Criminaliteit in Oost-Europa geëxplodeerd; Het door de val van het socialisme ontstane vacuüm wordt door de georganiseerde misdaad snel gevuld

In het Westen maken politiediensten zich ernstig zorgen over de spill over van de Oosteuropese criminaliteit. Oost-Europa is de afgelopen drie jaar een paradijs voor criminelen geworden: de misdaadcijfers zijn, zeker waar het de zware misdaad betreft, in die periode verveelvoudigd.

Sinds 1989, toen het socialisme verdween, en met het socialisme de autoritaire staat, en met die staat ook de angst, is Oost-Europa niet alleen een vrijplaats geworden voor de aanhangers van nieuwe politieke partijen, voor de gelovigen, voor "andersdenkenden' en voor zakenlieden, het is ook een vrijplaats geworden voor criminelen: sobere maar veilige samenlevingen zijn onveilig geworden. De geëxplodeerde criminaliteit is een van de in het oog lopende schaduwkanten van de nieuwe vrijheid. Het socialisme ontzegde mensen elk gevoel voor verantwoordelijkheid en doodde daarmee elke creativiteit. De eersten die na de val van dat socialisme met hun creativiteit aan het werk gingen, waren de criminelen.

En ze kregen de ruimte, die criminelen, van de kleine sjoemelaar, de tasjesdief en de inbreker tot de huurmoordenaar en de grensoverschrijdende mafia. Veel viel weg. De angst is verdwenen, want de rechtsstaat heeft zijn intrede gedaan, met burgers moet met nieuwe vormen van fatsoen worden omgegaan. Een kolossale verandering: het "niets mag, tenzij het is toegestaan' van het socialisme heeft plaatsgemaakt voor het "alles mag, tenzij het is verboden' van nu.

Meer viel weg. De politieke politie bestaat niet meer. En de gewone politie werd onder het socialisme gevreesd, niet gerespecteerd: nu wordt ze nòch gerespecteerd, nòch gevreesd. Politieman zijn in Oost-Europa betekent een lage status, een laag loon en een slechte opleiding. Recruten krijgen vaak een uniform, een cursus van tien dagen, een paar schietlessen en klaar is kees. Alleen de domme ging vroeger bij de politie en zo is het nog. Ze is ook slecht uitgerust, die politie, want de staat heeft de afgelopen jaren zijn geld anders moeten besteden: voor de politie geen computers, geen snelle auto's, geen hoogwaardige communicatie-apparatuur, geen moderne wapens. Op elk van die terreinen, en op financieel gebied - begrotingen voor de misdaadbestrijding dalen eerder dan dat ze stijgen - heeft de georganiseerde misdaad een enorme voorsprong.

Er is nog meer: de nieuwe staat heeft vaak zijn nieuwe regels nog niet op orde. Na de val van het socialisme ontstond een juridisch vacuüm. Burgers krijgen economische vrijheden, maar het is makkelijker nieuwe vrijheden af te kondigen dan de naleving ervan te controleren en in de wetboeken van strafrecht de mazen - alle mazen - te dichten. De Oosteuropese economieën kenden vroeger geen particuliere banken, geen particulier verzekeringswezen, ze kenden zelfs geen rijkdom. Er was wel criminaliteit, maar die bleef verborgen - de corrupte staats- of partijbons paste er wel voor te zeer in het oog te lopen - of beperkt tot kleine criminaliteit.

De snelle differentiatie van de samenleving schept lacunes die handige jongens volop mogelijkheden geeft zich snel te verrijken, vaak zelfs zonder zich strafbaar te maken. Gefundenes Fressen voor de internationale mafia, de smokkelaars van alles wat los en vast zit, wapens en drugs en explosieven, prostituées en Koerdische vluchtelingen, ikonen en kernmateriaal, smokkelaars die kunnen bouwen op een in sommige landen diepgewortelde corruptie, op het old boys-netwerk van de vroegere communistische nomenklatoera en op de aanwezigheid, nog steeds, van duizenden Russische militairen die gestolen of overtollig legermateriaal verkopen. Witwassers van zwart geld, managers die oude staatsbedrijven plunderen en andere witte-boordencriminelen hebben vrij spel, Russische, Oekraënse en Tsjetsjeense benden knopen ongestoord contacten aan met nieuwe Poolse en Tsjechische misdaadorganisaties. Alleen al in Rusland opereren drieduizend misdaadbenden, met meer geld, meer apparatuur, meer armslag op het gebied van informatie en infiltratie - en met minder scrupules - dan de politie. Alles is poreus: de wet is het, de grenzen zijn het, elke vorm van overheidscontrole is het.

En er zijn ten slotte de "bloktypische' aarzelingen. Hard optreden wekt slechte herinneringen aan een voorbije tijd. Internationale samenwerking van politiediensten wekt de vrees voor een nieuwe supranationale politie die wel eens op een oude zou kunnen gaan lijken. “We hebben onze handen al vol aan het opsporen van onbetrouwbare elementen in onze eigen politie, op een nieuwe KGB zitten we niet te wachten”, zo zei onlangs een Poolse deskundige.

