Voorstel van kabinet aan Tweede Kamer: Meer macht voor premier

DEN HAAG, 14 JULI. De premier moet de macht krijgen om de ministerraad te vragen een falend bewindsman te ontslaan. Het kabinet praat vanavond over dit voorstel om de positie van de premier te versterken. Ook zou de premier op Europees gebied formeel een sterkere positie moeten krijgen.

Het kabinet stuurt deze opvattingen in een brief aan de Kamer en zal, als de Kamer instemt, zijn reglement van orde wijzigen. In de traditie van het Nederlandse staatsrecht is de premier als primus inter pares niet meer dan voorzitter van de ministerraad. De Kamer bespreekt de rapporten later dit jaar.

Een woordvoerder van de premier wijst erop dat de premier een voordracht doet aan de ministerraad bij het ontslaan van een bewindsman en zo “de collectieve besluitvorming” gewaarborgd blijft. Het vertrek van een bewindspersoon hangt vaak af van diens partijleider. De premier zelf heeft er dikwijls zijdelings mee te maken. De afgelopen twee maanden zijn twee PvdA-staatssecretarissen - E. ter Veld en R. in 't Veld - afgetreden, zonder dat Lubbers erg nauw bij de besluitvorming was betrokken. Het vertrek werd gezien als een interne zaak van de PvdA. Lubbers steunde beide staatssecretarissen echter tot het laatst.

Als de premier de formele bevoegdheid heeft ministers en staatssecretarissen voor te dragen voor benoeming en ontslag, is hij formeel nauwer betrokken bij een bewindspersoon die wankelt. In de praktijk hangt de positie van de premier nu sterk af van diens persoonlijke statuur. Zo wisten de afgelopen twintig jaar Den Uyl en Lubbers een sterkere positie te verwerven dan hun volgens het reglement van orde van de ministerraad toekwam. Zij hebben zich ook voorzien van een grotere ambtelijke staf, die zich met het beleid van collega-bewindslieden ging bemoeien.

Op het gebied van Europa en de agendering van de ministerraad heeft de premier al meer, zij het ongeschreven, macht. De premier vertegenwoordigt Nederland in de Europese Raad die elk half jaar wordt gehouden. In Europa is de positie van de minister-president in de praktijk versterkt, ten koste van de macht van de minister van buitenlandse zaken. Minister Kooijmans heeft dit aanvaard, maar zijn voorganger, H. van den Broek, heeft zich daar vaak fel tegen verzet. De grotere bevoegdheid van de premier om naar eigen inzicht zaken van belang op de agenda van de ministerraad te zetten, is ook staande praktijk. Een wijziging van het reglement van orde van de ministerraad is op deze onderdelen derhalve een codificatie.