Ongenspireerde vechtschildpadden

Teenage Mutant Ninja Turtles III: The Turtles Are Back...In Time. Regie: Stuart Gillard. Met: Elias Koteas, Paige Turco, Stuart Wilson, Vivian Wu. In: 25 theaters.

Vraag de gemiddelde Amerikaanse tienjarige wie Raphael, Michelangelo, Leonardo en Donatello zijn en hij geeft feilloos het juiste antwoord: vier genetisch gemanipuleerde schildpadden met een voorliefde voor Japanse vechttechnieken en pizza's, die in de riolen van Manhattan huizen, kortom: de Teenage Mutant Ninja Turtles. De ook in de speelgoedwinkel tamelijk gewilde schildpadpoppen speelden de hoofdrollen in twee naar hen vernoemde speelfilms. Het derde deel, met als ondertitel The Turtles Are Back...In Time, is zo'n staaltje van slordig, ongenspireerd en mechanisch uitmelken van een formule, dat de al niet bijster boeiende eerste twee afleveringen achteraf bijna opgewaardeerd zouden moeten worden.

De debuterende Canadese regisseur Stuart Gillard levert een regelrechte wanprestatie, waar met Spielberg en Disney verwende kinderen hun neus voor zullen ophalen. Het verhaaltje wil dat de vier puberale schildpadden door een toverscepter getransporteerd worden naar het 17de eeuwse Japan, vormgegeven als een door een Kurosawa-film genspireerd douchegordijn.

Hun grootste transculturele aanpassingsprobleem is de afwezigheid van pizzeria's, maar met een Kagemusha-helm op en de wijze lessen van hun Japanse goeroe, de rat Splinter, nog in de oren, overleven ze het samoerai-geweld makkelijk. Zelfs op video, doorgespoeld op "fast forward'-snelheid, gebeurt er nog helemaal niets in deze anti-film. Misschien wordt Teenage Mutant Ninja Turtles III nog eens een cult-hit, als culminatiepunt van de slechte smaak van de jaren negentig.