De resultaten zijn ernaar: overal in Oost-Europa zijn de misdaadcijfers de afgelopen jaren verveelvoudigd. In Tsjechië werden vorig jaar 277.000 misdrijven gepleegd, waarvan maar dertig procent werd opgelost, in Polen (830.000 misdrijven, 900 moorden) en Bulgarije (215.000 misdrijven, 550 moorden, dertig procent meer dan in 1991) schommelt het percentage opgeloste misdrijven eveneens rondom de dertig. Elders ligt het nog lager. In Estland werden al in 1991 vijf keer zoveel misdrijven gepleegd als drie jaar eerder; maar een fractie werd opgelost. Anno 1993 wordt in Estland één moord per dag gepleegd. “We worden afgeleid door partijruzies en lijken te negeren dat elk gezin de afgelopen drie jaar met criminaliteit te maken heeft gekregen. De criminaliteit vormt een bedreiging van de democratie”, zei onlangs de Bulgaarse president Zjelev in een aan de golf van misdaden gewijde toespraak tot het parlement. In Sofia kan men niet meer veilig over straat lopen, in de dorpen “doen ouden van dagen de deur op slot voor ze naar bed gaan en zijn zelfs dan niet zeker of ze de volgende ochtend levend opstaan, zonder te zijn bestolen”.

Moord, beroving, afpersing: het is overal in het Oosten een explosie waartegen de staat machteloos staat. Onveiligheid troef. In Polen circuleren tienduizenden uit Rusland binnengesmokkelde wapens en is het aantal misdrijven waarbij van vuurwapens gebruik wordt gemaakt in drie jaar verviervoudigd. Tot voor kort kon je op de markt in Boekarest uit Moldavië gesmokkelde handgranaten kopen. Het Roemeense blad TIM (“tijdschrift voor cultuur en opvoeding”) biedt wapens te koop aan in advertenties van het bedrijf Romtechnica, 40 mm granaatwerpers bijvoorbeeld, goed voor het afvuren van zes granaten per minuut, informatie te bekomen in de Drumul Taberei nummer 9. In Tsjechië verdwijnt een fors deel van het geproduceerde Semtex om op te duiken op de zwarte markt. Een nieuw fenomeen: de "mafiafamilie'. De Litouwse stad Klaipeda heet al "het Palermo van de Oostzee' en Kaunas, eveneens in Litouwen, is door negen mafiabenden onderling keurig verdeeld.

Hun brutaliteit is onbegrensd. Onlangs betrapten Letse grenswachten een smokkelbende die met vijftien ton metaal de Russische grens over wilde. Toen de grenswachten - miraculeus genoeg - weerstand boden aan het aanbod van 40.000 dollar aan steekpenningen dreigde de bende met tweehonderd man terug te komen om de grenspost met de grond gelijk te maken. Slechts ijlings aangevoerde politieversterkingen voorkwamen dat.

In Estland zijn hele spoorlijnen stilgelegd omdat diefstal van metaal en kabels de lijnen onveilig heeft gemaakt: tachtig procent van alle koper is gestolen. Metaaldieven slopen alles wat te slopen valt, tot en met de herdenkingsplaquettes aan de muren van Tallinn toe. Estland is met Polen een doorvoerland voor gestolen nucleair materiaal. Veel blijft mysterieus: vorige herfst werden in Estland zes plutoniumsmokkelaars vermoord, volgens de politie òf door de Israelische inlichtingendienst Mossad, òf door Arabieren omdat ze een Arabisch land (Irak?) aan plutonium hadden geholpen en als potentiële getuigen moesten verdwijnen.

Voor drugssmokkelaars vormt Oost-Europa een nieuw en aantrekkelijk gebied. In Albanië werd in maart voor het eerst sinds de oorlog een drugssmokkelaar aangehouden, met twee flessen cocane, een pak herone en een wapen. Drugsmafia's wakkeren in Bulgarije en Roemenië - nieuwe doorvoerlanden nu de route door ex-Joegoslavië is afgesneden - de verslaving aan door drugs voor een schijntje aan te bieden: Bulgarije telt al 15.000 verslaafden, elke week wordt alleen al in Sofia acht kilo herone verkocht, in cafés, maar nu ook al op scholen. De prijs is maar vier procent van de prijs in het Westen. In Servië is de criminaliteit als gevolg van de oorlog in Kroatië en Bosnië, de bewegingsvrijheid van mafiose Servische vrijwilligersmilities, de internationale sancties, de economische nood en het bondgenootschap tussen corrupte politici en louche zakenlieden nog meer toegenomen dan elders in Oost-Europa. In Servië, zei onlangs de politicoloog Ilija Vujacic, controleren misdadigers de regering, het parlement en de politie.

Niet alles op het gebied van de geëxplodeerde criminaliteit in Oost-Europa heeft van doen met het grove geweld van mafia's, moord, drugs en diefstal op grote schaal. De kleine burger doet ook mee, de kleine inbreker, de kleine fraudeur, de kleine tasjesdief. In de Estse hoofdstad Tallinn werden vorig jaar elke dag gemiddeld dertig telefooncellen opengebroken. Een van de grootste bedrijven in Letland is met liefst 1.500 werknemers een verzekeringsmaatschappij: binnen een half jaar verkocht het 2,5 miljoen polissen. Als het Slowaakse parlement zijn zin krijgt, kun je voor belastingontduiking binnenkort liefst twaalf jaar de cel in gaan, want alleen zware straffen, vindt men in Bratislava, kunnen aan de “epidemie van bedrog” een eind maken. In Bulgarije wordt openlijk geroepen om de herinvoering van de doodstraf. In sommige Baltische steden betaalt de helft of meer van de bedrijven de plaatselijke misdaad protectiegeld. In Litouwen doen overheden daar zelf aan mee: voor een plaats op de markt vraagt de gemeente Vilnius de handelaren 1.000 talonas per dag of 5.000 in de week. Extra handel kost meer. Wie weigert wordt gentimideerd: de gemeentelijke geldophalers zijn niet te beroerd om een paar liter benzine onder de auto te gieten en demonstratief met een aansteker te spelen.