Zeevaart luidt alarmklok in Den Haag; Reders doen drastische voorstellen om concurrentiepositie te verbeteren

ROTTERDAM, 13 JULI. Te lage vrachtprijzen door overcapaciteit en een te gering rendement op het genvesteerde vermogen om nieuwe schepen te kunnen laten bouwen hebben de Nederlandse zeescheepvaart in een kritieke situatie gebracht. Om die reden hebben de Nederlandse reders vanmiddag minister Maij-Weggen de nota "Maritiem-Keerpunt' aangeboden, waarin drastische voorstellen worden gedaan om de situatie van de Nederlandse zeevaart te verbeteren.

Een in opdracht van het ministerie van verkeer in waterstaat door Coopers & Lybrand uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat veertig procent van alle nog onder Nederlandse vlag varende schepen binnen afzienbare tijd zal "uitvlaggen', wanneer het huidige steunpakket van de overheid aan de zeevaart niet wordt aangepast. Rederijen als Seatrade en Wijsmuller hebben daardoor respectievelijk de charterpoot van de vloot en het walpersoneel al in Antwerpen ondergebracht. Volgens de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR), de eerste symptomen van een massale exodus wanneer adequate steunmaatregelen van de overheid uitblijven.

De reders bepleiten een bedrag van 500 miljoen gulden per jaar om de zeevaart te ondersteunen. Onderverdeeld in 320 miljoen voor ondermeer tegemoetkoming in nieuwbouw, 150 miljoen als verhoging van de al bestaande 35 procentsregeling naar 60 procent (een fiscale faciliteit die de bruto loonkosten vermindert voor de reder bij gelijkblijvend netto loon voor de zeeman) en 30 miljoen gulden voor vrijstelling van winstbelasting. Maar de huidige praktijk is dat door de grote order voor zes nieuwe schepen van Spliethoff de subsidiepot voor nieuw te bouwen schepen voor 1993 al vrijwel leeg is.

“We staan echter niet met de pet in de hand”, verklaart KVNR-voorzitter A. Korteland. “De zeescheepvaart levert een belangrijke bijdrage aan de economie. De omzet is ruim zes miljard, de bijdrage aan het BNP is twee miljard en de bijdrage aan de betalingsbalans 2,5 miljard. Direct- en indirect biedt de zeevaart werk aan 30.000 mensen. Wanneer mevrouw Yvonne van Rooy juichend met 140 miljoen aan orders uit China terugkomt en dat voor de Tweede Kamer al reden is om uitgebreid te gaan praten, dan zijn de cijfers van de zeevaart voor de politiek zeker interessant genoeg om eens over na te denken.”

Gespecialiseerd in koelvaart, chemicaliën en gasvervoer, offshore en zware ladingvervoer, beschikken de Nederlandse reders over een ultra moderne vloot, die de afgelopen twintig jaar echter is teruggelopen van 786 tot 397 schepen. Veel rederijen zijn al geheel of gedeeltelijk met hun vloot uitgevlagd om de exploitatiekosten te drukken. Het verschil in bemanningskosten tussen een groot schip dat optimaal gebruik maakt van de Nederlandse regelgeving (Nederlandse officieren, voor de lagere functies buitenlanders en het hanteren van de 35 procents regeling) en een schip dat onder goedkope vlag vaart is ongeveer een miljoen gulden per jaar. Veel maritieme landen hebben een zogeheten tweede- of open register ingesteld en daarmee de faciliteiten voor hun reders sterk verbeterd. De Nederlandse ontwikkeling blijft daar bij achter.

De KVNR acht voor de infra-structuur in de zeevaart een volwaardige Nederlandse vloot van levensbelang. Het onderbrengen van de activiteiten in het buitenland heeft een nadelige invloed op de toeloop naar de zeevaartscholen, de scheepsbouw, het loodswezen, maar ook op de financiering van schepen. Punten waar Nederland altijd in heeft uitgeblonken. Het liefst zouden de reders een uniforme Europese regelgeving voor de zeevaart zien. Maar dit blijkt in de praktijk een utopie. Brussel wordt door de reders eerder als een stoorzender ervaren. Korteland: “Omdat Hapag Lloyd, ACL, P&O en Nedlloyd op de Atlantische route vorig jaar 400 miljoen dollar verlies op hun containervaart hebben gemaakt, hebben zij onderlinge afspraken gemaakt de vervoerscapaciteit wat terug te dringen om de prijzen te kunnen verhogen. Bittere noodzaak om het hoofd boven water te houden ten opzichte van rederijen uit het Verre Oosten. Maar dan hangen er twee vervoerders in Brussel aan de telefoon om te protesteren tegen kartelvorming, waardoor de zaak vervolgens weer dreigt te worden teruggedraaid.”