EZ moet boeten voor niet doorgaan centrale

DEN HAAG, 15 JULI. Het College van beroep voor het bedrijfsleven heeft het ministerie van economische zaken veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 11 miljoen gulden aan het Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland (EZH). Het gaat om de helft van de voorbereidingskosten die stroomproducent EZH had gemaakt voor de bouw van een derde elektriciteitscentrale op de Maasvlakte.

Tot de bouw van deze (kolen-)centrale was in 1990 met goedkeuring van minister Andriessen besloten. Deze uitbreiding van het produktievermogen was al in twee Elektriciteitsplannen vastgelegd en EZH was vergevorderd met de voorbereidingsplannen. Het bedrijf had in totaal 21,9 miljoen gulden aan het project besteed. Eind 1991 besloot Andriessen echter de bouw niet te laten doorgaan omdat intussen het vermogen van kleine centrales die de stroomopwekking met warmteproduktie combineren ("warmte-kracht koppeling') sterk was toegenomen. Ook was het nieuwe besluit van de minister ingegeven door milieu-bezwaren tegen een nieuwe kolencentrale.

Het College van beroep voor het bedrijfsleven vindt dat de minister de Maasvlakte-centrale terecht heeft afgeblazen, omdat anders een overschot van elektriciteit zou ontstaan. De planning van de stroomvoorziening moet flexibel blijven. Ondanks de goedkeuring van het Elektriciteitsplan blijft er een maatschappelijk risico voor de vergunninghouder. Bij verandering van inzichten is daarom ook niet altijd een schadevergoeding nodig. Maar in dit geval kreeg EZH wel op erg korte termijn te maken met een volledige ommekeer in de opvattingen van Andriessen, aldus het College van beroep.

Andriessen moet nu van het college een nieuw besluit nemen, waarin ook een schadevergoeding wordt geregeld, maar het volledige bedrag hoeft de minister niet te betalen. Volgens het college is de helft, 11 miljoen gulden aan onnodig gemaakte kosten, voldoende. EZH kan immers op termijn mogelijk voordeel genieten van het niet-doorgaan van de derde Maasvlakte-centrale omdat een onnodige investering is voorkomen.