Krebbers' comeback is tevens zijn afscheid; Krebbers en Olof nog altijd elkaars tegenpolen

Concert: Robeco Groep Zomerconcerten. Herman Krebbers en Theo Olof, viool. Arion Ensemble o.l.v. Alexandru Lascae. Programma: Vivaldi: Concert in a op. 3 nr. 8 voor twee violen, strijkers en basso continuo. Grieg: Zwei Nordische Weisen, op. 63. Borodin: Scherzo in D. Hellendaal: Concerto Grosso op. 3 nr. 1. Bach: Concert in d BWV 1043 voor twee violen, strijkers en basso continuo. Gehoord: 14/7 Concertgebouw Amsterdam.

Het publiek vergeet zijn oude liefdes nooit. Dat werd gisteravond onmiddellijk duidelijk bij het warme applaus waarmee Herman Krebbers en Theo Olof, de godfathers van vioolspelend Nederland, werden begroet in de uitverkochte Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

Ruim zestig jaar geleden studeerden Krebbers en Olof samen viool bij de legendarische vioolpedagoog Oskar Back. In 1950 werden zij allebei concertmeester van het Residentie Orkest, en later werden zij beiden benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau wegens hun verdiensten voor het Nederlandse muziekleven. Meer dan een halve eeuw lang waren Krebbers en Olof regelmatig als duo op het podium te beluisteren, totdat Krebbers veertien jaar geleden door een val van zijn zeilboot ernstig aan zijn schouder geblesseerd raakte.

Het zag er naar uit dat de beide violisten, die behalve de beroemde dubbelconcerten van Bach en Vivaldi ook muziek voor twee violen van componisten als Henk Badings en Geza Frid op hun repertoire hadden staan, nooit meer samen zouden optreden. Maar enkele maanden geleden vond in het Scheveningse Kurhaus de generale repetitie plaats voor de comeback van Krebbers en Olof in het Amsterdamse Concertgebouw, een gebeurtenis die echter tevens als afscheidsconcert van het duo was bedoeld. Zoals Krebbers het nog dezelfde avond in het tv-programma Nova formuleerde: “Het is heel vreemd, want voor mijzelf was dit het begin en het eind. Maar ik voel me daar erg prettig bij.”

Al in 1958 beschreef Theo Olof in zijn olijke memoires Daar sta je dan zijn vriendschap met Krebbers. “We kennen elkaar al vanaf ons negende jaar. We schelen elf maanden en zijn zo verschillend geaard dat we wel broers konden zijn. Als we les hadden bij mijnheer Back, kreeg ik steeds te horen dat Herman dit of dat beter had gestudeerd, temperamentvoller speelde en dat ik hèm maar tot voorbeeld moest nemen. Maar als Herman dan aan de beurt was, kreeg hij precies het omgekeerde te horen.”

Gisteravond bleek dat Krebbers en Olof als violist nog altijd aan elkaar gewaagd zijn, maar ook werd duidelijk dat ze tot op het laatst volstrekte tegenpolen zijn gebleven. Ondanks zijn blessures maakte Krebbers als vanouds een onaantastbare indruk: zijn vioolspel klonk degelijk en genuanceerd, en zijn briljante maar ook nogal eenzijdige geluid bleek volmaakt aangepast aan de eisen des tijds. Olof daarentegen speelde af en toe met een ouderwets kleine toon en was lang niet altijd even betrouwbaar op het gebied van de intonatie. Maar muzikaal gesproken bleek hij nog altijd de meest bevlogene van de twee.

Ook al speelden de veteranen in Bach en Vivaldi om beurten de eerste partij, tijdens beide concerten fungeerde Krebbers als rots in de branding terwijl Olof de steeds wisselende muzikale weersgesteldheden voor zijn rekening nam. Jammer dat het duo zich op deze gedenkwaardige avond liet begeleiden door het vals en rommelig musicerende Arion Ensemble, dat averechts reageerde op de bijna lachwekkende inspanningen van dirigent Alexandru Lascae om er toch nog iets fatsoenlijks van te maken.