Een historische demarcatielijn in Korea

Al mag Bill Clinton dan nog geen doctrine op zijn naam hebben gebracht, daden en uitspraken van de nieuwe president markeren toch de contouren van een buitenlands beleid. De foto's, afgelopen zondag aan de Koreaanse bestandslijn van Clinton genomen, mogen de afwezigheid van enige militaire vorming bij de hoge bezoeker onderstrepen, de president en Supreme Commander stond er als bevestiging van de voortzetting van een Amerikaans beleid dat teruggaat op zijn verre voorganger Harry Truman. Immers, de Koude Oorlog is voorbij, maar achter de lijn langs de 38ste breedtegraad houdt zich nog steeds een agressieve communistische mogendheid op. Als Noordkoreanen ooit van nucleaire wapens gebruik zouden maken, zou dat in Clintons woorden “het einde van hun land betekenen”.

Toen Noord-Korea in 1950 het zuiden overrompelde werd de inval door het Westen opgevat als een voorbeeld van de agressie van het als monolitisch beschouwde communistische blok dat onder aanvoering van de Sovjet-Unie de verovering van het gehele Euro-Aziatische continent op het oog had. De subtiliteiten van de werkelijkheid ontgingen destijds de Westerse leiders, maar zij waren van één overtuiging doordrongen: communistische expansie moest worden verhinderd en zonodig bloedig afgegrendeld.

Vanzelfsprekend heeft Clinton andere zorgen. Noord-Korea verkeert in een isolement en is allesbehalve de voorhoede van een dynamisch communistisch experiment. Het naburige China noemt zich nog communistisch, maar heeft meer aandacht voor de ontplooiing van zijn economische betrekkingen met het Westen dan voor de noden van het extreme buurland. Dat de Noordkoreanen openlijk op een nucleaire status uit zijn bevalt bovendien het regime in Peking evenmin als de regering in Washington, zomin als China's verwerving van die status destijds in Moskou enthousiasme veroorzaakte.

In de discussie die zich in Amerika voltrekt over het nut van het zogenoemde verdrag tegen spreiding van kernwapens heeft de president met zijn uitspraken aan de Koreaanse bestandslijn partij gekozen. Dat verdrag loopt over enkele jaren af en dan moet opnieuw worden beslist of en zo ja hoe de spreiding van kernwapens dient te worden verhinderd. Critici van het verdrag menen dat een dergelijke spreiding zich al voltrekt en dat het voor de wereld waarschijnlijk veiliger is de loop der dingen te aanvaarden. Wanneer bedreigde landen eveneens nucleaire wapens verwerven ontstaan er volgens die redenering nieuwe evenwichten en waarom zouden de betrokken leiders minder gevoelig zijn voor de blik in de kristallen bol van de nucleaire (zelf)vernietiging dan de machthebbers in Oost en West tijdens de Koude Oorlog? India en Pakistan, de Arabieren en Israel, Noord- en Zuid-Korea zullen zich wel twee keer bedenken om de atoomdrempel te overschrijden als zij een nucleaire reactie moeten vrezen.

Clinton schrikt er voor terug om deze wissel op de toekomst te trekken. Hij houdt vast aan een systeem dat weliswaar niet waterdicht is gebleken, maar dat toch de uitdrukking is van de wens van een grote meerderheid van staten om het nucleaire gevaar zo klein mogelijk te houden. Bovendien, behalve tegenslagen zijn er ook successen: China en Frankrijk, erkende nucleaire staten, treden toe tot het verdrag en verplichten zich daarmee tot de gezamenlijke doelstellingen, Zuid-Afrika ontdoet zich van zijn heimelijk verworven nucleaire vermogen en accepteert het lidmaatschap als niet-nucleaire mogendheid.

Noord-Korea's aankondiging eerder dit jaar het non-proliferatieverdrag te verlaten en het gesignaleerde vermogen van dit land om op afzienbare termijn over atoomwapens de beschikking te krijgen waren een zware tegenslag voor de gehele Oostaziatische regio. Niet alleen Zuid-Korea, maar ook Japan voelde zich rechtstreeks bedreigd. De Amerikanen konden dan ook niet anders dan hun traditionele rol spelen van handhaver van het machtsevenwicht, wilde een riskante escalatie in de regionale verhoudingen worden voorkomen. Zware pressie uit Washington bracht het Noordkoreaanse regime ertoe zijn voornemen op te schorten, maar het bleef de internationale inspecteurs weigeren die het volgens verdrag was gehouden toe te laten. Clintons uitspraak moet dan ook vooral worden gezien als een waarschuwing dat aan de onduidelijkheid die Noord-Korea momenteel betracht een einde moet komen.

In al haar scherpte was de opmerking van de Amerikaanse president over de eventuele toekomst van Noord-Korea nogal dubbelzinnig. Het ziet er namelijk niet naar uit dat Amerika met tegenactie zal wachten tot Noord-Korea een nucleair arsenaal heeft verworven en er daadwerkelijk gebruik van maakt. Veeleer mogen de Noordkoreanen een aanpak verwachten als waaraan Irak al verschillende malen is onderworpen. Weliswaar is er een onderscheid: de strafmaatregelen tegen Saddam Hussein waren een rechtstreeks uitvloeisel van diens agressie tegen Koeweit en hadden in één geval direct te maken met een voorgenomen aanslag op het leven van een voormalige Amerikaanse president. Maar het Amerikaanse vermogen om met geleide wapens verdachte installaties buiten werking te stellen is voldoende aangetoond om wellicht ook op de Noordkoreaanse machthebbers enige indruk te maken. Clinton heeft bewezen voor het gebruik van dat vermogen niet terug te schrikken.

Als een nieuwkomer op het internationale toneel heeft de president zich onthouden van breedopgezette dogma's en nauw omschreven doelstellingen, behalve dat hij het als zijn taak heeft genoemd de vooraanstaande plaats van Amerika in de wereld te handhaven. Dat hij de voorgenomen sanering van de staatsfinanciën en van de gezondheidszorg alsmede de bevordering van de werkgelegenheid ook beschouwt als vertrekpunt van een geloofwaardige buitenlandse politiek is geen geheim meer. Maar hoe die politiek er bij benadering zou uitzien was hoogst onzeker, misschien ook voor de president zelf.

Van Carter werd gezegd dat zijn detailkennis ongeëvenaard was, maar dat hem het politieke instinct ontbrak, van Reagan werd het omgekeerde beweerd. Van Bush mag duidelijk zijn dat hij een bondgenootschap wist te smeden en een gesteld doel wist te bereiken. Het leverde hem in politieke termen uiteindelijk niets op. Clintons ontegenzeggelijke politieke instinct blijkt hem bij zijn internationale demarches niet in de steek te laten. Hij onderkent dat ook, al is de samenhang der dingen mogelijk nog vaag, soms een streep moet worden getrokken, niet altijd en overal, maar evenmin nooit en nergens. De Koreaanse demarcatielijn bood een historische en symbolische locatie.