Taiwans aanstaande onafhankelijkheid

De Republiek China, beter bekend als Taiwan, heeft een nieuw initiatief gelanceerd om de 1971 verloren gegane zetel in de Verenigde Naties terug te krijgen. Niet in de plaats van, maar náást de Volksrepubliek China. Heeft Taiwan de onafhankelijkheid uitgeroepen?

TAIPEI, 13 JULI. Bittere Chinese rijstwijn vloeit rijkelijk. Schotels met gebakken varkenshersenen, negenogen-mosselen en andere oosterse lekkernijen gaan rond. Een Chinees familiefeest onder gegoede kringen van zakenlieden en wereldreizigers in de Beverly Hills-buitenwijk van Taipei. Henry Wun brengt een toost uit - het glas met de ene hand vasthouden met de andere ondersteunen - op het geluk van zijn gasten. Wun, succesvol handelaar in hydraulische apparatuur, sympathiseert met de Democratisch Progressieve Partij (DPP) die een streep wil zetten onder het verleden en de onafhankelijkheid wenst uit te roepen.

“Alhoewel de regering van de Republiek China op dit moment alleen het feitelijk bestuur uitoefent over de provincie Taiwan en omringende eilandengroepen, beschouwt zij zich als wettige regering van heel China,” heet het nog in een officiële publikatie van de regerende Kwomintang. In de praktijk blijkt dat de meeste Taiwanezen zich hebben neergelegd bij het feit dat er twee China's zijn: een communistische Volksrepubliek op het vasteland en een nationalistische republiek op Taiwan, een situatie zoals die ontstond na afloop van de burgeroorlog, in 1949.

Henry Wun (57) steekt regelmatig de Straat van Taiwan over voor zaken. “Oké, het zijn ook Chinezen daar, maar anders. Op den duur kunnen we misschien wel weer een land worden, maar zij gaan nu door een ontwikkeling die wij allang hebben gehad. Laat ons maar onafhankelijk heten.” Hij roemt de nieuw verworven democratie van Taiwan. “We weten niet wat ons overkomt, ineens kan iedereen zeggen wat hij wil.”

Tot vorig jaar bestond een groot deel van de leden van de Wetgevende Yuan, het parlement, uit Chinezen die voor 1949 op het vasteland een zetel veroverden en deze na hun vlucht naar Taiwan nooit meer afstonden. In december 1992 hadden vrije verkiezingen plaats voor een nieuwe, gestroomlijnde Wetgevende Yuan, waaruit de inmiddels hoogbejaarde vastelanders waren verwijderd. De verkiezingen liepen uit op een groot succes voor de DPP, die 31 procent van het electoraat achter zich kreeg, goed voor 51 van de 161 parlementariërs.

Zelfvertrouwen te over op het hoofdkwartier van de partij in Taipei. Aan de huisvesting valt af te zien dat de DPP jong is. Terwijl de fraaie, mooi gelegen gebouwen van de Kwomintang- regering de snel groeiende rijkdom van Taiwan weerspiegelen, moet de DPP het nog doen met enige etages van een oud flatgebouw in een zijstraat. Maar de taal is krachtig. Chiou I-Jen (44), de vice-voorzitter, zegt dat er een referendum moet komen waarin de Taiwanezen zich kunnen uitspreken over de status van hun land. Hij noemt de angst van de Kwomintang voor een Chinese invasie, mocht Taiwan zich onafhankelijk verklaren, “een grap” en een voorwendsel om de macht te houden.

Chiou geeft toe dat Peking zeer ontstemd zou zijn, “maar waarom hebben we dan zo'n sterke krijgsmacht opgebouwd”. Taiwan kan zich heel goed verdedigen, denkt Chiou, die de militaire capaciteiten van de Volksrepubliek niet hoog inschat. En wat gebeurt er als China kernwapens inzet? “Dan zullen we terugslaan met kernwapens”, zegt de DPP-man vol bravoure.

Beschikt Taiwan dan over kernwapens? “Nee”, zegt Rock Leng, een 54-jarige voormalige journalist, werkzaam op het onderzoeks- en planningsbureau van het ministerie van buitenlandse zaken. “Dat wil zeggen: niet voor zover ik weet”. Onder de vorige president, de in 1988 overleden Chiang Ching-kuo, een zoon van Chiang Kai-shek, is er volgens Leng wel gewerkt aan de ontwikkeling van kernwapens, maar de plannen hiervoor zouden later zijn afgeblazen. Is het mogelijk dat Leng niet van alles op de hoogte is? “Dat is mogelijk.”

