Criminelen grijpen hun kansen in Oost-Europa

PAG. 6 MISDAAD IN OOST-EUROPA ROTTERDAM/ MOSKOU, 14 JULI. Sinds 1989, toen het socialisme ten val werd gebracht, is de criminaliteit in Oost-Europa explosief toegenomen. Volgens de Bulgaarse president Zjelev begint de criminaliteit zelfs de democratie te bedreigen. In een land als Estland werden in 1991 al vijf keer zoveel misdrijven gepleegd als drie jaar eerder en elders liggen de cijfers niet veel lager, en in Rusland wordt de samenleving steeds duidelijker gecontroleerd door mafiose benden.

De toename geldt zowel de georganiseerde misdaad als de kleine criminaliteit. De oorzaken zijn volgens deskundigen te zoeken in de open grenzen, het wegvallen van de allesomvattende controle van het autoritaire systeem van vroeger, de traagheid waarmee een nieuw juridisch systeem wordt opgebouwd en het lage prestige en de slechte uitrusting van de politie. De val van het socialisme heeft een vacuüm geschapen, dat snel door de brutaalsten - criminelen en corrupte overheidsdienaren - wordt opgevuld.

In het Westen is al herhaaldelijk geconstateerd dat de grensoverschrijdende misdaad vanuit Oost-Europa zeer snel toeneemt. Russische kalasjnikovs duiken op op de zwarte markt voor wapens. In Londen werden onlangs twee leden van de Tsjetsjeense mafia, die in Rusland een groot aandeel heeft in de georganiseerde misdaad, vermoord. Westerse politiefunctionarissen hebben gewaarschuwd dat de Russische en Tsjetsjeense mafia de Italiaanse mafia dreigen te overvleugelen. Dit probleem wordt verergerd door de aarzeling om internationaal samen te werken bij het bestrijden van de grensoverschrijdende misdaad.

Een dergelijke samenwerking kan het begin zijn van “een nieuwe KGB”, zo wordt in politiekringen in Oost-Europa gevreesd.