"Er is teveel aandacht voor negatieve gedachten'

Veel jonge mensen zijn het materialisme voorbij. Ze zijn redelijk geslaagd, hebben werk, een huis, een auto, kunnen kopen wat ze willen. Maar er ontbreekt iets. Een leidraad, betrokkenheid. En dus zijn ze op zoek naar meer. Vandaag de tiende en laatste aflevering van een serie. Tijn Touber ontsnapte uit de spiraal van seks, drugs en rock and roll.

Tijn Touber (32) richtte in 1985 de band Lois Lane op. De eerste jaren was het ploeteren, maar op een goede dag kwam de doorbraak: een compositie van Touber werd uitgekozen als de titelsong van de Nederlandse speelfilm Amsterdamned van Dick Maas. Touber: “We stonden hiermee opeens in de spotlights. Zeker ook omdat onze song werd verkozen boven een nummer van de Golden Earring.”

Het is een klassiek verhaal: met de komst van het succes raakte Touber ondergedompeld in een leven van hasj, coke en drank en begon een relatie met leadzangeres Monique. Tussen de bedrijven door werkte Touber als een paard en schreef bijna alle songs voor de band. “Ik verloor elke greep op mijn leven. Ik werkte maar door: muziek, muziek, muziek. Zelfs op oudejaarsavond zat ik in mijn eentje in de studio te componeren. De stress uitte zich vooral door tiranniek gedrag in de groep. Ik had geen enkele ruimte voor tegenspraak. Wie niet deed wat ik zei, kon oprotten. Achteraf zie ik als het meest shockerende dat het allemaal zo clichématig was. Ik leefde het gepreconditioneerde leven van een rock and roll-star. Kleding, gedrag, gezien willen worden op het juiste tijdstip in het juiste café: ik deed alles om aan het klassieke beeld te voldoen. Het was een soort Herman Brood-imitatiedwang. Zijn invloed op de popscene in die tijd was allesoverheersend.”

Seks, drugs en rock & roll bepaalden het leven van Touber tot 1987. “Nu zeg ik: het heeft altijd in me gezeten om ooit resoluut met dat leven te kappen. Na elk exces, zelfs na elke joint die ik rookte, voelde ik me ergens schuldig. Ik miste de overtuiging om helemaal te gaan. Ik heb altijd een bepaalde distantie gevoeld.”

Twee factoren waren beslissend om radicaal van levensstijl te veranderen: de walging over zijn lichamelijke conditie en een diep gevoel van geestelijke leegte. “Ik raakte afgestompt, had geen oog meer voor mooie details. Ik raakte niet alleen verslaafd aan drugs, maar ook aan spektakel. Je hebt steeds sterkere prikkels nodig om ergens enthousiast voor te kunnen worden. Het is net als bij die jongens die je wel op straat ziet scheuren op zo'n trendy brommertje. Ze hebben alleen nog het gevoel dat ze leven als ze zijn omringd door keiharde house-muziek.”

De concrete aanleiding om een ander leven te beginnen was de kennismaking met de spirituele academie Brahma Kumaris. Touber volgde er een strak schema van meditatie-oefeningen en vond zo de kracht om een "clean' leven op te bouwen. Niet alleen stopte hij met roken en drinken, hij ging ook vegetarisch eten. “Ik ben na de omslag nog anderhalf jaar doorgegaan met de band, maar werd natuurlijk wel een vreemde eend in de bijt. Als we uit eten gingen, had ik mijn eigen tupperware bij me. Ik begon me ook terug te trekken uit de scene, deed niet meer mee aan gesprekken over het type snaren op mijn gitaar. In de band maakte ik mezelf een beetje overbodig, zette mezelf op de achtergrond en speelde niet langer leadguitar, maar akoestisch. En natuurlijk elke avond vroeg naar bed, want om zes uur 's ochtends ging ik mediteren. Toen ik in 1989 besloot de band te verlaten, voelde niemand dat dan ook als een verlies. We hadden juist een prima platencontract afgesloten en ik liet een geoliede machine achter. De relatie met Monique ging wel stuk: onze levensstijlen waren niet langer te verenigen. Zij ging naar bed als ik opstond.”

Het leven van Tijn Touber ziet er nu heel anders uit dan vroeger. Het besef dat ook zoveel andere mensen niet bewust met hun leven omgaan en slechts de verwachtingen van hun omgeving inlossen, resulteerde in het schrijven van een aantal artikelen in het blad Panacea ("magazine voor bewust gezond leven') en van een cursus "positief denken', dat laatste samen met journaliste Jaqueline Berg. De cursus sloeg zo goed aan dat Touber nu les geeft aan de Amsterdamse politie en aan gedetineerden in de Bijmerbajes. “Bij de politie lopen vrij veel mensen vast omdat ze te vaak te veel heavy dingen zien. De enige manier om je hiertegen te wapenen is via verinnerlijking. We leren ze om anders tegen de dingen aan te kijken, zodat ze zich niet meer negatief laten benvloeden door wat ze meemaken.”

“Het valt niet mee om de scepsis van de agenten te doorbreken. Op een gegeven moment verzuchtte een diender "Geluk? daar kom ik mijn bed niet voor uit!' Deze uitspraak vonden we zo kenmerkend, dat het de titel is geworden van het boek dat we over de cursus schreven.”

In vijf lessen maakt Touber zijn cursisten wegwijs in de wereld van het positieve denken. Hij laat zien dat elk mens verschillende soorten gedachten heeft (positieve, negatieve, verspilde) en leert de agenten hoe ze door het actief creëren van gedachten - het nadenken - greep kunnen krijgen op hun omgeving en op zichzelf. Touber: “We besteden ook aandacht aan het conflict tussen ratio en gevoel, het denken in vaste concepten (stigmatiseringen, racisme) en aan het stimuleren van natuurlijke krachten in de geest als tolerantie, geduld en samenwerking. Waar het om gaat is dat de agenten grip krijgen op hun eigen leven. Dat kan alleen als ze hun gedachten in eigen hand houden. De cursus is nogal confronterend, vooral als het gaat om, bijvoorbeeld, gevoel. Soms viel men en masse in slaap. Niet omdat de stof zo saai is, maar omdat de geest zich wil afsluiten. Aan het begin van een les vraag ik wie er de afgelopen week tien minuten per dag de tijd heeft genomen om na te denken over zijn eigen gedachten van die week. Dan steken er van de dertig agenten maar vijf hun vinger op.”

Touber heeft de overtuiging dat er in dit leven veel te veel aandacht wordt besteed aan negatieve gedachten. In de journalistiek ziet Touber een van de boosdoeners. “Steeds weer zie je dat alles wordt benaderd vanuit een negatieve invalshoek. Ik zou dat anders willen. De internationale organisatie Jounalistst For Tomorrow, waarvan ik landelijk secretaris ben, probeert jounalisten te laten nadenken over hun drijfveren en invalshoeken, zodat ze een meer positieve, opbouwende rol in de samenleving kunnen spelen.”

De Nederlandse afdeling telt honderd leden en organiseert lezingen over onderwerpen als journalistiek en moraal, ethiek en spiritualiteit. Mensen als Hans de Bie (NOS-journaal) en Klaas-Jan Hindriks (directeur foreign media affairs) geven lezingen.

Binnenkort komt Touber met een nieuwe CD, Heaven. “Ik leef nu veel bewuster. Alles wat ik doe is 100 procent mijn eigen keuze. Het voortdurend moeten voldoen aan clichématige imago's heb ik definitief van me afgeschud.”