Huurmoord kost 500 tot 1.000 gulden; Basis Russische mafia is gelegd door partij

MOSKOU, JULI. Het was een grootse plechtigheid. Het kerkhof van Aprelevka had nog nooit zoiets beleefd. Veel zwarte auto's van Duitse of Amerikaanse makelij, nog meer dikke oksels onder moderne kostuums of trainingspakken en een onafzienbare hoeveelheid bloemen. Geen anjers: rozen. Een partijbons werd in de jaren van de communistische peetvader Leonid Brezjnev minder eervol begraven. Maar er werd daar in Aprelevka op die donderdag in april dan ook niet zomaar iemand de laatste eer bewezen. Het ging om niemand minder dan Valeri Dloekatsj.

In de nacht van vrijdag 9 op zaterdag 10 april was Valeri Dloekatsj nog uit geweest in de discotheek Bij Lis', de dancing van Sergej Lisovski in het Olympische sportcomplex waar de groten der Moskouse aarde zich plegen te vermaken. In de vroege morgen had Dloekatsj genoeg van de striptease en de mooie meisjes. Met zijn onafscheidelijke Rambo liep hij naar z'n witte Chrevolet op de parkeerplaats. Maar op het scenario dat zich daar ontrolde, had hij niet gerekend. Precies op tijd begon de man die zich met een kalasjnikov op het dak had verschanst, te schieten. Dloekatsj viel neer. Rambo raakte gewond. En de politieman, die bij de deur van Lis' als gewone diender de wacht hield, werd door een ketsende kogel geraakt. Dloekatsj en Rambo konden nog net in de auto worden gehesen. De chauffeur van de Chevrolet gaf plank gas. Hoewel hij meteen een “staart” kreeg van een Lincoln en een grote Ford werd Dloekatsj bij het Sklifosovski-ziekenhuis afgeleverd. Onmiddellijk namen twintig lijfwachten posities om het gebouw in. Het bleek voor niets. Dloekatsj stierf. Rambo overleefde de aanslag, maar toen hij uit het ziekenhuis kwam werd hij alsnog door een hit-team uit de weg geruimd. Een huurmoord kost in Rusland vijfhonderd tot duizend gulden, twee jaarsalarissen van een minimumloner.

Valeri Dloekatsj leek in menig opzicht op de Don Corleone van The Godfather. Als Globus was hij in het wereldje beter bekend dan onder zijn echte naam. In heel Rusland kon hij beschikken over ongeveer tweehonderd man. Net als veel van zijn collega's in de drieduizend concurrerende bendes in het land hield Globus zich vooral bezig met olie en andere hoogwaardige grondstoffen. Officieel zijn delfstoffen staatseigendom. Officieus wordt ten minste twintig procent van de olie-export illegaal uitgevoerd, soms door smokkel, vaker met vervalste of gekochte documenten. Heel wat ambtenarengezinnen leven van deze corruptie, aan deze en gene zijde van de criminele lijn. De georganiseerde misdaad heeft zijn netwerken kunnen opbouwen ten tijde van de drooglegging die Jegor Ligatsjov (na 1985 tweede man in de top na Gorbatsjov) dacht te kunnen realiseren. Met het aldus geaccumuleerde kapitaal hebben mannen als Globus vervolgens hun werkterrein kunnen verbreden. In zijn geval begon de wereld in Siberië en hield ze pas in Amerika op. Omdat ze hun wortels hebben in het corrupte samenwerkingsverband dat partij en economie indertijd hebben opgebouwd, zijn het geen families die de misdaad regelen maar syndicaten waarbij vaak alleen etnische achtergronden een rol spelen. Zoals ook elders ging het leven van Globus aan de gemiddelde burger geruisloos voorbij. Hij riep met zijn glimmende auto's hooguit de afgunst van de passanten op. Hij belichaamde immers zichtbaar de groeiende ongelijkheid in het nieuwe democratische Rusland. Vroeger kon je de privileges alleen achter de dichte gordijnen waarnemen. Nu zie je de tegenstellingen op straat. Daar zit 'm dan ook de kneep. De kleinere vissen in het milieu benvloeden de gewone Russen namelijk wèl. Ze richten zich uiteraard in de eerste plaats op buitenlandse zakenlieden, naëve toeristen en hun eigen nieuwe rijken, naar analogie met het Frans inmiddels novi roesji geheten. Maar ze zijn daarmee het dagelijkse leven met hun moderne vlerkerigheid meer en meer gaan domineren en stralen dat gedrag uit naar een deel van de nieuwe zakenlui en vooral het eenvoudige volk. Het is deze combinatie van mafia-praktijken en openlijke criminaliteit die de burgers de laatste drie jaar zo'n schrik heeft aangejaagd.

