Relaties Griekenland en Albanië worden steeds slechter

De betrekkingen tussen Griekenland en Albanië raken niet uit de impasse waarin ze vorige maand terechtkwamen toen de Grieken besloten tienduizenden illegale Albanezen over de grens te zetten. Integendeel: vrijwel dagelijks komen vanuit Athene nieuwe waarschuwingen en eisen en ook de uitzetting van Albanezen gaat, hoewel in een lager tempo, gewoon door.

Volgens de Albanese radio zijn inmiddels vijftigduizend van de naar schatting 150.000 Albanese illegalen Griekenland uitgezet. In werkelijkheid waren het er waarschijnlijk iets meer dan twintigduizend. Daar komen er dagelijks tweehonderd tot duizend bij - vaak met bittere verhalen over mishandelingen door de Griekse politie, die mensen lukraak van de straat plukt, hen een paar dagen opsluit zonder de familie te waarschuwen en hen vervolgens de grens over zet. Volgens de Albanese autoriteiten zijn zeker tweeduizend Albanezen de grens overgezet hoewel ze in het bezit waren van geldige visa en verblijfsvergunningen voor Griekenland. Aan de grens zijn door de Grieken Albanese paspoorten simpelweg verscheurd. Bovendien is Albanezen die een geldig visum hadden de toegang tot Griekenland geweigerd, met het argument dat de door het Griekse consulaat in Gjirokastër verstrekte visa “niet meer worden erkend”. Een Albanese sportploeg die had willen deelnemen aan wielerwedstrijden op Kreta kreeg, in weerwil van de internationale regels, geen visum voor Griekenland.

De Grieken van hun kant klagen steen en been over de behandeling van de Griekse minderheid in Albanië, die - aldus premier Mitsotakis - “stelselmatig wordt vervolgd”. De minderheid - 60.000 mensen volgens de laatste Albanese volkstelling, 250.000 tot zelfs 500.000 mensen volgens de Grieken - zou van al haar religieuze, culturele en politieke rechten worden beroofd: scholen zouden worden gesloten, Griekstalige schoolboeken zouden niet meer mogen worden gedrukt, Griekstalige ambtenaren zouden worden ontslagen. Dat wordt ontkend door de Albanese autoriteiten, die van hun kant melding maken van het ontslag van etnische Albanezen in de gebieden in Zuid-Albanië waar de etnische Grieken in de meerderheid zijn. In Saranda bijvoorbeeld werden twee Albanese journalisten ontslagen bij het lokale blad, dat voor de helft eigendom is van de plaatselijke voorzitter van Omonia, de politiek-culturele organisatie van de Griekse minderheid.

Omonia heeft zich onder invloed van de Grieks-Albanese ruzie drastisch geradicaliseerd. Was er vóór de rel sprake van “problemen” die in een “democratische dialoog” met de Albanese autoriteiten konden worden uitgepraat, de laatste weken is de toon bitter en boos geworden, een verandering die de Albanese president Berisha in een gesprek met Omonia-leiders niet ongedaan heeft kunnen maken. Omonia heeft eisen geformuleerd waarvan vóór de huidige rel nooit sprake is geweest, zoals het idee van regionale autonomie voor de etnische Grieken in Albanië. In Athene wordt dat een prima idee gevonden, vergelijkbaar als het immers is met de Albanese eis voor autonomie voor de door etnische Albanezen bewoonde Servische provincie Kosovo. Wat de Albanezen voor hun volksgenoten in Servië eisen kunnen zij, zo luidt het argument, de Grieken in Albanië niet weigeren. De Albanezen voeren aan dat het argument op talrijke punten mank gaat. Zo gaat het in Kosovo om het herstel van een eenzijdig door de Serviërs afgenomen, vroeger al bestaande autonomie. Ook kunnen - vindt Tirana - de Kosovar Albanezen niet worden vergeleken met de Grieken in Albanië: de eersten vormen in hun gebied een meerderheid van negentig procent, wonend in een compact, nauwkeurig begrensd gebied, terwijl de Grieken in Albanië niet alleen "slechts' 60.000 man sterk zijn maar ook in gemengde gebieden wonen. Hun belangrijkste bevolkingscentra, Saranda en Gjirokastër, zijn steden met een Albanese meerderheid.

Griekenland is niet van plan water in de wijn te doen waar het de uitwijzing van Albanese arbeiders en de behandeling van de Griekse minderheid in het buurland betreft. Dat Griekse radicalisme was er al aan het begin van het huidige conflict, waarvoor de aanleiding eind juni kwam in de vorm van de aanhouding en uitwijzing, door de Albanezen, van de radicale archimandriet Chrisostomos Maidhonis, een Griekse staatsburger die met de verspreiding van pamfletten en zelfgetekende kaarten onder de Grieken in Albanië de annexatie van Zuid-Albanië door Griekenland had gepropageerd. Maidhonis was nauwelijks de grens met Griekenland overgezet of de Griekse onderminister van buitenlandse zaken Virynia Tsouderou riep al dat “internationale organisaties sancties tegen Albanië moeten nemen wegens dergelijke schendingen van de rechten van de mens”. Direct daarop besloot Athene de 150.000 Albanese illegalen naar hun land terug te sturen.

Premier Mitsotakis heeft gisteren zes eisen geformuleerd waaraan de Albanezen moeten voldoen. Maidhonis moet in zijn functie worden hersteld; Griekse scholen moeten worden heropend; Griekse religieuze en culturele organisaties moeten vrij mogen opereren; er moet een eind komen aan de “vervolging van Griekstalige ambtenaren”; Albanese staatsburgers moeten het recht krijgen het staatsburgerschap van hun voorkeur te kiezen; en alle na 1944 verdreven etnische Grieken moeten hun bezittingen terugkrijgen. Mitsotakis gaf toe dat de grenzen tussen Griekenland en Albanië vastliggen; maar dat Griekenland alsnog zal eisen dat “Noord-Epirus” (Zuid-Albanië) autonomie moet krijgen, wilde hij gisteren niet bij voorbaat uitsluiten.

Dat belooft weinig goeds voor de onmiddellijke toekomst, want de Albanezen bestrijden dat Griekse ambtenaren worden vervolgd, dat Omonia niet vrij opereert en dat scholen zijn gesloten. De kwestie van de regionale autonomie voor Zuid-Albanië is voor de Albanezen niet bespreekbaar, net zo min als de teruggave van na 1944 onteigend bezit: ook de etnische Albanezen die onder het stalinistische regime na 1944 hun bezit zijn kwijtgeraakt, krijgen dat niet terug. En dat Maidhonis naar Gjirokastër terugkomt is voor Tirana uitgesloten: Maidhonis, zo vinden de Albanezen, heeft langdurig en ondanks waarschuwingen de Albanese wet geschonden; hij werd aangehouden met de aanvankelijke instemming van de Griekse consul in Gjirokastër, al was die van mening veranderd toen de Albanese politie Maidhonis daadwerkelijk kwam ophalen. Maidhonis, zo vindt men in Tirana, mag blij zijn dat hij "slechts' is uitgezet en geen proces heeft gekregen.