Houdbaarheid van de leider

Al weer een record voor premier Lubbers. Of liever: hèt record. Want morgen zal hij dan eindelijk de langst zittende minister-president in de Nederlandse geschiedenis zijn. Een wapenfeit dat tot nu toe op naam stond van jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck, de eerste katholieke premier van het land die tussen 1918 en 1933 drie kabinetten leidde, zij het niet achter elkaar. Vandaar dat Lubbers zich eerder al de langst achtereen zittende minister-president kon noemen. Maar van morgen af is hij ook in totaal aantal dagen gemeten recordhouder. Voor de liefhebbers, om precies te zijn: 3907 dagen (met dank aan de heer A.F.M. Lokker uit Schiedam, die het allemaal nauwgezet heeft bijgehouden).

Het tijdperk-Lubbers omvat een "on-Nederlands' lange periode, alleen Drees is met een premierschap van ruim tien jaar in die buurt gekomen. Maar over het algemeen is het de naoorlogse premiers nooit gelukt hun tweede termijn af te maken, als ze daar zelfs al aan toe kwamen. Vooral in confessionele kring zijn er nogal wat premiers doorheen gejaagd, dat maakt de hegemonie van Lubbers des te opmerkelijker. Een voorbode van een nieuwe vorm van christen-democratisch leiderschap of slechts een conjunctureel bepaalde eenmalige oprisping?

Met het aantreden van Lubbers in 1982 als minister-president veranderden de tot dan toe gebruikelijke naoorlogse machtsverhoudingen in de confessionele politieke beweging radicaal. Tot die tijd was de premier slechts uitvoerder, de feitelijke macht zat op een van de achterste bankjes in de Tweede Kamer in de persoon van de fractievoorzitter. Want, zoals oud-KVP-leider Schmelzer al meer dan twintig jaar geleden in zijn beroemde boek zei, het fractievoorzitterschap van de grootste regeringspartij is een veel invloedrijker, machtiger en creatiever functie dan het premierschap. Geen van de katholieke premiers die na 1945 zijn aangetreden kon zich tevens politiek leider noemen. Met de komst van Van Agt in 1977, de eerste van het kort daarvoor gevormde christen-democratisch samenwerkingsverband CDA, leek dat te veranderen. In naam was hij politiek leider, maar het was fractievoorzitter Lubbers die hem constant de andere kant op stuurde. Pas toen Lubbers zelf premier werd, kwam aan de macht van de fractievoorzitter werkelijk een eind. Hij nam de functionele macht mee naar het kabinet en legde de leiding van de fractie in handen van een zetbaas. Het christen-democratisch monisme was daarmee een feit.

Met Lubbers' (onherroepelijk) laatste jaar voor de boeg, is de intrigerende vraag of dit monisme voor het CDA een vast gegeven wordt, of dat het toch gekoppeld zal blijven aan de persoon Lubbers en aan de jaren tachtig, die in de hele westerse wereld werden gekenmerkt door krachtig leiderschap. Zal Brinkman de macht gegeven worden die Lubbers had, of valt het CDA toch terug op het oude KVP-model? De aarzeling binnen het CDA over het leiderschap van Brinkman is aanwezig, hoewel die twijfel er indertijd ook was toen Lubbers aantrad. Trouwens, een weg terug is er niet meer. Brinkman zal naar voren worden geschoven als kandidaat-premier, heeft het partijbestuur al laten weten, maar veel crucialer is wie hem als fractievoorzitter opvolgt. Wordt dat een zetbaas, in welk geval het huidige Tweede Kamerlid Jaap de Hoop Scheffer een goede kandidaat is, of wordt het een waakhond, als hoedanig steeds vaker de naam van Kamervoorzitter Wim Deetman wordt genoemd. Die laatste constructie betekent een vorm van gedeeld leiderschap. Durft een politieke partij dat in het huidige tv-tijdperk nog aan?

