Shagje geeft makkelijk twee keer zoveel teer als sigaret

Op dit moment zou geen enkel merk shag voldoen aan de teerlimiet die in de EG geldt voor sigaretten, zelfs niet als onder gunstige condities zou worden gemeten. Per shagje wordt makkelijk twee keer zoveel teer ingeademd als per sigaret. De aanduidingen "licht', "mild', "halfzaar' en "zwaar' op shagtabak zijn misleidend. Ze suggereren een veel groter verschil in teervorming dan in praktijk wordt gevonden. Alle shagmerken zijn nagenoeg even slecht voor de gezondheid.

Dat zijn zo wat conclusies uit het rapport "Shag: een teer onderwerp' dat de Keuringsdienst van waren in Alkmaar vorige week publiceerde. De dienst vergeleek de teer- en nicotine-opbrengsten van de meest verkochte shagmerken in Nederland. "Alkmaar' is door de overheid belast met de controle op de naleving van de Tabakswet door de sigarettenindustrie en beschikt als enige in Nederland over de rookmachine die daarvoor volgens een internationale norm nodig is. Het vergelijkend onderzoek aan shag, waarvoor geen normen bestaan, verrichtte zij op eigen initiatief.

""Misleidend,'' noemde de Vereniging Nederlandse Kerftabakindustrie (de shagfabrikanten, met Douwe Egberts/Van Nelle en Niemeyer als overduidelijke marktleiders) in een prompte faxreactie de publikatie van de keuringsdienst. Tegenover NRC Handelsblad heeft de VNK inmiddels afstand genomen van die kwalificatie. Men toonde zich zelfs bereid te erkennen dat de dienst "zorgvuldig' te werk is gegaan. Wat bleef was het oordeel dat de keuringsdienst shag niet met sigaretten had mogen vergelijken. ""Als je standaard-shagjes gebruikt voor je teer- en nicotinebepalingen dan ga je voorbij aan het feit dat er geen gemiddeld shagje bestaat. Elke shagroker draait weer een ander shagje en rookt hem per keer anders op.''

Dr.ir. A. de Kok van de keuringsdienst heeft het voor kennisgeving aangenomen. Hij hàd niet beweerd dat shag en sigaretten over een kam geschoren moeten worden. ""Wat wij hebben aangetoond is dat het technisch niet moeilijk zou zijn shagtabak aan een norm te toetsen als die er zou zijn. Al sinds 1987 wordt daarover in een normcommissie vruchteloos gedebatteerd en wij hebben de impasse willen doorbreken. De overheid laten zien hoe zij tot een goede declaratieplicht kan komen.''

Alkmaar heeft de 42 meest verkochte shagmerken met elkaar vergeleken. Met een sigarettenroldoosje van het merk ELWA werd steeds uit precies 1,0 gram verse tabak en een vloeitje "rode Rizla' een standaardshagje gerold dat vervolgens werd "afgerookt' in de rookmachine van het sigarettenonderzoek. Gemiddeld zo'n tien minuten per shagje met om de minuut een trekje van 2 seconden. Tot een peuklengte van precies 23 mm. Waarden die voornamelijk zijn afgeleid van het onderzoek aan filterloze sigaretten.

Per shagje is gemeten hoeveel condensaat dat opleverde in het glasvezelfilter van de rookmachine. Van het condensaat werden nicotine- en watergehalte bepaald. De restfractie is - per definitie - "teer'.

Het was niet voor het eerst dat de Alkmaarse keuringsdienst shagtabak onderzocht - zij deed dat al eerder in 1986 en 1988 - en erg veel nieuwe resultaten heeft het laatste werk niet opgeleverd. Toch is juist daarin het nieuws te zien: anders dan de sigarettenindustrie doen de shagfabrikanten nauwelijks moeite de teervorming van hun tabak aan te pakken. Dat dat niet samenhangt met de wens het produkt zo constant mogelijk te houden blijkt uit het feit dat het nicotinegehalte vaak wel flink verandert. Halfzware Drum en Samson (de grootste merken op de Nederlandse shagmarkt) brengen tegenwoordig respectievelijk 19 en 12 procent meer nicotine in de rook dan in 1988.

Overigens verschillen de diverse shags veel meer in nicotinegehalte dan in teervorming. De nicotineopbrengst per standaardshagje varieert van 1,5 mg bij enige "lichte' merken tot meer dan 4 bij zware Van Nelle en Brandaris. De teervorming varieert van 23 mg bij Winner mild tot iets meer dan 30 bij Gauloises half zwaar. (De EG-norm voor sigaretten is 15.)

