België doet Europa en wil nu even niet gestoord worden; In Brussel lonkt de balzaal

BRUSSEL, 14 JULI. Het rommelt in de Brusselse salons waar politiek en bedrijfsleven elkaar ontmoeten - België dreigt de boot te missen. In heel Europa is het debat begonnen: hoe kunnen lonen worden gematigd, overheidstekorten bestreden, sociale zekerheid hervormd. En in België? Daar dreigt voorlopig niets te gebeuren. Het land is net voorzitter van de Europese ministerraden geworden. De regering lijkt met een zucht van opluchting de nationale agenda te hebben geschorst. De rooms-rode coalitie spatte eind maart al voor een week uit elkaar, toen de bezuinigingen voor dit jaar te moeilijk bleken. Een half jaar EG-voorzitterschap is voor de vermoeide coalitie van premier Dehaene onwillekeurig een binnenlands-politieke vakantie.

In dit meest EG-gezinde land van Europa wordt een succesrijke Europese présidence als een nationaal belang gezien. Walen en Vlamingen hopen dat een federaal Europa ooit de Belgische staat zal vervangen. Europa voorzitten is voor een Belgische politicus een proefrit in een gedealiseerde toekomst: het Europa van de regio's. Dat uitgerekend België als voorzitter het Verdrag van Maastricht mag gaan uitvoeren, vervult ook geharde Waalse socialisten met een sprankje nationale trots. De tv-beelden van Jean-Luc, bekend van de Brugse voetbaltribune, nu aan het banket met de Japanse kroonprinses in Tokio en naast Bill en Boris op het gazon, hebben daaraan bijgedragen. België beleeft zijn moment in de zon en kan even niet gestoord worden.

Intussen hakt de recessie om zich heen en maakt het pessimisme in ondernemerskringen langzaam plaats voor lichte paniek. Premier Jean Luc Dehaene lijkt definitief de geschiedenis in te gaan als de Urheber van de staatshervorming, de man die van België een federale staat wist te maken. Niet als de man die orde op zaken stelde in de runeuze toestand van 's lands financiën. (België kent de hoogste openbare schuld van heel Europa: 137,6 procent van het Bruto Nationaal Produkt.) In maart dwong hij de coalitiepartijen na de "crisette' een bezuinigingspakket van 110 miljard frank en een hele reeks nieuwe belastingen te aanvaarden. Maar Dehaene had wel koning Boudewijn nodig om de partijen van een echte breuk af te houden. Dit voorjaar moest Dehaene bovendien het CVP-congres plechtig beloven in deze kabinetsperiode geen nieuwe belastingmaatregelen meer te nemen.

De partij maakt zich grote zorgen - Jean-Luc is bezig de Vlaamse christen-democratie naar de verdoemenis te regeren. In de enquêtes is de CVP, ooit Vlaanderens grootste partij, gezakt naar een miezerige 21,5 procent. De liberale VLD stormt af op een reusachtige winst: 28,4 procent, de nieuwe Nummer Eén. Dehaenes verdere regeeropdracht werd bij het bekend worden van deze cijfers in een karikatuur in De Standaard treffend verwoord: “Het achterlaten van een zo groot mogelijke rotzooi voor de VLD.”

Met een half jaar EG-retraite voor de deur, gevolgd door het verkiezingsjaar 1994 zag de toekomst er dus somber uit. De spankracht van het kabinet Dehaene leek verbruikt. Een advies van de Hoge Raad van Financiën om komend jaar nog eens 65 miljard te besparen werd vorige week door minister Maystadt als "voorbarig' van de hand gewezen. Begin 1994 zal het kabinet verder zien, was de mededeling. Voor het eerst in jaren zal het zomerconclaaf over de begroting dus niet onder druk van verdere bezuinigingen staan. Het kabinet-Dehaene lijkt opgebruikt, de gedachten zijn elders, de Europese balzaal lonkt.

Op dergelijke momenten treedt Belgiës (enige) ondernemer van internationale statuur, Gevaert-voorzitter André Leysen, uit de coulissen. Na een keurige opmaat eind vorige week door de top van het Verbond van Belgische Ondernemingen (“Kabinet voelt zich en congé, terwijl moment van de waarheid nadert”), is België weer bij de les. In een scherpe aanval op de politiek voorspelde Leysen dat België “de Italiaanse weg zal opgaan”, omdat het land zichzelf niet weet te besturen. De politiek “zal de gebruikelijke lapmiddelen bovenhalen en zand in de ogen blijven strooien tot het kaartenhuis in elkaar zakt”. Hoe kan het ook anders in een land waar de staatshervorming bij de oppositie werd gekocht met een "ecotax' van 10 frank op PVC-flessen, zo vraagt hij zich af.

De topman van de Gevaert-holding (chemie, bank, verzekeringen) heeft als presidiumlid van de Duitse Treuhandanstalt recht van spreken bij saneringen. In België geldt deze patroon der patroons als het "orakel van Mortsel', succesvol, gezaghebbend en van internationaal kaliber. Favoriet onderwerp in de vraaggesprekken met hem is de "gensti"tu"tionaliseerde besluiteloosheid' aan de Wetstraat dank zij de Waals-Vlaams conflictfolklore, de schuldenberg waarmee sinds 1975 alle ruzies zijn afgekocht en de "nonsens' van een vergaande Waalse en Vlaamse zelfstandigheid.

