Werksituatie chronisch zieke vaak probleem

DEN HAAG, 14 JULI. Chronisch zieken komen moeilijk aan het werk. Hun positie op de arbeidsmarkt is een groot probleem. Mensen met een gezondheidsprobleem lopen “grote risico's uitgerangeerd te worden en te blijven”.

Deze conclusies trekt de Nationale Commissie Chronisch Zieken (NCCZ) in een rapport dat zij vanmiddag heeft overhandigd aan staatssecretaris Wallage (sociale zaken en werkgelegenheid). Om de positie van chronisch zieken te verbeteren moet het beleid worden aangepast, aldus de commissie.

De chronisch zieken waren vorige week onderwerp van debat in de Eerste Kamer. De Kamer dwong Wallage tot een wettelijke regeling die alle chronisch zieke werknemers enkele maanden de mogelijkheid biedt zich particulier tegen arbeidsongeschiktheid bij te verzekeren. Blijkens het onderzoek heeft zeker de helft van de ruim 900.000 mensen die al een WAO-uitkering hebben een chronische ziekte. Het gaat hierbij om aandoeningen van het bewegingsstelsel (reuma, rugklachten), psychiatrische ziekten, CARA, diabetes, epilepsie, maag- en darmaandoeningen, multiple sclerose en Parkinson. Gemeenschappelijke kenmerken van deze ziekten zijn dat ze jaren duren en vaak een onvoorspelbaar verloop hebben.

Staatssecretaris Simons van volksgezondheid installeerde de NCCZ twee jaar geleden. De commissie constateert nu dat haar activiteiten wel tot meer publieke en politieke aandacht voor de chronisch zieken hebben geleid, maar nog niet tot maatregelen om de maatschappelijke positie van deze groep te verbeteren.

De commissie heeft het Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg nu onderzoek laten doen naar de arbeidsmarktpositie van chronisch zieken. Volgens dit onderzoek ondervinden chronisch zieken bij het zoeken naar werk of op het werk zelf veel belemmeringen. Werk is voor chronisch zieken, aldus de NCCZ, erg belangrijk. “Werk kan leiden tot zelfwaardering, sociale contacten en een betere financiële positie. Chronisch zieke werknemers zijn daarom extra gemotiveerd.” Toch, stelt de commissie, ontmoeten zij vaak onbegrip bij collega's en werkgevers, “zeker als de ziekte niet meteen zichtbaar is”. Ook zijn hun promotiekansen lager.

Volgens de NCCZ kunnen chronisch zieken vaak aan het werk blijven als hun werksituatie zou worden aangepast, maar worden deze aanpassingen te weinig in de praktijk gebracht. Dat ligt niet aan de wetgeving, aldus de commissie, maar aan de uitvoering. Volgens de onderzoekers zou het goed zijn de versnipperde kennis over werkaanpassingen via een landelijk informatiepunt te bundelen.

De NCCZ gaat zelf verdere activiteiten ontwikkelen om de arbeidsmarktpositie van chronisch zieken te verbeteren. In Utrecht beginnen dit najaar experimenten op het gebied van studie- en loopbaanbegeleiding. Ook komt er een voorlichtingscampagne.

Overigens stelt de commissie dat de aard van de ziekte niet de enige factor van belang is voor een positie op de arbeidsmarkt “en waarschijnlijk ook niet de belangrijkste”. Voor chronisch zieken geldt hetzelfde als voor andere werknemers: hun kans op een baan is groter bij een hoog opleidingsniveau, als ze man zijn, als ze jong zijn of werkervaring hebben.