Zijn de resultaten van het vergelijkend onderzoek op zichzelf niet zo opzienbarend, wie het rapport aandachtig leest komt tussen de regels veel wetenswaardigs tegen. En passant wordt verklaard hoe het komt dat een brandend shagje, aan zichzelf overgelaten, wel uitdooft en een sigaret niet: shagtabak is veel vochtiger dan sigarettentabak. Aan shag worden "humectants' toegevoegd die het vochtgehalte op wel 20 procent kunnen houden. De industrie blijkt daarvoor vooral de meerwaardige alcoholen propaandiol en propaantriol (glycerol) te gebruiken - kleurloze, reukloze maar zoete stoffen die in gehaltes tot wel 5 (Drum) of zelfs 7 procent (Gauloises en Javaanse jongens tembaco) worden aangebracht. Omdat de alcoholen ook in de rook terecht komen en neerslaan in het glasfilter bestaat er een directe relatie tussen het humectant-gehalte van een shagsoort en de hoeveelheid "teer' dat die produceert. Dat onderstreept nog eens dat de fractie "teer' ook stoffen bevat die helemaal niet kankerverwekkend zijn. Of het wenselijk is de hoeveelheden humectants te verminderen - zoals Alkmaar aanbeveelt - valt dus nog te bezien.

In 1986 was al gebleken dat ook het sigarettepapier een grote invloed heeft op het teergehalte van de rook. In het algemeen lijkt de verbranding vollediger te zijn naarmate het papier beter luchtdoorlatend is. Wat dat betreft is er een opmerkelijk verschil tussen het tamelijk doorlatende "Rizla rood' en het veel luchtdichtere "Rizla blauw'. Rookt de machine Drum-shag met rode Rizla dan ontvangt hij 20 procent minder teer dan met blauwe. De gunstigste teerwaarden voor Drum-shag werden in 1986 bereikt met vloeitjes van de merken Van Nelle, Drum en Mascotte.

Dat de teer- en nicotine-neerslag in het glasvezelfilter per shagje afneemt als het shagje dunner wordt gerold of minder ver wordt opgerookt lijkt nogal wiedes. Alkmaar onderzocht de invloed van die factoren dan ook niet uit wetenschappelijke belangstelling. Juist op dit punt levert de kerftabak-industrie het meeste weerwerk: zij meent dat het gemiddelde shagje in Nederland niet 1,0 maar slechts 0,78 gram tabak bevat en niet tot 23 mm maar slechts tot 27 mm peuklengte wordt opgerookt. Dat zou blijken uit een onderzoek uit 1988 van bureau IVOMA/Marktresponse dat aan ruim tweeduizend shagrokers vroeg een aantal shagjes en peuken te bewaren en op te sturen.

Een naëve opzet, zou men zeggen, want hoe onbekommerd rookt de roker die weet dat hij zijn peuk moet inleveren, maar toch een opzet die "verantwoord' werd genoemd door de statisticus prof.dr.ir. R. Stobberingh, tot aan zijn emeritaat verbonden aan de Utrechtse universiteit. De Alkmaarse keuringsdienst twijfelt niettemin aan de betrouwbaarheid en vindt het al te toevallig dat Duitse shagrokers óók gemiddeld 0,78 gram shag gebruiken en de peuk bij 27 mm weggooien, zoals ander onderzoek zou hebben uitgewezen.

Hoe het zij: verlenging van de peuklengte van 23 naar 27 mm (op een startlengte van 70 mm) betekent een vermindering van de teeropbrengst met 15 procent bij Drum halfzwaar, in combinatie met een verminderd tabakgebruik (geen 1,0 maar 0,8 gram) resulterend in een teerreductie van 30 procent. Gunstiger onderzoekscondities kunnen dus, stelt de keuringsdienst, het exorbitant hoge teergehalte van shagtabak niet compenseren. Als voor shag de EG-teernorm voor sigaretten zou worden gehanteerd dan zou alle shag van de markt worden gehaald.

Dat vindt ook de keuringsdienst te ver gaan. Er zou best een aparte norm voor shag kunnen komen. ""Waar het om gaat'', zegt De Kok, ""is dat wij hebben aangetoond dat je shagtabak aan een norm kan toetsen. Desnoods zet je de bij standaardshagjes gemeten teer- en nicotinewaarden om in een range waarin de grote variatie in rookgewoonten tot uitdrukking komt.''

Maar er s geen norm voor shag en die zal er voorlopig ook niet komen. Een strikt Nederlandse norm kwam te laat, voortaan moeten de regels in EG-verband worden ontwikkeld en opgesteld en in de EG staat shag niet erg hoog op de agenda. Behalve in Nederland en Duitsland wordt vrijwel nergens shag gerookt.

Dan moet, zegt De Kok, de industrie worden aangespoord zelf normen op te stellen. ""Lukt dat niet dan zou er een jaarlijks shagonderzoek kunnen komen waarvan de resultaten gepubliceerd worden. Te betalen uit een heffing van 0,1 cent per pakje. '' Een woordvoerder van het ministerie van WVC deelt mee dat de Nederlandse overheid nog steeds goede hoop heeft met de kerftabakindustrie tot afspraken te komen.