Brinkman niet. Hij is zich meer dan wie ook bewust van het belang van "goed overkomen'. Een voorwaarde daarbij is dat er geen twijfel bestaat over de positie van de boodschapper. Het overbrengen van de boodschap, is een onderwerp dat hem al lange tijd bezighoudt. In 1984, Brinkman was nog geen twee jaar minister van WVC, liet hij zich al tegenover het weekblad Vrij Nederland ontvallen zo onder de indruk te zijn van de manier waarop de paus op het Sint Pietersplein mensen voor zich wist te winnen. Brinkman: “Die man weet hoe hij de massa's aan zich kan binden. Als een filmster! Hoe hij het zo weet te draaien dat hem mandjes met wijn uit allerlei landstreken worden aangeboden. Voor een deel komt het natuurlijk voort uit devotie, maar het is toch vooral die man. Ik begrijp wel dat intellectuelen er hun twijfel over zullen hebben. Maar de massa's worden geroerd. Daar zouden politici nog van kunnen leren.”

Brinkman heeft inmiddels geleerd. Want hij mag dan nog zo vaak verklaren dat het hem vooral om de inhoud te doen is, met Brinkman zal Nederland zijn eerste echte beeldbuispremier krijgen. Niet zozeer gekozen op zijn conduitestaat, maar op zijn imago: daadkracht-Elco, strijder tegen de stroop, Elco Hoeksteen Brinkman, Babyboomer Brinkman en wellicht ook nog - als de aquarelhausse even doorzet - echtgenoot van Janneke. Anders dan Lubbers de dossiervreter dus. Die moest het in 1982 hebben van het 'momentum'. Hij kwam aan als plotselinge nieuwe leider, nadat het land een jaar lang niet was geregeerd, terwijl de werkloosheid maandelijks met tienduizenden tegelijk op liep. Wie in een dergelijk klimaat het no nonsense beleid afkondigt heeft direct een enorme voorsprong. Een voorsprong die Lubbers vervolgens - toen er al lang geen sprake meer was van no nonsense - door behendig regelen en ritselen niet meer uit handen heeft gegeven.

Brinkmans' aanloopperiode tot het hoge ambt is langer, zijn stage duurt nu al drie jaar, waardoor hij kwetsbaarder is. Alles wordt immers afgemeten aan zijn eventuele toekomstige functie. Maar bovendien zal Brinkman ook veel eerder dan Lubbers worden geconfronteerd met het verschijnsel "overbelichting'. Wie teveel mikt op de zappende kijker, kan na verloop van tijd het slachtoffer van diezelfde tv-consument worden, als daar de verveling heeft toegeslagen. De ex-columnist van de New York Times, Tom Wicker, wees onlangs tijdens een lezing in Utrecht op dit gevaar dat de generatie televisie-politici bedreigt.

De politiek is minder dominant geworden en daardoor slechts één van de vele produkten waarmee de consument dagelijks wordt geconfronteerd. Als leidende politici het in eerste instantie niet meer van hun daden moeten hebben maar van het beeld op de televisie, hebben ze net als elke serie maar een beperkte levensduur. En waar politieke beleidsdaden vanwege de complexiteit steeds minder als echte daden worden beschouwd, worden beeld en uitstraling steeds meer bepalend. Mensen willen dan na een aantal jaren niet een betere, maar een andere politiek leider.

De omloopsnelheid van politiek leiders wordt zodoende noodgedwongen groter. Daarom is het heel goed mogelijk dat Lubbers' record oneindig lang in de boeken zal blijven staan. Mocht Brinkman na de verkiezingen van volgend jaar Lubbers als premier opvolgen en een poging willen wagen het record te breken dan zal hij tot het jaar 2006 moeten aanblijven. Dat betekent, tot 2006 elke week een paar keer Brinkman op de televisie. Inderdaad, onvoorstelbaar. Dat record van Lubbers staat voorlopig nog wel.