Minder tolerantie voor meer vluchtelingen

De reacties op de jongste opvangproblemen van asielzoekers duiden op een veranderend opinieklimaat. Solidariteit met vluchtelingen wordt alleen nog geuit in tastende en twijfelende bewoordingen. De stamtafel is niet meer het exclusieve terrein voor de opvatting dat "Nederland vol is'. Moeten de grenzen dicht? Of is juist nu de tijd gekomen voor een ruimhartiger behandeling van de asielzoekende medemens? Opvattingen en observaties over een sociale kwestie.

E. HAARS, oud-staatssecretaris van justitie

“Er is wel wat veranderd. In mijn tijd, van 1977 tot 1981, moest ik me vaak teweer stellen tegen mensen die vonden dat we méér buitenlanders moesten opnemen. Dat geluid verneem je haast nooit meer. Toch zou ik er wel begrip voor hebben als mensen juist nu zouden bepleiten grotere aantallen toe te laten. Want wij zijn rijk en beschermd, terwijl de wereld buiten ons almaar slechter wordt. Oost-Europa is op stap, ziet u, en Oost-Europa blijft nog wel even op stap.

“Het probleem is echter: er komt rijp en rot binnen. Dat was in mijn tijd al zo. Ik heb Turken meegemaakt die zeiden dat ze waren gevlucht. Wel, toen we ze natrokken bleek dat die lieden daar in Ankara een leuk winkeltje hadden, en een aardig inkomen. En je had "geëngageerde' Nederlanders die er, laat ik zeggen, een curieus patroon van verontwaardiging op nahielden. Ik herinner me een zaak met zigeuners, wier belangen werden behartigd door een meneer die het zielig vond dat die mensen in een tentje sliepen en buiten op zo'n armoedig gasstelletje moesten koken. Nu, daar schrok ik niet van. Dat doen zigeuners al zolang ze bestaan.

“Het beroerde is dat Justitie verplicht is goed te selecteren. Dat kost erg veel tijd. Maar iedereen die zegt dat Justitie sneller moet werken, moet zich realiseren dat er dan meer mensen binnenkomen die hier niet horen. Nederland is niet te vol. We zijn dichtbevolkt, dat maakt ons kwetsbaar. Maar aan een ontheemde Bosniër uit Sarajevo kan men redelijkerwijs toch niet zeggen: u mag er niet in, want wij zijn vol?”

S. COUWENBERG, hoogleraar staats- en bestuursrecht

“Ik vind dat er alleen in geval van nood nog mensen bij kunnen. Nederland is vol. Een restrictief beleid is noodzaak. Asielzoekers kun je niet weigeren. In de gezinshereniging zijn er nu gelukkig grenzen gesteld aan inkomen en huisvesting. En van economische vluchtelingen zeg ik: we nemen ze alleen als we ze kunnen gebruiken. Anders niet.

“De tolerantie neemt af. Dat is mede een gevolg van het groeiende aantal buitenlanders in onze maatschappij. Mensen zitten dichter op elkaar, dan zetten ze sneller hun stekels op. Dat is normaal gedrag. In een huwelijk gaat het ook zo.

“Ik ben begin jaren tachtig verketterd toen ik het boek "De Nederlandse natie' publiceerde. Daarin stelde ik dat onze nationale identiteit in het gedrang zou komen als we etnische minderheden zouden blijven opnemen zonder ze te dwingen tot aanpassing. Ik vond bijvoorbeeld dat die mensen Nederlands moesten leren. Dat was toen racistisch. Mij werd verweten dat ik uitging van de superioriteit van onze cultuur. Moet je nu eens kijken.

“Dit land is in principe ongeschikt - te klein, te dichtbevolkt - om een immigratieland te zijn. We zijn het ook per ongeluk geworden. Drees zag het in de jaren vijftig goed, hij sprak nadrukkelijk van gastarbeiders, hij zag in dat het alleen zin had deze mensen hier te houden als ze konden bijdragen aan de maatschappij.”

