FAO: landbouwareaal in de wereld slinkt alarmerend snel

De hoeveelheid grond in de wereld die geschikt is voor landbouw daalt in een zorgwekkend tempo. Als de huidige tendens zich voortzet, zullen er wellicht aan het begin van de volgende eeuw ernstige voedseltekorten in de wereld ontstaan. Dit melden deskundigen van de Voedsel- en Landbouw-organisatie (FAO) van de Verenigde Naties.

Door onoordeelkundig gebruik van landbouwgronden kan bij voortzetting van de huidige praktijken binnen twintig jaar een areaal ter grootte van Alaska voor landbouw ongeschikt worden, aldus de FAO-experts bij de presentatie van een gisteren gepubliceerd rapport over de verslechtering van de bodem in de wereld.

“Een analyse van de door mensenhand veroorzaakte verslechtering (van de bodem) doet de fundamentele vraag rijzen: zullen we voldoende goede grond hebben om de extra 2,6 miljard mensen te voeden die tegen het jaar 2025 op deze planeet zullen leven”, merkte FAO-directeur Edouard Saouma op.

Het rapport van de FAO steunt in belangrijke mate op de bevindingen van het International Soil Reference and Information Centre (ISRIC) in Wageningen, dat al ruim twee jaar geleden een overzicht publiceerde van de verslechterende toestand van de landbouwgronden. Hieraan hadden 250 bodemkundigen meegewerkt.

Als gevolg van menselijk ingrijpen heeft volgens de FAO wereldwijd al een gebied dat bijna zo groot is als West-Europa zijn produktiviteit goeddeels verloren. Nog eens een oppervlakte groter dan Australië is aanzienlijk aangetast en heeft dringend behoefte aan herstel.

De landen die het ergst hebben te lijden onder het proces zijn Burkina Faso, Burundi, Ethiopië, Madagascar, Lesotho, Rwanda, Marokko, India, China, Thailand, Vietnam, Brazilië, Costa Rica, El Salvador en Panama.

Dr. L.R Oldeman, directeur van het ISRIC, onderstreept dat de oorzaken van de bodemverslechtering per regio zeer verschillen. In Westerse landen, waar het areaal de laatste jaren ook iets is afgenomen, schuilt het probleem vooral in een te intensief gebruik van op zichzelf zeer vruchtbare grond. In veel ontwikkelingslanden daarentegen neemt men, mede onder druk van de bevolkingsgroei, vaak zijn toevlucht tot land dat eigenlijk niet geschikt is voor landbouwproduktie. Ontbossing leidt er dikwijls tot een snelle verarming van de grond, een proces dat niet zelden wordt versterkt door allerlei vormen van erosie. In droge gebieden waar landbouw wordt bedreven, zoals bij voorbeeld in Pakistan en Irak, treedt door het veelvuldig en verkeerd gebruik van irrigatie verzilting van de grond op, waardoor deze op termijn ongeschikt wordt voor landbouw.

Ook volgens Oldeman is een allereerste vereiste voor een kentering in het huidige proces van bodemverslechtering dat de bevolkingsgroei onder controle wordt gebracht. Daarnaast moet worden geprobeerd om de onnodige uitputting van de bodem tegen te gaan. Dit dient volgens de ISRIC-directeur vooral te gebeuren door de knelpunten in kaart te brengen. “Na een goede analyse van de omgevingsfactoren kunnen dan de juiste technieken worden aangewend om het proces tegen te gaan”, aldus Oldmeman, die erop wijst dat het niet ontbreekt aan technieken waarmee de verslechtering kan worden bestreden.

Het ISRIC heeft al een begin gemaakt met de inventarisatie in Kenia. De bedoeling is dat daar binnen twee jaar duidelijkheid bestaat over de aard van de verslechtering van de bodem. Daarna kan worden gepoogd het proces met de juiste technieken tegen te gaan. De hoop hierbij is dat deze aanpak op langere termijn ook vruchten zal afwerpen voor andere landen in Oost-Afrika. Ook in Azië en Latijns Amerika wil men een paar van zulke landen kiezen, die een spilfunctie voor hun regio kunnen krijgen.

De sombere conclusies van het FAO-rapport omtrent de voedselvoorziening in de toekomst roepen de vraag op of de gebieden waar op het ogenblik sprake is van duidelijke landbouwoverschotten, zoals West-Europa en Noord-Amerika, misschien hun huidige hoge produktieniveau dienen te handhaven in plaats van dat te verlagen. De Europese Commissie in Brussel en het ministerie van Landbouw in Den Haag wilden vanmorgen nog geen commentaar geven op deze mogelijkheid.