Olie-onderhandelingen VN en Irak opgeschort

NEW YORK, 15 JULI. Onderhandelingen tussen Irak en de Verenigde Naties over een beperkte hervatting van de Iraakse olie-export in New York zijn gisteren opgeschort om de Iraakse delegatie in staat te stellen overleg met de regering in Bagdad te plegen. De Iraakse onderhandelaar Riyadh al-Qaysi zei tegen verslaggevers dat de schorsing “van heel korte duur” zou zijn. “We hebben een stadium in het onderhandelingsproces bereikt waar enkele vragen rezen”, zei hij.

Onduidelijk was of een akkoord ophanden is of dat juist problemen opdoemden. Diplomaten hadden zich gisteren voor het eerst optimistisch getoond over het verloop van het beraad, nadat eerder van geringe vorderingen was gesproken. Maar in eerdere onderhandelingsronden in 1992 was ook van een doorbraak gerept voordat de regering in Bagdad de resultaten zonder meer van de hand wees. Een akkoord moet overigens ook door de Veiligheidsraad van de VN worden goedgekeurd, en het is de vraag wat de houding van de Verenigde Staten daar zal zijn.

De Veiligheidsraad gaf Irak in 1991 toestemming voor 1,6 miljard dollar olie te exporteren om levensmiddelen en medicijnen aan te schaffen, de activiteit van de Speciale ontwapeningscommissie van de VN te betalen en een deel van Koeweits oorlogsschade te vergoeden. Een en ander zou moeten plaatshebben onder strikte controle van de VN, wat door Irak wordt gezien als schending van zijn soevereiniteit.

Een belangrijke afgezant van de VN, Rolf Ekeus, is vanochtend naar Bagdad gevlogen om de regering daar te overreden alsnog volledig akkoord te gaan met de bestandsvoorwaarden na de oorlog van 1991 in het algemeen, en met permanente controle van zijn proefterreinen voor raketten in het bijzonder. Ekeus zei beëindiging van het handelsembargo als lokmiddel te zullen gebruiken. Het belangrijkste probleem dat opheffing daarvan nog ophoudt, zei hij, “is wapens”. Militaire actie dreigt als Bagdad blijft weigeren met de eisen van de Speciale ontwapeningscommissie in te stemmen. (Reuter, AP)