H. BOMERS, bisschop van Haarlem

“De kerk is altijd zeer positief over de vluchtelingen. De Raad van Kerken, waarvan de katholieke kerk lid is, heeft herhaaldelijk gunstige uitspraken over de vluchtelingen gedaan. Of wij méér kunnen doen? Wij moeten in de eerste plaats de juiste christelijke levenshouding bijbrengen.” J.N. SCHOLTEN, voorzitter VluchtelingenWerk Nederland

“Ik zie twee tegengestelde ontwikkelingen, ze zijn allebei waar, maar ze passen niet goed bij elkaar. Steeds meer mensen staan onsympathiek tegenover het opvangen van vluchtelingen. Onze vrijwilligers hebben er groeiende problemen mee. Tegelijk zijn er nog nooit zoveel hartverwarmende reacties binnengekomen als de laatste week en vorig jaar zomer, toen het probleem van de Bosnische vluchtelingen op ons afkwam.

“Het overheidsbeleid van de laatste tijd heeft de zaak geen goed gedaan. De mensen die al vonden dat Nederland vol is, zijn gesterkt in hun opvatting. Anderen zijn aan het twijfelen gebracht. De rijksoverheid heeft het probleem nog onvoldoende geanalyseerd. Dit waait nooit meer over. Omdat de overheid daarvan niet doordrongen is, zijn de mensen dat al helemaal niet. Het leidt tot polarisatie, tussen de rijksoverheid en lagere overheden, maar ook tussen groepen mensen. Ik word niet optimistischer. Ik ben minder rustig dan drie jaar geleden. Zo'n zaak in die Eindhovense wijk had ik niet voor mogelijk gehouden. Dan denk ik: wat is er toch aan de hand?”

D. PESSERS, universitair docent Vrouwenstudies

“Wij hebben onze buik vol van vluchtelingen - maar Nederland is niet vol! We bulken van het geld. Maar dat stoppen we liever in onze dolle subsidiemachine. Als je in dit land een vereniging "Vrouwen ontdekken orgasme' opricht, is er onmiddellijk subsidie voor. En het geld zou ineens op zijn als er iets moet worden gedaan aan de absolute ellende waarin deze mensen zitten?

“Tegenwoordig is iedereen gevoelig voor pure demagogie. Het neo-liberale denken overheerst ons, daar is ook deze verschuiving van opvattingen aan te wijten. Dat illegalendebat was sfeermakerij. Rottenberg en Kosto bespeelden de volksziel, ze betraden weloverwogen een brandgevaarlijk terrein. En sindsdien dreigt het alleen maar onfatsoenlijker te worden.

“Ik heb niet meegedaan met die "Ik ben woedend'-actie. Dat vond ik net te makkelijk. Maar toen ze mijn kinderen zo'n kaartje onder de neus duwden heb ik gezegd: meteen invullen, en hup, op de post! Ik zou het heel moeilijk vinden zelf een Afrikaanse asielzoeker op te nemen. Dat is de ellende van ons leven. Wij hebben het al lang veel te riant. Ik denk niet dat ik het uithoud met een Afrikaan als we steeds contactstoornissen hebben, als hij een heel ander dagritme heeft, als hij ritueel wil gaan slachten. Ik kan wel roepen: Alle Menschen werden Brüder, maar zo makkelijk is het niet.”

H. RIGHART, hoogleraar politieke geschiedenis

“Zegt iemand in New York ooit: "Het is hier vol'? Zoals mensen in die stad door elkaar wriemelen, daar zet niemand een vraagteken bij. Ze hebben er ook geen distinctie-criteria, zoals wij ze blijkbaar aan het ontwikkelen zijn. Want wie zegt dat Nederland vol is, zegt in feite ook dat er mensen zijn die we er niet bij willen hebben.

“Er is iets aan de hand met onze tolerantie. Ik begrijp het niet goed. In het dagelijks leven heb ik nog altijd meer last van mijn blanke landgenoten dan van buitenlanders. Intussen is het begrip "allochtonen' een omineuze catch all-categorie aan het worden. Dat er groepen buitenlanders zijn die uitstekend functioneren mag blijkbaar niet meer opvallen. Je hoort niemand over de geruisloze assimilatie van de Vietnamezen in onze samenleving.

“Als de ontwikkelingen in Oost-Europa zich voortzetten, staan we voor een migratie die in omvang vergelijkbaar is met de periode van de val van het Romeinse rijk. Alleen al om die reden mag Nederland nooit vol worden verklaard.”

