Allochtonen uitgesloten door drie sportbonden

DEN HAAG, 14 JULI. Drie sportbonden hanteren nog verouderde criteria voor allochtonen.

De tennisbond, zwembond en badmintonbond hebben toegezegd de regels voor in Nederland woonachtige buitenlanders te versoepelen. De achttien andere onderzochte sportorganisaties komen er redelijk tot goed vanaf. Dat bleek uit een onderzoek van anti-discriminatie-medewerker J.W. Janssens van de NOC/NSF. Hij overhandigde vandaag in Den Haag het rapport Discriminatie naar nationaliteit in reglementen van landelijke sportorganisaties aan het ministerie van WVC. Een Turks jongetje van twaalf jaar mag in Nederland niet meedoen aan een regionaal tennistoernooi in zijn leeftijdscategorie. Volgens de statuten van de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennisbond (KNLTB) moet zelfs een junior de Nederlandse nationaliteit bezitten om op regionaal of landelijk niveau een titel te behalen. Zo gaf Janssens als voorbeeld. De voetbalbond eist weliswaar dat een amateurvoetballer minimaal twee maanden in Nederland moet wonen, om te mogen spelen, maar in praktijk blijkt dat deze regel meestal wordt geschonden. De NOC/NSF realiseert zich dat een soepele toelating van allochtonen nieuwe problemen creëert. Zo mocht de Nederlandse kampioen karate een paar jaar geleden niet worden uitgezonden naar het Europees kampioenschap. De titelhouder had een Turkse nationaliteit en kon Nederland niet vertegenwoordigen op het EK.