Picasso voor blinden

Caresser Picasso wordt gemporteerd door Idea Books en kost ƒ 351,50. Vanaf vandaag is een exemplaar in de Blindenbibliotheek van Amsterdam te voelen.

Als blinden van beeldende kunst kunnen genieten is met de verschijning van het voelboek van Picasso een revolutionaire stap gezet. We kunnen ons iets voorstellen bij een handententoonstelling van beeldhouwwerk, of bij een tentoonstelling van beeldhouwwerken besprenkeld met diverse parfums. Vorig jaar werd in Luik een tentoonstelling van schilderijen gehouden waar de kleuren in braille op de afbeeldingen waren aangegeven.

Een interessant experiment, maar de reacties waren niet enthousiast. Alleen blinden die eerder konden zien, wisten de sensatie van kleuren te waarderen. We kijken niet verbaasd op van het blindenmuseum dat recent in Madrid geopend werd. De koepels van het Kremlim en de vlam op het Amerikaanse vrijheidsbeeld die er in maquette nagebouwd zijn, ontlenen hun aantrekkingskracht toch vooral aan het idee achter deze tastvormen. Ook een blinde wil de sensatie voelen het onbereikbare aan te raken.

Maar pas echt interessant is het initiatief van het Musée Picasso in het Franse Antibes een deel van Picasso's oeuvre - toevallig dat deel dat in Antibes aanwezig is - voor blinden toegankelijk te maken. De stichting voor Kulturele en kunstzinnige activiteiten voor blinden en slechtzienden (Kubes) in de persoon van Arend Knot had er nog niet van gehoord. In een groot formaat boek zijn tekeningen van Picasso geblinddrukt. Het procédé is oud maar voor beeldende kunst niet eerder in boekvorm toegepast. Ook Ronald Polderman, medewerker van de blindenbibliotheek, heeft nooit een dergelijke uitgave in handen gehad. Van de tekeningen zijn mallen gemaakt, je legt er zwaar, handgeschept en vochtig papier op en de afbeelding reproduceert zich in reliëf. Dat is een wezenlijk ander procédé dan braille, waarbij met de zes punten van het dominospel combinaties gemaakt worden die door hoogteverschil met de vingertoppen gedecodeerd kunnen worden.

Ronald Polderman en zijn vrouw Marjanne putten zich uit in verontschuldigingen omdat ze geen kunstkenners zijn. Dat kwam mooi uit want als ze de tekeningen van Picasso al gekend hadden, was een verantwoorde proef naar de bruikbaarheid van dit curieuze boekwerk niet mogelijk geweest. Bij de geblinddrukte Picassotekeningen zijn uitgebreide beschrijvingen in ziendeschrift en in braille opgenomen. Blinddruk geeft de vormen in sneeuwkleur weer en dat vergt de nodige toelichting.

Ronald leest voor. De samenstellers van Caresser Picasso (Picasso strelen), Daniele Giraudy en Claude Rodrigues, zijn zich sterk bewust van het feit dat ziende mensen van algemeen naar detaillistisch redeneren, terwijl blinden zoveel mogelijk details vergaren voordat ze tot een algemene voorstelling komen. Ze beschrijven de tekeningen en geven aan hoe ze het beste te bevoelen zijn. En dan nog blijft het ingewikkeld want een tekening is tenslotte maar een tweedimensionaal symbool voor een driedimensionaal gegeven. Géza Révész beweerde in de jaren vijftig in zijn studie Blindenpsychologie dat beeldende kunst niet aan blinden besteed is. Het voelen zou geen esthetische beleving opwekken.

Je zou verwachten dat de forse eenvoudige handtekening van Picasso voor slechtzienden makkelijk te determineren is. Dat blijkt niet het geval. Zonder de introductietekst komen Ronald en Marjanne er pas na lang voelen achter. Marjanne leest de tekeningen van onder naar boven terwijl Ronald net andersom opereert, totdat de instructietekst hem zulks afraadt.

Ronald probeert van elke tekening een concrete beschrijving te geven. Dat geeft een onverwacht effect want de ziende kunstbeschouwer probeert nooit alle lijnen in een rationeel verband te brengen. Een paar cirkels met twee puntjes in het midden en twee uitsteeksels aan de zijkant, is voor u nog geen hoofd. Ook al zou ik er meer details bij schrijven, in woorden weergegeven blijven de cirkels abstracte lijnen. Iedereen die de tekening ziet, zal er een hoofd in herkennen. Verrassend is dat Marjanne vrijwel onmiddellijk nadat ze met haar handen over het papier heeft gestreeld, zegt: “Dit lijkt wel een hoofd.” Ronald: “Zou kunnen.” “Deze is mooi om te voelen”, zegt Marjanne als ze La Nymphe betast heeft en tevergeefs raadt wat ze precies voelt. Bij een andere tekening, vraagt Marjanne enthousiast: “Heb je die trein al gezien.” Bij die opmerking meldt de sprekende klok dat het al tien uur in de avond is.

Révész' stelling dat de blinde mens niet van beeldende kunst kan genieten omdat hij zijn observaties niet tot een zinvolle eenheid kan samensmelten, hoogstens tot een zinnelijke, lijkt me achterhaald. Wie zinnelijkheid niet als waarderingscriterium voor beeldende kunst - en zeker die van Picasso - erkent, is ziende blind.