Een hand van Balladur, kusje van Mitterrand

PARIJS, 15 JULI. Frankrijk kan gerust zijn: de "cohabitatie' tussen het staatshoofd François Mitterrand en zijn eerste minister Edouard Balladur verloopt voorspoedig en 57 procent van de Fransen is bereid voor het vaderland te sterven. Deze twee geruststellende gegevens kwamen aan het licht op een donkere Quatorze Juillet in Parijs - het regende in de hoofdstad als zelden tevoren op de nationale feestdag.

Het opinieonderzoek dat Le Figaro en het tv-station TF 1 lieten verrichten - over de vraag: “Bent u, zo nodig, bereid te sterven om uw land te verdedigen” - gaf de indruk dat de Franse strijdkrachten populairder zijn dan ooit. Niet omdat een “invasie door een vreemd leger” (vraag in de enquête) dreigt, maar vooral wegens de deelneming van Franse soldaten aan VN-vredesoperaties, in Bosnië, in Somalië, in Cambodja, etc. Zeventig procent van de ondervraagde Fransen keurt die goed.

Uit Bosnië was bovendien begin deze week een held teruggekeerd met wie de Fransen zich gaarne identificeren, generaal Philippe Morillon, de ex-commandant van de VN-vredesmacht in Sarajevo. Morillon mocht, onderscheiden met de hoogste orde in het Légion d 'Honneur, plaatsnemen op de eretribune op de Place de la Concorde, waar 6.000 militairen na hun defilé in de regen over de Champs-Elysées de president, zijn premier en de ministers een groet brachten. Geheel in stijl bromde Morillon, nog steeds met de blauwe baret op het hoofd, later dat hij de kwalificatie "moedige generaal' niet verdient, want “ik had geen besef van gevaar”.

Op de traditionele "garden-party' in de soppige tuin van het Elysée lieten tweeduizend genodigden zich vervolgens de champagne Mumm Cordon Rouge en geraffineerde hapjes als haai, brochettes van gambas met pruimen, alsmede 140 soorten Franse kaas smaken, terwijl Mitterrand voor de televisiecamera's uitlegde hoe prettig de samenwerking met premier Balladur verliep. Mitterrand: “De kwaliteiten van de eerste minister passen min of meer goed bij de mijne.” Niettemin had de president “als een slapende kat die zijn nagels heeft ingetrokken” (zoals een krant schreef) toch enkele adviezen, bijvoorbeeld dat “extreme voorzichtigheid” is geboden bij de privatisering van strategische staatsondernemingen zoals de vliegtuigfabriek Aerospatiale.

De held van de "garden-party' was niet premier Balladur of een van zijn ministers, die overigens maar kort bleven omdat ze voor een lunch op het Parijse stadhuis van Jacques Chirac waren uitgenodigd. Dat was Bernard Tapie, de altijd veelbesproken zakenman/politicus/voorzitter van Olympique Marseille, die werd omringd door vrouwen die zijn handtekening vroegen. Op de mannen in het gezelschap, die meestal meer van voetbal en de schandalen weten, maakte Tapie een gespannen indruk. Maar hij kreeg de steun van Mitterrand, die de Olympique-voorzitter in het televisiegesprek prees als "energiek' en een "uitstekende minister'. Onder premier Bérégovoy was Tapie vorig jaar zes weken minister van Stadsontwikkeling tot hij moest aftreden wegens een zakelijk geschil met een zakenman/parlementariër van de oppositie.

Toen Mitterrand eindelijk - het liep tegen drie uur - verscheen om zijn gasten te begroeten, waren vrijwel alleen nog de getrouwen over, zoals Tapie, die een hand en een blik van verstandhouding kreeg en enkele genodigden wier geduld beroepsmatig groot is. De president kuste Miss France uit Guadeloupe, een stukje Frans grondgebied aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, dat gelukkig evenals het moederland geen invasie van een vreemd leger behoeft te vrezen. Van Balladur kreeg Miss France een hand - de kwaliteiten van de president en de premier vulden elkaar aan.