Indurain spot weer met reputatie van zijn concurrenten

SERRE CHEVALIER, 15 JULI. De concurrentie beeft bij het horen van de naam Miguel Indurain. De Spaanse maestro oogstte al veel ontzag, de toprenners in de Ronde van Frankrijk lijken zich nu al neer te leggen bij de suprematie van de tweevoudige Tourwinnaar. La Grande Boucle duurt nog lang, maar tenzij Indurain wordt getroffen door een val of een vreselijke inzinking staat hij volgende week zondag op de Champs Elysées wéér op het hoogste erepodium.

“Dat Indurain van aparte klasse was in de tijdritten, wisten we al twee jaar”, vertelde Erik Breukink gisteren aan de meet in Serre Chevalier, “nu heeft hij onderstreept dat ook bergop bijna niemand aan hem kan tippen.”

Indurain spotte gisteren met de reputatie van tal van tegenstrevers. Hij finishte als derde - de gele-truidrager gunde zijn bondgenoot Tony Rominger de dagprijs en liet medevluchter Alvaro Mejia voorgaan - en startte vanochtend met een straatlengte voorsprong in het algemeen klassement. Indurain is van nature een weinig spectaculaire verdediger, in de tiende etappe met drie bergreuzen toonde hij echter plotseling ook zijn offensieve talenten. Gedurende een lange ontsnapping met een kopgroep, waarin alleen Rominger en Mejia tot het bittere einde stand hielden, riep de Spanjaard nu en dan herinneringen op aan de befaamde Bernard Hinault. Handen op het stuur, blik op oneindig en tempo maken.

Tachtig kilo moet Indurain meeslepen, zesendertig pond méér dan de op weg naar Serre Chevalier gevloerde rasklimmer Claudio Chiappucci. Het is in strijd met alle theorieën dat zo'n kolos bergop tot de uitblinkers behoort. Zelfs op weggedeelten met een hoog stijgingspercentage bleef hij ogenschijnlijk moeiteloos in de buurt van de experts in de cols of reed hij hen simpel uit het wiel.

Breukink kan erover meepraten. De Nederlandse kampioen, 's ochtends nog tweede in de rangschikking, moest diep buigen voor het Spaanse geweld. Op de laatste col, de Galibier, kon hij het hoge tempo van Indurain & co niet bijbenen. Aanvankelijk in gezelschap van Stephen Roche beperkte hij de schade lange tijd tot ongeveer één minuut, maar toen de Ierse veteraan instortte en hij er alleen voor stond ging Breukink uiteindelijk voor de bijl. Hij verloor drieëneenhalve minuut en vertrok vanochtend als vierde in de rangschikking.

“Kom je alleen te zitten, dan krijg je het knap lastig, ook als het omhoog gaat”, zei Breukink later in zijn hotel. “Toen ik de top zag zat ik aan mijn limiet. Ik was compleet stuk. Twee keer moest ik terugschakelen. En niet zo flauw. Van de 41-19 ging ik naar de 41-23. Toch verslapte ik niet eens bijzonder. Dat mijn achterstand opliep was deels te wijten aan materiaalpech (Breukink trapte zijn derailleur in de afdaling kapot en moest van fiets verwisselen, red.) en aan het feit dat Rominger zo veel vaart ging maken. Dat zag ik net nog op de televisie.”

Breukinks doel is thans een plaats op het erepodium. Een bittere pil voor ploegleider Manolo Saiz van Once. De Spaanse vakman ging er dinsdag nog vanuit dat zijn kopman zich in de Alpen dicht bij Indurain zou handhaven. Zoals hij er ook (achteraf ten onrechte) op rekende dat Alex Zülle en Johan Bruyneel niet zouden worden teruggeworpen. Zülle verspeelde gisteren zeven minuten en de Belg Bruyneel meer dan het dubbele. Saiz zei in Serre Chevalier dat zijn ploeg nog niet is uitgeteld. “Indurain hoort nog van ons”, liet hij zich ontvallen, maar het klonk niet bijster overtuigend.

Wie kan Indurain nog onttronen? De Colombiaan Mejia of Zenon Jaskula, de Pool die gisteren heel lang in de frontlijn streed? De twee bezetten weliswaar de tweede en derde positie in de rangschikking, zijn getalenteerd, maar zullen vermoedelijk vroeg of laat worden teruggeworpen. Méér vuurwerk mag van Rominger worden verwacht. De Zwitserse winnaar van de Ronde van Spanje, die gisteren een verbond sloot met Indurain, zal ongetwijfeld nog een keer voor de aanval kiezen. Hij is fris en ontspannen - tijdens de slopende beklimming van de Galibier kon hij nog knipogen naar de camera - en is gebrand op revanche.

"De muis' had deze Tour al veel tegenslag. Hij raakte snel twee belangrijke teamgenoten kwijt met als gevolg dat de ploegentijdrit een fiasco werd. Bovendien liep hij in die race een minuut straftijd op omdat hij zich (eigen schuld dus) liet duwen. In de individuele rit tegen de klok bij het meer van Madine trof Rominger het afgelopen maandag wel heel ongelukkig. Als enige toprenner reed hij in regen en hagel en de laatste kilometer legde hij af op een lekke band. Ondanks dat alles stond Rominger vanochtend vijfde, op ruim vijfeneenhalve minuut achter maestro Indurain.