In gouddraad geweven fresco's van middeleeuwse nomaden

Tentoonstelling: Koninklijke pracht in goud en zijde. Vlaamse wandtapijten van de Spaanse kroon. T/m 29 aug. in de Nieuwe Kerk, Amsterdam. Dag. 11-17u. Catalogus ƒ 49,50.

De Londense National Portrait Gallery bezit een anoniem schilderij: The Somerset House Conference. Aan weerszijden van een langwerpige tafel zitten ernstig kijkende heren, de Spaanse en Engelse delegaties die in 1604 onderhandelingen voerden om de oorlog tussen hun beide landen te beëindigen. In augustus van dat jaar kwam het Verdrag van Londen tot stand en sloten Engeland en Spanje vrede. Op het schilderij zitten de Spaanse woordvoerders met hun rug tegen een Vlaams tapijt uit 1560. Op het kleed is een episode weergegeven uit het leven van David en wel het moment dat hij zijn strijder Uria de fatale brief overhandigt waarin legeroverste Joab het bevel krijgt de niets vermoedende Uria in de strijd om Rabba de dood in te jagen. De weg is dan voor David vrij om de echtgenote van Uria, Batseba, inmiddels bij een eerdere ontmoeting met David zwanger geworden, legitiem in zijn huis op te nemen. De geschiedenis van David was populair als iconografisch motief, maar juist de scène van Davids bedrog en verraad is een vreemde achtergrond voor een vredesbespreking waarbij goede trouw een wezenlijke voorwaarde is.

Misschien is het tapijt met een van de delegaties meegekomen. Wandtapijten, de fresco's van nomaden, illustreerden door hun arbeidsintensieve verwerking van kostbare wol, zijde en gouddraad de rijkdom en macht van hun bezitter en maakten deel uit van "verplaatsbare staatsie'. Keizer Karel V, in zijn regeringsperiode tussen 1517 en 1555 voortdurend op reis, voerde volgens een inventarislijst uit 1544, in zijn bagage 96 tapijten mee.

Karel V en zijn Habsburgse familie hebben in de 16e eeuw met groot enthousiasme tapijten aangeschaft. Vooral Karels zuster, Maria van Hongarije, ontwikkelde een passie voor deze kunst. Ze kocht voor zichzelf, maar ook voor haar door staatszaken in beslag genomen broer. Na haar dood bleef de vorstelijke collectie op peil. Een boedellijst die in 1598 opgemaakt werd na de dood van Maria's neef, Philips II, vermeldt 701 tapijten, maar het is mogelijk dat het hier uitsluitend de verzameling betreft die in Madrid werd bewaard.

Uit dit omvangrijke Spaanse bezit exposeert De Nieuwe Kerk deze zomer zestien tapijten, alle in de eerste helft van de 16e eeuw in Brusselse ateliers gemaakt. Ook in deze selectie ontbreekt David niet, maar hier is de eerste ontmoeting tussen de koning en Batseba afgebeeld. Een prille Batseba betreedt met gevouwen handen het paleis. De wijde mouwen van haar kleed zijn naar de mode van de tijd omgeslagen zodat de kostbare bontvoering zichtbaar is. David en Batseba zijn vergezeld van hun hovelingen die met deze ontmoeting, die immers op overspel uitloopt, moeite hebben. Ze kijken discreet een andere kant op. Het tapijt, omstreeks 1515 in een (nog) onbekend Brussels atelier geweven, vertoont ter hoogte van een laat-gotisch raam op de achtergrond, een vage vouw. Tapijten werden niet opgerold, maar opgevouwen bewaard en vervoerd.

De tentoonstelling geeft een goed beeld van de verschillende onderwerpen die in de tapijtkunst van de 16e eeuw voorkomen. In Amsterdam zijn naast bijbelse thema's hoofse scènes vertegenwoordigd, maar ook moraliteiten à la Jeroen Bosch en - de renaissance doet ook hier zijn invloed gelden - onderwerpen uit de klassieke Oudheid. Van de laatste categorie hangen in de kerk vier schitterende voorbeelden: een serie die de stichting van Rome door de tweelingbroers Romus en Remulus uitbeeldt.

De dramatische gebeurtenissen uit het leven van de twee broers, bijvoorbeeld de moord van Remus, zijn op minder in het oog vallende plaatsen weergegeven. Het grote middendeel biedt plaats aan de fantasieën van de tapijtontwerper (in deze Rome-reeks zijn de kartons in de stijl van de schilder Bernard van Orley gemaakt). Op het eerste tapijt, De jeugd en opvoeding van Romulus en Remus, bepaalt de rijkdom van het landleven de toon. De volwassen tweelingbroers hoeden een kudde schapen, een herderin melkt een koe en een fleurig geklede koopman telt in het bijzijn van een tweede herderin goudstukken uit. De anonieme patroonschilder kende zijn Latijn en was op de hoogte van de verwantschap tussen de woorden pecus en pecunia, de equivalenten van kudde en geld. Heel fraai zijn de randen van deze serie. Stillevens van vruchten en bloemen en een verdwaalde pauw wisselen af met figuren die de vier hoeken sieren: herders die op een fluit of doedelzak spelen, hun hond aaien of dromerig op hun staf leunen.

De Rome-tapijten konden dienen als een 'vorstenspiegel', een allegorie op de macht van koningen en keizers, de macht om wetten uit te vaardigen en senatoren aan te stellen. In het vierde tapijt uit de serie, Romulus geeft de wetten aan het Romeinse volk, lijkt het gezicht van Romulus op dat van Karel V, nadat deze zijn baard had laten staan.

Vorig jaar zijn de tapijten in Mechelen geconserveerd. Van restauratie spreekt men hier liever niet, omdat respect voor de integriteit van het weefsel voorop stond en allerlei drastische ingrepen, zoals het "inweven' van scheuren achterwege bleven. De mooi uitgevoerde catalogus licht de kleden met veel detailfoto's toe.