Minderheidsregering zal Spaanse crisis bestrijden

MADRID, 14 JULI. Met een vertraging van weken heeft de Spaanse premier González gisteren zijn nieuwe kabinet officieel bekendgemaakt. De ploeg slaat de vakantie over om meteen de economische crisis te lijf te gaan.

Een "zakenkabinet' waarin zes van de achttien ministers geen lid zijn van de regeringspartij en dat niet beschikt over een absolute meerderheid in het parlement moet Spanje uit de diepste economische crisis van de afgelopen vijfentwintig jaar zien te helpen.

De vierde regering-González moet het doen zonder bewindslieden van de grote regionale partijen uit Catalonië en Baskenland, waarmee de socialistische voorman graag een coalitie had gevormd. González' eigen partij, de PSOE, heeft nauwelijks invloed op de formatie gehad. Gisteren pas deelde de premier de namen van zijn ploeg aan het partijbestuur mee, nadat deze al via de pers bekend waren gemaakt. Het nieuwe kabinet bevat geen enkele vertegenwoordiger meer van de klassiek-linkse stroming binnen de PSOE, die onder leiding staat van de vroegere vice-premier Alfonso Guerra, en onderstreept González' streven naar een vernieuwde, centrum-linkse volkspartij.

Vandaag is het parlement voor het eerst bijeengekomen in zijn nieuwe samenstelling, in een plechtige zitting die door koning Juan Carlos werd geopend. Na de beëdiging hoopt het kabinet nog deze week met het werk te beginnen. Vakanties zijn uit- of afgesteld in verband met de ernst van de economische crisis, zo heeft de premier laten weten. Hij heeft aangekondigd dat er nog in de lopende begroting forse bezuinigingen moeten worden doorgevoerd.

Vice-premier Narcs Serra en de ministers Solana (buitenlandse zaken), Corcuera (binnenlandse zaken), Borrell (openbare werken en milieu) en Garcá Vargas (defensie) zijn de enige bewindslieden die aanblijven met de zelfde portefeuille. Vooral de eerste drie kunnen beschouwd worden als vertrouwelingen van de minister-president. Zij waren zijn bondgenoten in het conflict met de partijleiding, dat in de paasweek leidde tot het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Borrell is een bekwame technocraat die, begonnen als staatssecretaris van belastingzaken, deel heeft uitgemaakt van alle socialistische kabinetten sinds 1982.

Vier ministers komen terug in een andere functie: Alfredo Pérez Rubalcaba verdwijnt van onderwijs en gaat zich belasten met de woordvoering en de contacten met de volksvertegenwoordiging, Juan Manuel Eguigaray wordt minister van industrie en energie, José Antonio Griñan verhuist van volksgezondheid naar sociale zekerheid en de huidige beheerder van landbouw, Pedro Solbes, wordt de nieuwe minister van financiën en economische zaken.

De zwaarste portefeuille komt daarmee de komende vier jaar in handen van een man die geen lid is van de PSOE, maar wel bekend staat om zijn grote technische kennis van zaken en die gepokt en gemazeld is in de Europese economische politiek. Solbes was aan het eind van de jaren zeventig al adviseur voor Europese zaken van de centrum-rechtse regering Calvo-Sotelo. Vervolgens was hij directeur van de afdeling handelsbetrekkingen, als staatssecretaris op economische zaken betrokken bij de onderhandelingen voor de toetreding van Spanje tot de EG, en staatssecretaris voor Europese zaken.

Nu al staat vast, dat Solbes een restrictief beleid zal moeten voeren. González maakte vorige week bekend dat het begrotingstekort voor het huidige jaar dreigt op te lopen tot vijf procent (en gecombineerd met de tekorten van lagere overheden zelfs tot ruim zeseneenhalf procent), in een krimpende economie en bij een werkloosheidspercentage dat eind van dit jaar vermoedelijk het record van drieëntwintig procent zal bereiken. Dat Spanje steeds verder af komt te staan van de toelatingseisen voor de Economische en Monetaire Unie is een feit waarbij de regering zich zal moeten neerleggen. De huidige hoogte van het begrotingstekort laat bovendien weinig ruimte voor een stimuleringsbeleid. Alle hoop om de werkgelegenheid te stimuleren is nu dan ook gericht op het grote Sociale Pact met werkgevers en werknemers over matiging van lonen en winsten. Aangenomen wordt dat de rustige en ervaren Solbes meer kans maakt deze overeenkomst tot stand te brengen dan zijn voorganger Carlos Solchaga, die te veel geassociëerd werd met de "euro-liberale' etappe in de loopbaan van premier González.

Vijf van de acht nieuwe gezichten in het kabinet zijn, net als Solbes, geen lid van de socialistische partij. Drie van hen zijn vrouwen: Cristina Alberdi op sociale zaken, Angeles Amador op gezondheidszorg en Carmen Alborch op cultuur. Alborch was tot nu toe directeur van het IVAM, het museum voor moderne kunst te Valencia, dat onder haar leiding uitgroeide tot een van de toonaangevende regionale kunstinstellingen van Europa. De nieuwe minister van justitie, Juan Alberto Belloch, maakte carrière in de rechterlijke macht en zijn collega op het nieuwe ministerie van handelszaken, Javier Gómez Navarro, was ondermeer als coördinator vanuit de centrale overheid verantwoordelijk voor het succes van de Olympische Spelen van Barcelona.

De ministers Suárez en Albero, die respectievelijk onderwijs en landbouw gaan beheren, waren in de vorige kabinetsperiode staatssecretaris van defensie en openbare werken. Het belangrijke departement van openbaar bestuur, dat de altijd gespannen verhouding tussen "Madrid' en de regionale regeringen regelt, zal worden geleid door de voormalige president van de Canarische eilanden, Jeronimo Saavedra. Deze werd eerder dit jaar afgezet door de sterk in opkomst zijnde nationalistische partijen van de archipel. Met de benoeming van Saavedra hoopt González vermoedelijk het gevoel van marginalisering van de Canariërs enigszins te compenseren en tegelijk ook een gebaar te maken naar andere regio's die zich achtergesteld voelen. Het was een teleurstelling voor de premier dat hij de Catalaanse en Baskische nationalisten niet mede-verantwoordelijk heeft kunnen maken voor het beleid in de komende periode. De Baskische PNV haakte zaterdag als laatste af, hoewel ze de minister van industrie had mogen leveren, omdat de ledenvergadering te weinig garanties zag voor verdere verzelfstandiging van het regionale bestuur. PNV en het Catalaanse CiU steunen voorlopig wel het kabinet en in beide partijen zijn invloedrijke stemmen opgegaan die toetreding in een later stadium, bijvoorbeeld volgend jaar, niet uitsluiten.

Geen Basken en Catalanen in nieuwe regering González