Cynische, doorleefde film over de mafia van Rosi

The Palermo Connection. Regie: Francesco Rosi. Met: James Belushi, Mimi Rogers, Vittorio Gassman, Philippe Noiret. Uitgebracht door Warner Home Video.

Tot een zeker moment werden alle films van de Italiaanse cineast Francesco Rosi onveranderlijk uitgebracht in de Nederlandse bioscopen. Eind jaren tachtig kwam de klad erin en bereikte zijn werk ons land niet meer. Wellicht omdat zijn onderwerpen altijd zeer Italiaans zijn, nooit luchtig en steeds verre van lichtvaardig verwerkt. Inhoudelijk is Rosi altijd een journalistiek filmer geweest en gebleven, sociaal bewogen en geobsedeerd door het geweld dat bestuurlijk en politiek wanbeleid aanrichten. Zelfs zijn heftige Tre fratelli (1980) was alleen aan de oppervlakte het drama van drie uitelkaar gegroeide broers - in feite portretteerde Rosi met die film zijn verscheurde vaderland.

Wel herzag Rosi zijn stijl van vertellen. De bijna documentaire aanpak van bijvoorbeeld Il caso Mattei (1972) had, sedert zijn film Cristo si è fermato a Eboli (1979), plaats gemaakt voor poëzie en aanvankelijk voorzichtige vervoering. Die stijl voerde hij tot hoog niveau op in Tre fratelli, om hem tenslotte uit te laten monden in de buitensporige visuele hartstocht van Cronaca di una morte annunciata, de film waarmee Rosi in 1987 zijn stempel drukte op Márquez' roman "Kroniek van een aangekondigde dood'. Maar die film werd niet meer gemporteerd voor het Nederlandse bioscooppubliek en ook daarna is Rosi's werk hier blijkbaar onvertoonbaar geacht. Wellicht vermoedde men bij het Nederlandse publiek onvoldoende affiniteit met de sociale onderwerpen en Rosi's barokke stilistische grandeur.

Bijna was ook Rosi's nieuwste film onze neus voorbij gegaan, maar dankzij de videotheek kan hij nu toch worden bekeken. Op een klein televisiescherm weliswaar, waar het werk van director of photography Pasqualino de Santis treurig wordt verminkt, maar toch. Rosi blijkt met The Palermo Connection terug te keren naar wat tot meer dan twintig jaar geleden als zijn specialiteit werd beschouwd: de mafia. Nog altijd gelden zijn mafia-films, waaronder Salvatore Giuliano (1962) en Lucky Luciano (1973) als voorbeeldig: scherp, doorleefd, direct en volslagen gespeend van heroëk en romantiek.

Met The Palermo Connection, die Rosi samen met Gore Vidal en zijn vaste co-scenarist Tonino Guerra schreef, volgde hij de conventies van de thriller, maar het resultaat is even cynisch als al zijn andere mafia-films. Een oplossing biedt Rosi op geen stukken na, strategisch toegediend geweld is volgens hem het enige antwoord dat de mafia kent voor dwarsliggers. Een ongecompliceerd happy end hoef je evenmin te verwachten, ook niet nu zijn film zich deels afspeelt in de VS en Amerikaans van aanpak is.

Hoofdpersoon is een jonge Newyorkse burgemeesterskandidaat. Een Amerikaanse man dus, maar ook een tweede generatie Italiaan. Of, beter gezegd, een Siciliaan. In de loop van de film moet hij ontdekken dat de macht van de mafia onstuitbaar is en reikt van Palermo tot in New York. Bovendien ziet hij zich tot zijn ontzetting gedwongen te accepteren dat hij zich niet kan onttrekken aan zijn herkomst. Een van de grote capo's manipuleert hem op beide continenten even moeiteloos. Hoe dat kan? Omdat hij toch, ook al stond zijn wieg in New York en is hij getrouwd met een Amerikaanse vrouw, een bekende is, "een van ons'.

Rosi geeft dat aan het begin van zijn film al aan: de burgemeesterskandidaat propageert een vèrgaand drugsbeleid, dat de doodsteek zou kunnen betekenen voor de handel in verdovende middelen, maar pas in een later stadium van zijn campagne gaat hij daar zelf werkelijk in geloven. Aanvankelijk doet hij het, hij zegt hij zelf, "alleen om de verkiezingen te winnen'. Uit hetzelfde onzindelijke, egocentrische opportunisme dus dat alle mafiose figuren drijft die aan beide zijden van de oceaan zijn pad kruisen om hem van zijn plannen af te brengen.

Voor zijn filmstijl had Rosi's hernieuwde belangstelling voor de mafia als consequentie dat hij afzag van de poëtische, zelfs operateske vervoering van zijn latere werk om terug te keren naar een feitelijker aanpak. Niet dat zijn camera sec registreert, hij liet Pasqualino De Santis met zijn beelden alleen ogenschijnlijk afstandelijk commentaar leveren. New York en Palermo zien er hetzelfde uit. In beide steden wordt opzettelijk op bedriegelijk schilderachtige manier aandacht gevraagd voor verval en verwaarlozing tegenover weelde en rijkdom. Riten als huwelijksfeest en processies houden de mensen zoet en steeds zijn de straten breed aan het begin, maar met een steil perspectief - ze lopen snel weg in een diep verdwijnpunt dat de personages dreigt op te slokken.