Jacques Fath: de gekste van alle couturiers

Diep uitgesneden decolletés, extreem wijde rokken, overdadige borduursels en amfora-achtige silhouetten waren typerend voor de New Look van Jacques Fath. Veertig jaar na zijn dood eert Parijs de flamboyante couturier met een tentoonstelling in het Palais Galliera. Tegelijkertijd presenteert het modehuis Fath een nieuwe collectie, ontworpen door de Nederlander Tom van Lingen.

Tentoonstelling "Jacques Fath: Les Années '50'. T/m 7 nov in Palais Galliera, 10, Avenue Pierre-1er de Serbie, Parijs. Inl 09-331447208523.

Wie aan de Parijse mode van de jaren vijftig denkt, haalt zich Jacques Fath voor de geest; zijn uitbundigheid, charme, levenslust en talent om vrouwen modern, vrolijk en sexy te kleden. Fath groeide echter, in tegenstelling tot Dior, Balenciaga en Balmain, drie goden van de Franse couture in die tijd, niet uit tot een legende. In 1954, op het toppunt van zijn roem, overleed hij op 42-jarige leeftijd aan leukemie.

Jacques Fath was blond, elegant en een groot verleider. Zijn daverende lach was in heel Parijs bekend. Hij verplaatste zich bij voorkeur in Cadillacs en shockeerde het publiek door in exorbitante bontmantels of in een smoking in Schotse ruit te verschijnen op feesten en partijen. In zijn kasteel in Corbeville organiseerde hij grandioze gekostumeerde bals rond thema's en verzon hij spektakels waarin hij als Maurice Chevalier, Al Johnson of Charlie Chaplin optrad.

Faths mode is niet te scheiden van zijn persoonlijkheid: flamboyant en betoverend. De overdadige pailletten-borduursels, extreem wijde rokken, diep uitgesneden vierkante, of v-decolletés, gorges pigeonnantes, asymmetrische plooien, wespetailles (Fath schafte het corset af, maar eiste tegelijkertijd een taille-omvang van 54 centimeter of minder) en amfora-vormige silhouetten zijn typische kenmerken van Faths New Look. De couturier mengde stoffen en materialen als geplisseerde tule, Schotse ruiten en satijn, introduceerde het avond-mantelpak en voorzag zijn ontwerpen van grote witte kragen en speelse strikken die hij op zomen, revers, heupen of op het achterwerk plaatste.

Hij tekende of retoucheerde nooit, maar ontwierp rechtstreeks op zijn mannequins, de mooiste van Parijs: Bettina, Sophie en Geneviéve, zijn vrouw. Hij was de lievelingscouturier van Rita Hayworth, voor wie hij de bruidsjurk maakte toen ze met prins Ali Khan trouwde. Catherine Hepburn, Marlène Dietrich, Michèlle Morgan, Ava Gardner en Greta Garbo droegen alle ontwerpen van Fath.

Jacques Fath was niet alleen een uitbundig vormgever, maar ook een gewiekst zakenman, een van de eersten die prêt-à-porter mode ontwierp. In de Verenigde Staten was er grote vraag naar. Prestigieuze warenhuizen als Lord & Taylor en Neimann Marcus verkochten Fath. Ook maakte hij fantasierijke sieraden en accessoires en lanceerde hij drie parfums, Iris Gris, Canasta en Fath de Fath. “Jacques Fath c'est Paris”, zei Pierre Cardin toen de couturier overleed. Geneviève Fath zette de haute-couture collecties nog tot 1957 voort. Toen sloot het huis.

Bijna veertig jaar na zijn dood is nu, voor het eerst, in het Palais Galliera in Parijs een retrospectief aan de couturier gewijd: "Jacques Fath, les années '50'. Aan de hand van negentig modellen uit de periode van 1946 tot 1955, foto's van Ostier, Schall, Maywald en Capa, tekeningen, accessoires en een film, wordt een beeld geschetst van Fath en van de vrouw in de jaren vijftig. De expositie is helaas statisch en nogal fantasieloos ingericht. Het leukst is het om te beginnen met de documentaire "Les Folies de Fath', die een indruk geeft van Faths levensstijl en van het Parijs van de jaren vijftig.

Het eerbetoon aan Jacques Fath in het Palais Galliera komt op een gunstig tijdstip. Na ruim 35 jaar besloot het modehuis, met de hulp van de bank Saga, weer een prêt-à-porter de luxe collectie voor vrouwen te brengen. De nieuwe directrice, Nicole Delore, koos uit vele kandidaten de 31-jarige Nederlandse ontwerper Tom van Lingen. In de bibliotheek van het Musée Galliera verdiepte Van Lingen zich in kranten en tijdschriften uit Faths tijd. “Dat viel niet mee,” zegt hij, “want van de archieven is haast niets over en de modellen zijn schaars. Bovendien heeft Fath maar zeventien jaar gewerkt.” "Spannend, maar moeilijk' vindt Van Lingen het om de stijl van Fath opnieuw tot leven te brengen. “Je werkt met tal van belemmeringen. Je wilt kleren in de traditie van het huis maken en tegelijkertijd je eigen ideeën duidelijk naar voren brengen. Bovendien is er de druk dat je meteen op het niveau van Dior of Valentino moet functioneren. Zoeken en experimenteren is er niet bij.” De eerste drie collecties die Van Lingen ontwierp waren een succes. Ze waren modern, elegant en vol verrassende knipogen naar Fath.

Van Lingen volgde scenografielessen aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, toen hij nog studeerde aan de modeacademie Charles Montaigne. In 1983 vertrok hij naar Parijs en vervolgde zijn studie aan de Ecole de la Chambre Syndicale de la Couture, een school waar vooral de techniek belangrijk is. Van 1984 tot 1988 was hij assistent van Pierre Cardin, waar hij bezeten raakte van de haute couture. Dan volgden nog enkele jaren bij Bernard Perris, voordat hij in 1991 door het huis Fath werd aangenomen.

De Nederlandse ontwerper is opgetogen over het enthousiasme dat er in Parijs bestaat voor het modevak. “In de periode dat de collecties af moeten, werken we vaak nachtenlang door en rennen we rondjes over de binnenplaats van het atelier om wakker te blijven.” Aan de recente "intellectuele' ontwikkelingen in de mode zoals grunch en de eco-trend doet hij niet mee. “Natuurlijk moest er een reactie op de agressieve carrière-look van de jaren tachtig komen, zachter, vrouwelijker en minder perfect. Maar de extreme reacties van een aantal ontwerpers begrijp ik niet. Uiteindelijk wil iedere vrouw toch mooi zijn.”