Dat er in de Sovjet-maatschappij altijd straatbendes, inbrekers, afpersers en moordenaars hebben rondgelopen wordt daarbij graag vergeten. De cijfers spreken boekdelen, ook al verdiept bijna niemand zich in de vraag of je die statistieken wel met goed fatsoen kan afzetten tegen de oude. Zo werden er in 1976, op het hoogtepunt van Brezjnevs macht, in Rusland bijna 835.000 misdrijven geregistreerd. Toen Gorbatsjov aan de leiding kwam, was dat aantal gestegen tot ruim 1,4 miljoen. Daarna voltrok zich een welhaast onbegrijpelijke tendens: de criminaliteit ging dalen. Maar vanaf 1989 was het weer raak. In 1991 (Gorbatsjovs laatste jaar) was het misdaadcijfer opgelopen tot 2,2 miljoen, waarvan meer dan dertienduizend moorden of pogingen daartoe. In 1992 (Jeltsins eerste jaar) zette deze lijn zich voort tot 2,6 miljoen, dat wil zeggen bijna elke twaalf seconden één, en in de eerste vier maanden van dit jaar is het miljoen al ruimschoots gehaald. Eigenlijk mag alleen de narkobiznis vooralsnog geen naam hebben. De recherche in Moskou is nog altijd trots op die paar gram cocane die ze vorig jaar bij een Latijns-Amerikaanse diplomaat in beslag wist te nemen en houdt zich voor het overige vooral bezig met het vangen van hasj uit de Centraalaziatische republieken en de Kaukasus.

De groei heeft zich vooral afgetekend in de grootste steden van Rusland, Moskou, St. Petersburg, Jekaterinenburg en de vele miljoenen-agglomeraties die de afgelopen decennia welhaast lijken te zijn ingericht om een zo aangenaam mogelijk klimaat voor de misdaad te scheppen. Maar uit de officiële cijfers duikt nog een ander beeld op. Juist in de kleinere maar zwaar gendustrialiseerde regio's in de provincie heeft de groei zich scherp gemanifesteerd. In de oliestad Tjoemen of de wat ontheemde Siberische stad Omsk bijvoorbeeld is het relatief harder gegaan dan in de militaire fabrieksstad Tsjeljabinsk in de Oeral.

De bestrijding van de niet meer te beteugelen criminaliteit is nu al een jaar prioriteit nummer één voor de politici. President Boris Jeltsin behandelt het probleem regelmatig per oekaze. De materiële middelen voor de politie worden uitgebreid. De agenten hebben de laatste maanden forse loonsverhogingen gekregen. Ze rijden tegenwoordig in BMW's en staan, zeker 's nachts, met zware automatische wapens langs de weg te surveilleren. Maar dat is geen oplossing voor de bottleneck in het beleid. Het strafrechtelijke vervolg laat ernstig te wensen over. Een gemiddelde rechercheur moet jaarlijks honderd "zaken' afhandelen, hoewel één man volgens het ministerie van binnenlandse zaken eigenlijk maar 35 dossiers per jaar aan kan. En als het tot een veroordeling komt, zitten ook hier de gevangenissen overvol: in Rusland zitten 750.000 delinquenten vast, zestig procent voor de tweede of zoveelste keer.

Regelmatig treedt de politie dan ook naar buiten met jammerklachten, doorspekt met trotse verklaringen, dat er vanaf morgen toch echt iets gaat gebeuren. Dat het probleem van de misdaadbestrijding zich ten dele ook in eigen huis bevindt, wordt daarbij veelal als bovenaards feit aanvaard. Want juist omdat de "mafia' zo rijk en goed georganiseerd is, is corruptie de grootste tegenstander van het apparaat. Volgens de recherche in Moskou zijn nu zo ongeveer “alle overheidsstructuren” in de hoofdstad verweven met de misdaad. Met als voorlopig hoogtepunt de centrale bank van Rusland. Een groot aantal employé(e)s van de bank is begin juni ten lange leste door de politie gearresteerd wegens medewerking aan illegale transacties die generaal Doedajev en diens afgescheiden republiek Tsjetsjenië in de Kaukasus aan geld moesten helpen. Dat was een enorme stap. Want over het algemeen is de politie ook zo plat als een dubbeltje. Zo werden er vorig jaar liefst drieduizend dienders betrapt op het aannemen van steekgelden. Officieel, wel te verstaan. Maar dat officiële cijfer is toch al drie keer zo hoog als in de Verenigde Staten.