In Groningen

We waren van Pieterburen naar Groningen gewandeld. Iris was moe, ik was moe en de hond was ook moe. We zochten een restaurant.

Wij zijn niet handig in de horeca. Altijd als we ergens willen binnenlopen, lijkt het of een hand ons tegenhoudt. Weet je zeker dat dit de bedoeling is? Sta je niet op het punt de fout van je leven te maken? En dan zoeken we verder.

We sjouwden door de hele stad. Tientallen gelegenheden lieten we onbenut. We raakten uitgeput. Die Marokkaan scheen onze laatste kans te zijn.

Daarbinnen heerste enige verwarring. Een ongeveer 20-delig familiegezelschap moest op zijn plaats worden gezet. Ik keek om mij heen en stak mijn vinger uit: “Hier dan maar?”

Rekel zag mij wijzen. Hij hoorde "hier'. Voor hem was het een kwestie van gehoorzaamheid. Vanaf de grond, uit stand, wipte hij middenop het tafeltje. Achteraf zou je zeggen: dat was knap gedaan. Achteraf is het een verhaal over souplesse.

Maar achteraf komt later pas. Rekel zette zich schrap. Hij was niet van zins zijn positie zomaar prijs te geven. Een Marokkaan stoof ondertussen op ons toe. “Neenee”, riep hij, “dat kunnen we hier niet hebben!”

Ik begreep best dat ze dat niet konden hebben. Maar ook achteraf nog heb ik moeite met de suggestie dat het mijn gewoonte was de hond voor het eten op tafel te laten springen.