Politie jaagt criminelen nog in trage Skoda's

PRAAG, JULI. “Ons belangrijkste instrumentarium is nog steeds een potlood en een ouwe schrijfmachine”, zegt Miroslav Madera gekscherend. Het is half drie 's nachts. De glimmend-natte straten van Praag liggen er verlaten bij. De patrouille die Madera met zijn collega Martin Frýda heeft gereden zit erop. Nu gaan ze naar het hoofdbureau om de processen-verbaal uit te werken. Dat duurt nog wel een paar uur.

Let wel, ze beklagen zich niet. Beiden hebben bewust voor het politievak gekozen, naar Martin zegt “om mensen te helpen en een schoft tegen schoften te zijn”. Maar vaak is het een ongelijke strijd die de bemanning van patrouillewagen 101, een Skoda 135, type Forman, moet strijden tegen de steeds beter uitgeruste en steeds brutaler georganiseerde misdaad. “Als ze er vandoor gaan met een Audi 100 sta je voor aap”, zegt Martin.

Sinds 1989 is de criminaliteit in de post-communistische landen ruw genomen gegroeid met een factor drie. Per dag verdwijnen in Praag alleen al ongeveer zestien auto's, meestal Westerse, maar een Poolse bende heeft zich nu zelfs gespecialiseerd in de Skoda Favorit, vertelt politiewoordvoerder Petr Link. Vorig jaar werden in de republiek 6.500 auto's gestolen, de eerste drie maanden van dit jaar 1.200.

Josef Doucha van de centrale criminele politie gelooft dat de politie een hele nieuwe structuur moet krijgen. “De georganiseerde misdaad vormt een grotere bedreiging voor de maatschappij dan de gewone. Ze dringt steeds verder door in politieke en commerciële milieus die gebruikt worden om zwart geld wit te wassen. De klassieke methodes werken niet meer. Ons doel is een totaaloverzicht te krijgen over alle criminele activiteiten en netwerken. Maar wij zijn nog niet erg goed geëquipeerd. Onze resultaten zijn nooit definitief, we kunnen hier vier, vijf mensen arresteren, maar de organisatie gaat door. De vraag is steeds wie de grote vis is. Die zit waarschijnlijk in Zwitserland of zo.”

Internationale samenwerking is er steeds meer, maar het ontbreken van een computersysteem werkt remmend. De samenwerking met Interpol is volgens Doucha “nuttig, maar langzaam”. Bij de drugsbestrijding krijgen de Tsjechen hulp van de UNDCP, de VN-organisatie voor internationale drugscontrole. Tussen de Oosteuropese hoofdsteden bestaat intensieve samenwerking die zich uit in regelmatige bijeenkomsten. De data-overdracht tussen de post-communistische hoofdsteden laat echter nog te wensen over.

Terug naar de straat. 21.05 uur: De politieradio meldt dat in Praag 7 drie mannen zijn gesignaleerd die aan een auto staan te prutsen. Het zwaailicht gaat aan, de motor giert in de hoogste versnelling, maar opschieten doen we niet erg: telkens moet Martin Frýda krachtig remmen voor auto's op de linker rijstrook. Zelfs de sirene maakt niet veel uit. “Kun je zien hoeveel respect de mensen hier hebben voor de politie”, gromt Martin.

De bemanning van een andere patrouillewagen heeft de verdachten, drie jongens van een jaar of twintig, al aangehouden. Een verdachte moet in patrouillewagen 101 komen zitten. Miroslav spreekt hem bemoedigend toe: “Ach joh, geef het maar toe, iedereen kijkt naar je.” De jongen vertelt bijna fluisterend dat ze met z'n drieën hebben geprobeerd een oude Skoda 100 open te breken “om een ritje te maken, achter de meiden aan”. De bekentenis is er. De andere patrouillewagen kan de drie afleveren op het bureau.

Miroslav en Martin steken een sigaret op: “Nu hoeft de recherche zich tenminste niet meer bezig te houden met dat onbenullige gedoe. En militaire rechtbanken zijn streng maar rechtvaardig”, besluit Martin grimmig.

