Grutto

De discussie over het voortbestaan van de grutto, waarvoor ons land verreweg het belangrijkste broedgebied is, recentelijk begonnen door natuurbeschermingsorganisaties als Natuurmonumenten en het Wereld Natuur Fonds, begint typische, VVD-pragmatische, kenmerken te vertonen - niet verwonderlijk met voorzitters als de notoire liberale coryfeeën, respectievelijk Winsemius en Nijpels.

Dat pragmatisme komt er in het kort op neer: van enige beperking van de economische groei (en daarmee van het terugdringen van het autogebruik, de industriële en agrarische bedrijvigheid) kan geen sprake zijn dus leggen we ons bij de feiten neer: we stoppen de grutto in een reepje reservaat als de Gelderse Poort en een dras stukje wei bij Jisp en Ilpendam; overig Nederland leveren we definitief uit aan de bio- en betonboeren. Dat is bovendien geheel in lijn met de opvattingen van oud- en beoogd nieuw coalitiegenoot CDA dat van zijn "rentmeesterschap' en "heelheid van de schepping' evenzovele gotspés maakt.

Als natuurliefhebber wil ik enkele (gevoels)argumenten aandragen waarvan ik veronderstel dat miljoenen landgenoten die met mij delen. In de eerste plaats is de grutto een wettelijk beschermde diersoort en is het derhalve strafbaar het dier, zoals nu massaal gebeurt, te doden (kapotinjecteren, -gieren, -maaien) of zijn broedgebied te vernietigen. Het achterwege laten van strafmaatregelen is een (zoveelste) ernstig falen van politie/justitie en een bewijs temeer dat natuurbescherming geen enkele prioriteit heeft.

Als (rand)stedeling, dagelijks de uitlaatgassen snuivend, de oren gepijnigd door verkeersherrie en ander lawaai, wil ik per fiets de drukte ontvluchtend, op het platteland de geluiden horen van de grutto, leeuwerik, kievit, koekoek etc. alsmede genieten van de aanblik van dotter-, pinkster- en koekoeksbloemen (om slechts enkele algemene doch helaas reeds zelzaam geworden soorten te noemen).

Want het gaat natuurlijk niet alleen om de grutto. Zijn biotoop, met alle daarbij horende flora en fauna, dreigt in enkele jaren volledig ten offer te vallen aan verdergaande verstedelijking, aanleg van bedrijventerreinen, wegen en spoorlijnen alsmede agrarische overproduktie - nota bene door onze belastinggelden gesubsidieerd.

Inplaats van het gekwinkeleer der vogels en de schoonheid van bloemen word je echter onthaald op talloze trekkers, die de dorre, gele steppe, die onze polders zijn geworden, geselen met kettingen, besproeien met overtollig mest en de fietser verdrijven met de ziekmakende stank van amoniak en goedkope dieselolie.

Ik weet het: we hebben hier niet van doen met oorspronkelijke natuur doch cultuurgronden en jammer voor de planten en dieren die eens zo stom waren daar hun toevlucht te zoeken, maar de voortgaande ontwikkeling houden ze niet tegen.

We zijn gelukkig zo genereus ze alsnog een bescheiden plaatsje te bieden in oorden ver uit de buurt. Dat kan onze economie nog wel dragen. En wellicht wordt deze gulheid nog beloond met de verschijning van een enkel goudpleviertje en een zwarte ooievaar als de natuurbescherming kans ziet het grote publiek op een afstand te houden.

We doen er dan eigener beweging nog een zeearend uit Sleeswijk-Holstein en een eland uit Polen bij; goed voor de deviezen van deze ook al met hun economie sukkelende landen. Net meervoudig grootvader geworden moet ik dus maar voor lief nemen dat overig Nederland wordt ontwaterd, vergiftigd, geasfalteerd en versteend.

Enfin, kan ik mijn kleinkinderen straks geen sprookjes maar de bittere waarheid vertellen: er was eens...