pessimisten vrezen dat het uiteindelijk kan oplopen tot dertig miljard dollar.

Wat de overheid niet graag toegeeft is het feit dat, behalve de grondprijs, de kosten ook worden opgedreven door corruptie en verspilling. Het Departement voor Snel Openbaar Vervoer (DORTS) is goed in het uitgeven van prachtige brochures, het houden van chique lunches en het organiseren van conferenties.

Feng Ting-ya, een gemeenteraadslid in Taipei, zei onlangs in een vraaggesprek dat de mentaliteit bij de ambtenaren van DORTS is: "lunch niet voor vier dollar als het ook voor twintig kan'. Zij verwees naar een "internationaal congres', waar voor 26.000 dollar aan voedsel werd geserveerd en voor 11.000 dollar versiering was aangebracht; aantal buitenlandse gasten: drie.

Toch past de levensstijl van de ambtenaren van publieke werken bij het beeld van Taiwan en zijn inwoners. Het land heeft een razendsnelle economische ontwikkeling doorgemaakt en bevindt zich nu op een welvaartsniveau dat nog net onder het gemiddelde van West-Europa en de Verenigde Staten ligt. Maar de Taiwanezen willen meer en ze willen het snel.

In de stad Hsinchu is een "Wetenschappelijk-Industrieel Complex' gevestigd, waar overheid en bedrijfsleven - ook verscheidene buitenlandse bedrijven - eendrachtig samenwerken aan de ontwikkeling en produktie van technologisch hoogwaardige apparatuur, met name chips en computers. De omzet van het succesvolle park loopt nu al in de miljarden dollars. “Maar, zegt een kittige medewerkster, die de rondleiding verzorgt, “als u over een paar jaar terugkomt ziet alles er veel beter uit. Dan hebben we een eigen showroom en zijn hier nog meer bedrijven.” In een "videobriefing', waarop de Taiwanezen patent lijken te hebben, projecteert het industriepark de verwachte inkomensontwikkeling van Taiwan. Zonder schroom wordt voor 2000 een groei van de huidige 10.000 naar 20.000 dollar per hoofd van de bevolking voorspeld.

In de fietsenfabriek van Giant, nabij de centraal gelegen stad Taichung, loopt iedere twintig seconden een fiets van de band. Het werkklimaat in de grote hallen is naar Westerse maatstaven zeker niet optimaal: veel lawaai, weinig bescherming. “Alles wordt anders”, zegt de woordvoerder van het bedrijf kortaf, “als u over een paar jaar terugkomt...”

Sue, gids en tolk van het GIO (Government Information Office), haalt haar schouders op over de kloof tussen ambitie en werkelijkheid. “Een land moet ambities hebben, zonder ambities kom je nergens, zo is het toch?”