22.20 uur: de radio meldt dat in Praag 10 een jonge vrouw is beroofd. We zijn, na alle rode stoplichten met gillende sirene te hebben gepasseerd, het eerst! Op aanwijzing van de vrouw worden uit een café twee mannen geplukt, Slowaken zijn het, allebei dronken. De vrouw krijgt haar vijfhonderd-kronenbiljet (32 gulden) terug, dat haar onder bedreiging met een keukenmes werd afgeperst terwijl ze op de tram stond te wachten. Een overvalwagen neemt de mannen mee.

We gaan naar Praag 4 en rijden door Nusle, het “Praagse Bronx”, zoals Martin zegt, met de grootste concentratie van zigeuners. “Tachtigduizend mensen wonen er, maar we beschikken maar over vijf patrouillewagens.” Vanavond is het rustig, we passeren de Nuslebrug, berucht van de vele zelfmoorden. “Vorig jaar waren we net te laat”, zegt Miroslav. “Kwam er een meisje drie meter van ons vandaan terecht. We hebben ook eens een man die aan de brug hing gered door z'n polsen met de handboeien aan de brug vast te ketenen.”

22.45 uur: In een hospoda (café) in Zbraslav in Praag 5 bedreigt een "zwarte sheriff' personeel en gasten met zijn pistool. Met 130 km/u - “harder kan die Skoda nu eenmaal niet” - naar Zbraslav. Een tweede wagen arriveert tien seconden later. "Zwarte sheriffs” (leden van de vele particuliere bewakingsdiensten in Praag) zijn niet erg geliefd bij de politie: “Veel van die lui hebben een strafblad.” De man in een zwart leren jack die uit het café wordt geleid probeert het op een akkoordje te gooien. “Nietwaar, we doen tenslotte allemaal hetzelfde werk.” Terwijl de cafébezoekers wantrouwend toezien drukt hij Miroslav en Martin demonstratief de hand. Bij fouillering wordt een Lüger op hem gevonden, maar geen wapenvergunning. Met de overvalwagen gaat hij naar het politiebureau in het verder gelegen Radotin.

Vrijwel alle leden van particuliere bewakingsdiensten in Tsjechië zijn bewapend met pistolen. “Voor een wapenvergunning heb je niet veel meer nodig dan een doktersverklaring over je psychische gezondheid”, legt Martin uit. “Die jongens krijgen een Colt en denken dat ze cowboy zijn. Ze gebruiken zo'n wapen veel te snel of gaan er stoer mee doen.”

23.45 uur: Oproep om assistentie van het bureau in Radotin. De bemanning van de 101 heeft er niet veel zin in. Ze hebben juist een rustig surveillancerondje gedraaid over het Václavské Námest (Wenceslausplein) en weer zo'n lange rit kan betekenen dat ze zonder benzine komen te zitten. Nog in het centrum maakt de 101 plotseling een bliksemsnelle manoeuvre om een BMW en een Alfa in te halen. De rood knipperende lichtbak Stop Policie doet de twee auto's gedwee naar de kant schuiven.

Ze hebben Bulgaarse nummerplaten en Bulgaren zijn met de Polen en de Roemenen de actiefste dieven van dure merken. Minutieuze controle van de papieren, vergelijking van de kenteken-, motor- en chassisnummers, wijst echter uit dat er niets aan de hand is.

Radotin trekt zijn oproep gelukkig in, maar om 00.35 uur moeten we nog wel naar Barrandov. Als de 101 arriveert staan er al ettelijke andere politie-auto's en ambulances voor een flatgebouw waar een man zich in een depressieve bui door het hoofd heeft geschoten. Hij leeft nog, een zwarte sheriff die was ontslagen bij een particulier bedrijf.

De nacht schuift langzaam verder. Totdat om half twee de melding komt dat een politieman in de Lucernabar aan de Vodicková, schuin tegenover het eerste McDonaldsrestaurant van Praag, is aangevallen door twee jongens die zich verzetten tegen hun arrestatie wegens huisvredebreuk. Alle patrouille-auto's uit het centrum lijken bij de bar te zijn samengestroomd. In de verwarring is Martin z'n chef kwijtgeraakt. Is-ie dan meegegaan naar het ziekenhuis? Wat een puinhoop, scheldt hij. Intussen meldt de radio nieuw onheil: een inbraak in een supermarkt, een VW-bestelbus gestolen in Praag 2, een Peugeot 405 in Praag 10, een Skoda 120 in Praag 4...