In De Standaard van het afgelopen weekeinde ging hij echter (zo mogelijk) nog een stap verder. Volgens hem dreigt er in België binnen twee jaar een zware crisis, een “volledige ontreddering van de schatkist”, een financieel "infarct' en daarmee een uitslaande brand in de Belgische staat. “Wie na 2000 met pensioen gaat, neemt best zijn voorzorgen”, deelde hij mee. Leysen ziet een hele reeks devaluaties aankomen; de inflatie zal erdoor worden aangewakkerd. Ook zegt hij te vrezen voor de stabiele positie van de frank. Hij rekent voor dat de Belgische staat vorig jaar 55 procent van zijn totale inkomsten (676 miljard op 1.221 miljard) aan rente op de staatsschuld moest betalen. De globale omvang van de schuldenberg is nu 9.400 miljard - België had er in zijn eentje de Kanaaltunnel mee kunnen betalen. Dit jaar moet er ongeveer 500 miljard worden bij geleend en zal er 788 miljard aan rente moeten worden uitgegeven. “De inlevering dient om eventjes te beletten dat de gigantische put niet dieper wordt. Meer niet.” Alles wat er de komende jaren nog zal worden bespaard zal volgens Leysen “automatisch teniet worden gedaan”. De "rentesneeuwbal' wordt een "rentelawine' meent hij.

Terwijl Leysen in vroegere vraaggesprekken ironisch, gedistantieerd en soms geamuseerd was over de politiek "à la Sauce Belge', is hij nu zeer ongerust en emotioneel. Hij zegt later niet het verwijt te willen krijgen zijn mond te hebben gehouden, terwijl hij wist "hoe slecht de zaken lagen'. De staatshervorming acht hij bijvoorbeeld een financiële ramp voor het land. De Belgische regering is financieel uitgekleed door de overdrachten van geld en macht aan de gewesten en is met de schuld blijven zitten. België heeft ook niet, zoals Nederland, pensioenreserves aangelegd, maar betaalt pensioenen uit de lopende inkomsten. Gezien de verwachte forse stijging van het aantal gepensioneerden (van 2,1 miljoen naar 3,5 in 2030) bij een gelijkblijvend of afnemend aantal werkenden, tikt hier een tijdbom, aldus Leysen. “De huidige generatie heeft niet alleen rijkelijk boven haar stand geleefd en de staat arm gemaakt, ze heeft ook de pensioenen van de volgende generatie verteerd.” Politiek is het land intussen zo goed als onbestuurbaar, met zowel aan Waalse als Vlaamse kant vier partijen met meer dan tien procent van de stemmen.

Zijn recept bestaat, niet onverwachts voor een Treuhandbestuurder, uit "zeer harde ingrepen' die na een akkoord met de sociale partners "automatisch' moeten worden uitgevoerd. België dient een vermogensbelasting te aanvaarden, de automatische loonsverhoging te bevriezen, het gehele sociale stelsel opnieuw uit te vinden (“ten koste van degenen die vandaag het systeem melken”), subsidies aan ondernemingen te staken en “alles privatiseren wat privatiseerbaar is”. Daarnaast bepleit hij een politieke hervorming: afschaffing van de evenredige vertegenwoordiging en overstappen op een districtenstelsel dat à la Groot-Brittannië voor duidelijke meerderheden moet zorgen.

Het vraaggesprek lag zaterdag koud op de mat of de ondernemer kreeg al antwoord. Zo snel dat men aan de Wetstraat doorgestoken kaart vermoedde - Leysen geeft de voorzet, Dehaene neemt de bal aan, het debat kan toch nog beginnen. In het vliegtuig uit Tokio gaf de premier aan één Waalse en één Vlaamse krant een vraaggesprek waarin hij voorstelde de sociale zekerheid alvast grondig te hervormen. West-Europa evolueert snel naar een post-industriële samenleving, zo filosofeerde de premier. Zowel de regels voor de arbeidsmarkt als voor de sociale zekerheid zijn ouderwets, te veel afgestemd op de industriële produktie waar de werkgelegenheid echt niet meer vandaan zal komen. De gevolgen zijn asociaal: werkloosheid en uitsluiting van jongeren. De arbeidsmarkt moet "flexibeler' worden, de sociale zekerheid zou "anders' moeten worden gefinancierd. Niet meer rechtstreeks uit de loonkosten, maar bij voorbeeld uit indirecte belastingen, mits dat niet meteen leidt tot prijscompensaties. Wellicht moeten er elementen uit het Amerikaanse systeem worden overgenomen, maar dan wel met behoud van de unieke Europese "sociale correctie'. Het was nog vaag en voorzichtig; Dehaene smeekte de sociale partners haast om zich niet meteen in de loopgraven terug te trekken en het debat aan te durven. Een begin lijkt gemaakt.