Gevangenisbeleid is soms "overdreven restrictief'

STRAATSBURG, 15 JULI. De omstandigheden waaronder gedetineerden verblijven in de extra-beveiligde inrichting van De Schie in Rotterdam en de afdeling voor beheersgevaarlijke gevangenen in Demersluis in Amsterdam laten veel te wensen over.

De cellen zijn kwalitatief zeer goed, maar vooral in de zwaarbewaakte afdeling 4A van Demersluis is het regime overdreven restrictief en zijn de verhoudingen tussen personeel en gedetineerden zeer slecht. Daar moet snel verbetering in komen.

Dat staat in een vanmiddag gepubliceerd onderzoeksrapport van een comité van de Raad van Europa in Straatsburg over het gevangeniswezen in Nederland. Over het algemeen worden gevangenen in ons land goed behandeld - er zijn geen aanwijzingen van martelingen en er zijn slechts weinig klachten over slechte behandeling - maar op onderdelen van het Nederlandse gevangenisbeleid bestaat kritiek, zo blijkt uit het verslag van het Europese comité "voor de preventie van mishandeling en onmenselijke behandeling of bestraffing' (CPT). Leden van die onderzoeksgroep hebben tussen 30 augustus en 8 september van het vorig jaar een groot aantal gevangenissen in Nederland bezocht.

Het beeld dat de onderzoekers schetsen van het gevangeniswezen in ons land is niet ongunstig. “De indruk bestaat dat de kans gering is dat iemand die in Nederland van zijn vrijheid wordt beroofd fysiek slecht wordt behandeld.” En, aldus het rapport: zowel de materiële omstandigheden in de gevangenissen als het regime in de Nederlandse gevangenissen en jeugdinrichtingen die werden bezocht waren “bevredigend”, en voldeden soms aan “zeer hoge eisen”. De onderzoekers tonen zich vooral ingenomen met het principe van één man per cel. De verhouding tussen staf en gevangenen is meestal goed.

Dat neemt niet weg dat er klachten zijn. De onderzoekscommissie vraagt daarom aan de Nederlandse autoriteiten om een overzicht van het precieze aantal klachten dat in 1991 en 1992 is ingediend tegen politiemensen en gevangenbewaarders, en ze wil weten hoe die klachten disciplinair zijn afgehandeld.

Daarnaast vragen de onderzoekers de Nederlandse regering om nadere informatie over drie specifieke incidenten. Het betreft de vermeende mishandeling van een gevangene in de zwaarbeveiligde afdeling 4A in Demersluis augustus vorig jaar; de verwonding van twee mannen in het Grenshospitium november vorig jaar, en de dood van een Turkse man die afgelopen januari overleed in een politiecel in Venlo.

Volgens getuigenverklaringen tegenover de onderzoekers zouden een gevangene in de zwaarbewaakte afdeling van Demersluis na een ruzie met een personeelslid handboeien zijn omgedaan. Vervolgens zou hij door bewaarders aan zijn benen omhoog zijn getrokken en zijn geslagen en geschopt, ook in het gezicht. Daarna zou hij in een aparte strafcel zijn geplaatst.

Ook los van dit incident is de kritiek van de onderzoekers het scherpst als het gaat om het regime in De Schie en vooral in Demersluis. De gevangenen verlaten slechts zeer beperkt hun cel, er worden nauwelijks ontspanningsactiviteiten georganiseerd en bovenal is de verhouding tussen het personeel en de gevangenen in die inrichtingen slecht. Het comité beveelt aan dat dringend een onderzoek wordt ingesteld naar de wijze waarop gevangenen worden behandeld in afdeling 4A van Demersluis, met de bedoeling om de relatie tussen gevangenen en het personeel te verbeteren. De onderzoekers bepleiten “een minder restrictief en meer stimulerend regime”.

Het besluit van de Nederlandse regering om twee nieuwe "extra zwaar beveiligde inrichtingen' te bouwen in Vught en Lelystad kan volgens de onderzoekers een positieve ontwikkeling zijn. Voorwaarde is echter wel dat ook in de gevangenissen een regime wordt toegepast dat “zo normaal mogelijk” is.

De condities waaronder de asielzoekers in het Amsterdamse Grenshospitium vastzitten die geen kans hebben om te worden toegelaten tot Nederland en wachten op hun uitwijzing, zijn over het algemeen “adequaat”, aldus de onderzoekers.