Fiod: smeergeld Suriname betaald uit humanitaire hulp

ROTTERDAM, 15 JULI. Ruim negen miljoen gulden van geld dat bestemd was voor humanitaire noodhulp aan Suriname is volgens de fiscale opsporingsdienst (FIOD) in Haarlem besteed aan smeergeld voor Surinaamse ambtenaren, politici en andere invloedrijke personen.

De negen miljoen gulden is zestien procent van het totale bedrag dat Suriname uit de noodhulp betaalde aan twee Nederlandse exportbedrijven die levensmiddelen en cement leverden. In 1991 werd 3,6 miljoen gulden gulden en in 1992 5,5 miljoen gulden aan steekpenningen afgedragen.

Voor het uitbetalen van het smeergeld moest door de Nederlanders een apart bedrijf in Amsterdam worden opgericht dat het geld afdroeg aan een Surinaamse “contactpersoon”. Deze persoon handelde volgens justitie in opdracht van de penningmeester van de Surinaamse hindoestaanse regeringspartij VHP, D. Sardjoe, en van de voormalig directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij SLM, A. Mungra.

De Tweede-Kamerleden Weisglas en Terpstra (VVD) vragen minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) of hij, indien de FIOD gelijk heeft, kan aangeven hoe hij het smeergeld middels boetes of schadeclaims zal terugeisen van Suriname. Weisglas eist bovendien dat Nederland aandringt op het aftreden van de president van de Centrale Bank van Suriname, Goedschalk, die onder andere zou hebben geprofiteerd van het smeergeld. “Goedschalk is niet te handhaven omdat elke dubbeltje ontwikkelingshulp langs die man gaat”, aldus Weisglas.

Sardjoe heeft tegenover het Surinaamse dagblad De Ware Tijd toegegeven als vertegenwoordiger van een van de Nederlandse bedrijven in Suriname geld te hebben ontvangen, maar volgens hem ging het om legale betalingen. “Ik ontvang uiteraard commissie voor mijn werk. Maar ik heb geen smeergeld gekregen of ambtenaren omgekocht.”

De Amsterdamse advocaat mr. A. Moszkowicz laat namens Mungra weten dat deze “nooit en te nimmer zaken heeft gedaan met de verdachte Nederlanders en nimmer enige gelden van ze heeft ontvangen”.

Pag 3: Ontkenningen in Suriname

De president van de Surinaamse Centrale Bank, H. Goedschalk, heeft tegenover De Ware Tijd ontkend smeergeld te hebben ontvangen van de Nederlandse bedrijven. Goedschalk noemt de beschuldiging “absolute nonsens” en wijst erop dat zijn bank uitvoering geeft aan besluiten van de regering maar zelf geen overeenkomsten aangaat over kredietverlening.

Volgens de Surinaamse minister van justitie, S. Girjasing, kunnen tussen Nederland en Suriname nog geen justitiële gegevens worden uitgewisseld, omdat het rechtshulpverdrag tussen de landen nog niet van kracht is. Het verdrag moet eerst worden geaccordeerd door het parlement van beide landen.

Een woordvoerster van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking in Den Haag zegt dat het departement nog niet weet of de beweringen van de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst juist zijn. Het departement heeft de zaak in onderzoek en wacht nog op gegevens van justitie.