Nederlanders betaalden miljoenen; Bouterse genoemd in smeergeldaffaire

ROTTERDAM, 14 JULI. De voormalige Surinaamse legerleider, Bouterse, de president van de Surinaamse Centrale Bank, Goedschalk, en de vroegere directeur van de Surinaamse luchtvaartmaatschappij SLM, A. Mungra, hebben volgens twee in Nederland gearresteerde zakenlieden miljoenen guldens aan smeergeld ontvangen.

De fiscus in Alkmaar heeft de verdachten toestemming gegeven de steekpenningen op te voeren als aftrekbare kosten, aldus een woordvoerder van Financiën. De zakenmannen die vorige week door de Haagse politie werden aangehouden wegens omkoping en lidmaatschap van een criminele organisatie, hebben tegenover de politie uit de doeken gedaan hoe en aan wie voor het verkrijgen van orders voor het leveren van onder andere levensmiddelen aan Suriname “commissionaire betalingen” (smeergeld) moest worden afgedragen.

Alleen al over 1991 is door de betrokken Nederlandse bedrijven met het Centrale Inkoopbureau Suriname een overeenkomst gesloten tot levering van ongeveer 35 miljoen gulden aan voedsel. De factuurwaarde was gemiddeld tussen de tien en twintig procent hoger dan de prijs van de geleverde goederen. Het verschil werd uitgekeerd aan Bouterse, Goedschalk, Mungra en andere “invloedrijke personen die de zaken soepeltjes konden doen verlopen”, aldus mr. G. Spong. raadsman van de 46-jarige verdachte Van de B. uit Zuid-Scharwoude. De smeergelden werden gedeeltelijk contant in Nederland aan de Surinamers betaald. Ook moest er op bankrekeningen worden gestort.

Mungra laat weten nooit met de Nederlandse verdachten te hebben onderhandeld. Volgens hem is er sprake van “een misverstand”. Mungra, tegen wie de Haagse justitie vorige week een gerechtelijk vooronderzoek heeft geopend wegens cocanehandel, denkt dat misschien door de verdachten wordt gedoeld op Dilep Sardjoe, penningmeester van de Hindoestaande regeringspartij. “Hij is commissaris bij een van de betrokken Nederlandse bedrijven.” Mr. G. Spong noemt het “navrant” dat er “uit de politieverbalen blijkt dat er is gesmeerd met Nederlandse ontwikkelingshulp”. Een woordvoerster van Ontwikkelingssamenwerking zei vanochtend dat “voor zover thans bekend Suriname deze goederen niet met ontwikkelingsgeld heeft betaald”.

Volgens Spong kan er geen sprake van zijn dat zijn cliënt zich aan valsheid in geschrifte heeft schuldig gemaakt. “Mijn cliënt heeft over de wijze van facturering en het betalen van commissiegeld uitgebreid overleg gevoerd met de inspectie vennootschapsbelasting in Alkmaar”, aldus Spong. De woordvoerder van de fiscus in Den Haag zegt dat wel toestemming is gegeven voor aftrekbaarheid van steekpenningen “zolang de kosten aannemelijk werden gemaakt, maar wij geven geen oordeel over de rechtmatigheid van de betaling”.

Pag 2: Verdachten zijn weer op vrije voeten

Justitie verdenkt de twee Nederlandse zakenlieden ook van lidmaatschap van een criminele organisatie die zich bezighoudt met cocanehandel en met het witwassen van criminele inkomsten via een web van bedrijven. Spong zegt dat deze beschuldiging “absoluut uit de lucht is gegrepen”.

De twee verdachten zijn sinds zaterdag weer op vrije voeten. Medewerkers van de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst en agenten van het zogeheten Copa-politieteam - een speciale politie-eenheid van dertig mensen die bezig zijn met een onderzoek naar het Surinaamse cocanekartel - beschikken inmiddels over een enorme hoeveelheid aan in beslag genomen stukken en zijn bezig om het betalingsverkeer in kaart te brengen.

Hoewel er smeergeld in Nederland is uitgekeerd aan Surinamers, is het overgrote deel van de betalingen gebeurd in Suriname. Spong zegt het daarom “raar” te vinden dat Nederlandse rechtsmacht wordt uitgeoefend in “een overwegend Surinaamse kwestie”. “Terwijl niet-ambtelijke omkoping in Suriname alleen strafbaar is krachtens een zeer dubieus decreet van het toenmalige Militair Gezag en daar zullen de huidige justitiële autoriteiten in Suriname zich nooit op baseren.”

De vervolging van de twee Nederlandse zakenlieden zal volgens Spong de “grote test-case” worden voor de juridische samenwerking tussen Nederland en Suriname. In mei bereikten beide landen een akkoord over het opnieuw in werking laten treden van het wederzijdse rechtshulpverdrag dat elf jaar lang was opgeschort. De kans is zeer aanzienlijk dat in deze strafzaak getuigen in Suriname moeten worden gehoord en dat stukken dienen te worden uitgewisseld.

De vervolging is tot nu toe een geheel Haagse aangelegenheid: er is geen overleg gevoerd met de Surinaamse justitiële autoriteiten. In Suriname worden met grote belangstelling de ontwikkelingen in het omkoopschandaal gevolgd. Corruptie is volgens justitiële bronnen geen onbekend verschijnsel in de Surinaamse samenleving maar het is de eerste keer dat er concrete beschuldigingen worden geuit.