M. SCHAKEL, oud-verzetsman, oud-Kamerlid (ARP, CDA)

“Hartverscheurend vond ik die Afrikaanse mensen op het journaal die in een mas-veld sliepen. Zelden zag ik de noodzaak van een zorgzame samenleving zo duidelijk verbeeld. De moderne Nederlander is te egocentrisch. Te weinig mensen hebben nog een antenne voor de nood van de ander. Wie zich niet voor zijn naaste inzet, is mentaal ziek. Dit is geen probleem van de statelijke overheid. Het zit in de samenleving zelf. We moeten de tegenovergestelde gedachte uitdragen.

“Ik zou zeker geen "nee' zeggen als men mij vraagt asielzoekers in huis te nemen. Maar ze moeten wel "selfsupporting' zijn, want ik ben al wat ouder, ik ben niet meer in staat ze zelf ten dienste te zijn.”

E. NORDHOLT, korpschef van politie Amsterdam

“Een overheid die verantwoordelijk is voor de opvang van vluchtelingen, gemartelden en vertrapten, moet geen schrik onder de bevolking oproepen. Dat is vorige week gebeurd. Wij zagen beelden van asielzoekers bij een bushalte, slapend in een open veld, in groepen wandelend door de stad. Alsof we erdoor overspoeld worden. Dat soort beeldvorming leidt tot schrik. Schrik leidt tot angst. Angst tot discriminatie. Discriminatie tot racisme. Alleen maar omdat wij de opvang niet goed regelen.

“De kern van het probleem is of wij een deeltje van onze rijkdom met anderen willen delen. Die vraag moet aan de mensen worden gesteld. Heel exact: hebt u een deel van uw geld over voor een stervende Somaliër, een Bosnische ontheemde? Ik denk dat het antwoord daarop verrassend gunstig is. Migratie en interne veiligheid zijn dé items van de jaren negentig. Aan beide aspecten zijn wij nog onvoldoende gewend. We zijn er mentaal niet op ingericht, laat staan institutioneel. Dat is een groter probleem dan de zogeheten "afnemende tolerantie'. Want de tolerantie is nog steeds heel groot, vermits je de problemen open op tafel legt. Dat gebeurt te weinig.”

M. MÖRING, schrijver

“Ik ga RARA steeds beter begrijpen. Als niemand wil luisteren, als niemand iets doet, dan kan je schrijven en praten, maar ergens ligt een grens. Mijn verschil met RARA is dat ik niet in geweld geloof, want ooit valt er een dode, en na de eerste dode volgen er ongetwijfeld meer, maar de woede van RARA heb ik ook.

“Ik las deze week de krant en geloofde mijn ogen niet. Een officier van justitie vertelde over een onderzoek naar de oorzaken van het zware hersenletsel dat een Roemeense asielzoeker opliep bij zijn uitzetting. De marechaussees die erbij betrokken waren, zei de officier, gingen vrijuit omdat ze een handelwijze hadden toegepast die binnen de instructie viel. "Je kunt', zei die man, "de verantwoordelijkheid niet leggen bij mensen die in een bepaald regime werken.' Dat is verdomme gewoon Befehl ist Befehl.

“Het verschijnsel is niet typisch Nederlands. Heel West-Europa is zich aan vrijwaren van de draaikolk van economische onrust in de rest van de wereld. De deur gaat op slot. Het is een buitengewoon perfide ontwikkeling, maar ook wel te verklaren: als er op straat gevochten wordt, roepen de ouders Jantje ook binnen.

“Het Nederlandse aan de zaak is dat we blijven geloven in het misverstand dat dit land altijd een vrijplaats is geweest voor mensen in nood. Wij hebben nu geen vluchtelingenbeleid, maar dat hebben we ook nooit gehad. Dan spreekt men van de hugenoten of de Portugese joden - maar als mensen het echt nodig hadden, zijn ze er bij ons nooit ingekomen. Toen eind jaren dertig het kamp Westerbork werd geopend voor Duits-joodse vluchtelingen, schreef het Maandblad Drenthe: dat is slecht voor het toerisme en het heeft een verkeerde invloed op de reine Drentse ziel. Anne Frank is een nationaal bidprentje geworden, maar iedereen vergeet dat ze is verraden door een Nederlander. Zulke verhalen uit onze geschiedenis zou de overheid wel meer mogen uitdragen.”