Het is tijd voor een nieuw Marshallplan

Oost-Europaredacteur Peter Michielsen heeft in zijn beschouwing "Nieuw IJzeren Gordijn tussen arm en rijk Europa' op de opiniepagina van 8 juli een veelzijdige en deskundige analyse van de zo ingewikkelde problematiek gegeven.

Het is ook mijn overtuiging dat het sommige politici van het rijke Europa nog steeds ontbreekt aan inzicht in de gevaren, die zijn verbonden aan een eventuele mislukking van het hervormingsproces in het arme Europa. Die gevaren zullen zowel arm als rijk Europa bedreigen. Het gaat niet alleen om het gebrek aan verbeeldingskracht, maar ook om het gebrek aan visie hoe de dreigende gevaren moeten worden voorkomen.

West-Europa heeft bij zijn naoorlogse wederopbouw de hulp van het Marshall-plan gehad, die van doorslaggevende betekenis is geweest. De Polen en de andere Oosteuropeanen hebben zulke hulp niet gehad. De verwoesting die het communistische regime in Polen heeft aangericht was niet minder en in sommige opzichten zelfs groter dan de vernielingen die de Tweede Wereldoorlog heeft aangericht.

Onze wederopbouw verloopt onder zeer moeilijke omstandigheden en wij kunnen ook over successen spreken. Onze jonge democratie en vrije markt economie zijn echter nog onervaren en broos en staan derhalve aan allerlei gevaren bloot. Het optrekken van een "handelsgordijn' door het Westen vormt een ernstige belemmering van de hervormingen en wat misschien nog gevaarlijker is: het speelt al diegenen in de kaart die de status quo ante graag zouden verwelkomen.

''De veiligheid wordt in steeds grotere mate bepaald door de samenwerking en niet door de dominantie of afschrikkingskracht'', zei de Poolse minister van Buitenlandse Zaken, K. Skubiszewski. Wat wij dus nodig hebben is samenwerking en niet afscheiding.

Aan de grensoverschrijdende bedreigingen genoemd door Michielsen wil ik er nog een toevoegen: de zwakke overheidsorganen in "arm Europa'. Om maar twee voorbeelden daarvan te noemen: een onvoldoende bekwaamheid in rampenbestrijding (er zijn in de regio, gelukkig niet in Polen, nog veel kerncentrales van het type-Tsjernobyl) en in de bestrijding van de georganiseerde internationale misdaad.

Brandhaarden en bedreigingen hebben we, zoals Michielsen schrijft, in Europa in overvloed. Zou het niet de hoogste tijd zijn om de strijd tegen de gevolgen te vervangen door een internationale preventie-politiek ter ondersteuning van hervormingen in landen die bevrijd zijn van het communisme? Voorkomen is beter dan genezen. Maar hiervoor is een goed voorstellingsvermogen noodzakelijk!