Ex-adviseur VS gaat Libië juridisch bijstaan

WASHINGTON, 14 JULI. Abraham Sofaer, die als juridisch adviseur van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken in 1986 de wettelijke basis legde voor de Amerikaanse luchtaanvallen op Tripoli en Benghazi, is nu door Libië aangetrokken. Hij moet proberen een regeling te treffen voor de eisen tot schadevergoeding voortvloeiend uit de aan Libische agenten toegeschreven aanslag op een Amerikaanse Boeing 747 boven het Schotse Lockerbie in 1988. Ook heeft hij opdracht een vergelijk te vinden met de Amerikaanse justitiële autoriteiten, die de uitlevering van de twee Libische verdachten eisen.

Sofaer was ten tijde van de aanslag op het Panam-vliegtuig nog in functie bij het State Department. Hij leidt nu het Washingtonse bureau van een internationaal advocatenkantoor.

Sofaer betoogde in 1986 dat de luchtaanvallen op Libische doelen waren gerechtvaardigd omdat de steun van Libië voor terroristen neerkwam op gewapende agressie tegen de Verenigde Staten. De aanleiding voor de Amerikaanse bombardementen vormde Libiës vermeende betrokkenheid bij aanslagen in Europa.

Sofaer onderstreepte gisteren dat de nieuwste Libische stap niet betekent dat Libië schuld bekent in de kwestie-Lockerbie of dat de twee Libische verdachten wier uitlevering het Westen eist, nu bereid zijn voor de rechter te verschijnen. Libië weigert de twee aan de VS dan wel Groot-Brittannië uit te leveren, en is om die reden vorig jaar door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties onderworpen aan sancties.

Een jaar geleden maakten verwanten van een aantal slachtoffers van "Lockerbie' bekend door vertegenwoordigers van Libië te zijn benaderd die hun bedragen tot een miljoen dollar hadden toegezegd als ze een schriftelijk beroep op het Amerikaanse Congres wilden doen een eind te helpen maken aan de sancties.

Om Libië te kunnen vertegenwoordigen, heeft Sofaer toestemming nodig van de Amerikaanse regering die zeven jaar geleden een economisch embargo tegen het land heeft afgekondigd. Sofaer en zijn kantoor weigeren te zeggen hoeveel Libië voor hun diensten betaalt. (AFP, AP)