Werper Callenbach zet op EK honkbal toon voor Nederland

STOCKHOLM, 14 JULI. De Nederlandse honkbalploeg heeft een belangrijke stap gezet op weg naar de Europese titel. Bij de eerste confrontatie in de "best of five' om het kampioenschap werd Italië met 7-1 verslagen. Werper Peter Callenbach, die nog niet eerder in Zweden was aangetreden tijdens de "verplichte nummers' tegen de mindere honkballanden, was de grote uitblinker. Hij hield de anders zo gevaarlijke slagploeg van Italië op slechts acht honkslagen. Callenbach zette daarmee de toon voor de morele dreun die Nederland heeft uitgedeeld aan zijn aartsrivaal.

Oranje-coach Jan Dick Leurs is vast van plan de afstraffing uit te wissen die Italië in 1991 verzorgde. Toen werd Nederland vijf keer op rij met grote cijfers verslagen en verspeelde daarmee ook de kwalificatie voor de Olympische Spelen in Barcelona. Een klap die voor de toenmalig Amerikaanse coach Jim Stoeckel tot ontslag leidde en die lange tijd is na blijven dreunen in de Nederlandse honkbalgelederen. “Wij vormen weer een team en dat is belangrijk in de sport”, aldus Leurs.

In het Italiaanse kamp is de nederlaag hard aangekomen. Vooral na het verlies vorige maand van de Europa Cup I en II aan respectievelijk ADO en Neptunus. Ook bij de jeugd is Nederland momenteel de sterkste van Europa. De Italiaanse coach Silvano Ambrosioni geeft zelf aan waar het aan schort. “Wij hebben de laatste tijd een aantal jongere spelers moeten selecteren. Zo'n acht in vergelijking tot 1991. Die presteren nog onvoldoende. Dat bleek ook al tijdens het toernooi om de Intercontinentale Beker dat onlangs in Italië is gehouden. Onze ploeg wist slechts te winnen van Frankrijk en Spanje. Dat is een zeer slecht resultaat voor de nog regerend Europees kampioen. Op het wereldtoneel spelen wij helaas geen rol van betekenis.”

Ambrosioni geeft aan dat ondanks alle krachtsinspanning het Europese honkbal nog steeds niet meespeelt. Natuurlijk zijn landen als Zweden, Spanje en bijvoorbeeld Frankrijk met sprongen vooruit gegaan. Dat bewijst het EK in Zweden wel. Als over twee jaar de titelstrijd in Haarlem tevens goed is voor kwalificatie voor de Spelen in Atlanta in 1996 zullen Italië en Nederland een andere strategie moeten voeren. Over de andere landen wals je niet meer zo gemakkelijk heen als tien jaar geleden.

De honkbalclub Sundbyberg, samen met Alby en Skarpnäck een van de drie lokaties waar het EK wordt afgewerkt, is voor de meeste Zweden onbekend terrein. Honkbal leeft helemaal niet in Zweden, verklaart een voorbijganger, die met enig medelijden naar de kleine tribune kijkt waar zo'n vijftig bezoekers hebben plaats genomen voor de eerste wedstrijd om het Europees Kampioenschap. Dat Zweden voor het eerst in de geschiedenis is doorgedrongen tot de top-vier van Europa zegt hem totaal niets.

Ook de Belg Gaston Panaye realiseert zich dat er nog een lange weg te gaan is. Hij is secretaris van de Europese Honkbalbond en vice-president voor Europa van de Wereldbond. “Om op wereldniveau een rol van betekenis te spelen moeten wij nog veel werk verzetten”, zegt hij onomwonden. “Dat je een Europees Kampioenschap moet verspelen op zo'n beperkte lokatie als in Zweden is jammer. Maar tevens onvermijdelijk. Alleen Nederland en Italië hebben stadions met verlichting. Oh ja, Frankrijk heeft er ook een. Je zou dus eigenlijk nergens anders een toernooi als dit kunnen organiseren. Nu speel je de belangrijkste wedstrijden onder etenstijd. Dat nodigt niet echt uit tot een grote toeloop”, aldus Panaye.

“Niettemin blijf ik optimistisch”, vervolgt hij. “Het spelpeil gaat nog steeds omhoog. Dat bewijst de Zweedse ploeg hier zelf al. Als er dan straks ook nog een aansprekende prestatie wordt geleverd op de Olympische Spelen door een Europees land, dan zal dat ongetwijfeld een gunstige uitstraling hebben.”