Taiwan ondertekende in 1968 het Non-Proliferatie Verdrag (NPV), dat de verspreiding van kernwapens tegengaat, maar aangezien het land in 1971 uit de Verenigde Naties werd gezet en werd vervangen door de Volksrepubliek is controle van buitenaf een internationaal juridisch probleem. Taiwan bestaat immers wel de facto, maar niet de jure en hoeft zich van niemand iets aan te trekken.

Voor Rock Leng is de zaak van onafhankelijkheid in feite een gepasseerd station. “De Republiek China is allang een onafhankelijk land, we hebben ons alleen niet als zodanig uitgeroepen.” Hij vreest dat een echte onafhankelijkheidsverklaring wel degelijk tot een Chinese invasie zou leiden. “En dan staan we alleen, niemand zal ons helpen.” Hij gelooft niet in bescherming van buitenaf wanneer de Volksrepubliek - Leng spreekt liever over "de andere kant van de straat van Taiwan' - mocht besluiten tot de aanval. De VS hieven in 1978 hun militaire garanties, tegelijk met de ambassade in Taipei, op. De leverantie van 150 Amerikaanse F-16's en 60 Franse Mirages betekent niet dat Washington of Parijs Taiwan ook militaire dekking geven. “Daarom bouwen we een zo sterk mogelijk leger op en kopen alles wat we kunnen gebruiken. We zouden nog steeds graag Nederlandse onderzeeërs willen hebben, die passen heel goed in onze militaire opbouw.”

Taiwan heeft de afgelopen jaren een indrukwekkend, tot de tanden bewapend leger opgebouwd. Het parlement keerde gisteren de begroting voor de aankoop van de F-16's en Mirages goed, waarmee een bedrag van 11 miljard dollar is gemoeid. Ook de verder uitbreiding van de luchtmacht, tot een capaciteit van 430 gevechtsvliegtuigen in 2000 kon rekenen op instemming van het parlement. Kwomintang en DPP zijn het op dit punt roerend eens.

De opstelling van de Kwomintang-regering ten aanzien van de Volksrepubliek en onafhankelijkheid komt dubbelzinnig over. Vorige maand bracht minister van buitenlandse zaken, Frederick Chien, een campagne op gang om in september het lidmaatschap van de Verenigde Naties aan te vragen. Niet als vervanger van de Volksrepubliek, maar als soevereine staat. Rock Leng verdedigt de stap: “We willen dat de wereld ons erkent als een soeverein land. Wij eisen niet de zetel van China op, we kunnen toch allebei in de VN zijn vertegenwoordigd, een ministaat als Liechtenstein is wel vertegenwoordigd in de VN en wij niet, twintig miljoen mensen, dat klopt niet.” Hij wijst ook op Noord- en Zuid-Korea die beide zijn vertegenwoordigd in de VN.

Nationalistische China geeft daarmee zijn aanspraken op het grondgebied van de Volksrepubliek op. “Vanaf nu kunnen we praten over een onafhankelijke Republiek China gevestigd op Taiwan. We hebben het doel van de Chinese hereniging niet opgegeven, maar tot het tijdstip dat dit is bereikt moet de wereld twee Chinese politieke entiteiten erkennen, die aparte jurisdicties uitvoeren in twee aparte gebieden”, zegt Leng.

De situatie was Taipei toch al boven het hoofd gegroeid sinds in 1987 het vrij reizen naar het vasteland werd toegestaan. En daar is al door miljoenen Taiwanezen gebruik van gemaakt, hoewel China alleen via een omweg (meestal Hongkong) kan worden bereikt, van een directe vliegverbinding tussen de twee China's is het nog niet gekomen, al zal dat niet lang meer op zich laten wachten. De Taiwanese investeringen in de Volksrepubliek zijn de afgelopen zes jaar spectaculair gegroeid: een miljard in 1987, tien miljard nu. Veel arbeidsintensieve industrieën hebben Taiwan verruild voor China, waar de lonen ongeveer op een tiende liggen.

Taipei hoopt met de investeringen Peking aan zich te binden en de communistische leiders aldaar tot inkeer te brengen. Rock Leng: “Wij erkennen dat de Volksrepubliek effectieve jurisdictie heeft over het vasteland en vragen nu van hen onze jurisdictie over Taiwan te erkennen. Twee China's, twee regeringen, twee onafhankelijke landen. Maar "het vasteland' gaat nog steeds uit van een China, twee regeringen, met de aantekening dat die van Taiwan wordt beschouwt als een provinciale.”