Leed aan de oppervlakte

De zaak-Epe krijgt dezer dagen veel aandacht, en terecht, maar het wordt wel eens vergeten dat er regelmatig voor de Nederlandse rechtbanken kleinere, maar vergelijkbare ontuchtzaken met kinderen dienen. Die halen zelden de publiciteit, afgezien van een kort verslag in een regionale krant - en zelfs dat niet altijd.

Neem de zaak van Cornelis Henkemaat die vandaag door de meervoudige strafkamer van de Haagse rechtbank wordt behandeld. Henkemaat is een ruim 60-jarige man, pafferig, bleek, in vale kleren. Een half uur voor het begin van zijn zaak komt hij aangehijgd. Hij moet een astmalijder zijn, want hij is voortdurend in de weer met een inhaler, een buisje dat een ratelend geluid maakt en dat hij diep in zijn mond stopt om zich meer lucht te verschaffen. Een mevrouw van de reclassering houdt hem gezelschap en probeert zijn gedachten af te leiden. De conversatie wil niet opbloeien, Henkemaat heeft weinig te missen.

Henkemaat wordt verdacht van ontucht met drie van zijn kleinkinderen. Het zou begonnen zijn in 1986 met de toen 2-jarige Clara en enkele jaren later zijn voortgezet met twee neefjes van Clara, Eddy en Peter, die toen ongeveer zes jaar waren.

“Twee vervelende feiten”, zegt de voorzittende rechter, mevrouw mr. E. Weiss, tegen de verdachte.

“Wat zegt u?”

“Twee vervelende feiten.”

“Ja.”

Veel meer tekst hoeven we van deze verdachte niet te verwachten. Hij heeft in een eerder stadium vrijwel alles bekend en hij neemt nu de houding aan van iemand die vindt dat er genoeg gepraat is. Het mag dan een vervelende zaak zijn, men moet er niet over blijven emmeren. “Een egocentrisch man”, noemde de psychiater hem, “iemand met weinig schuldgevoelens.”

Henkemaat paste gedurende enkele jaren regelmatig op Clara op, het dochtertje van zijn zoon. Zodra zijn schoondochter weg was, viel hij Clara lastig. De zaak kwam aan het rollen toen er allerlei problemen in het gezin van de zoon tot de buitenwereld doordrongen. Clara werd gehoord en vertelde dat opa haar had gevingerd. Volgens de tenlastelegging zou hij ook zijn geslachtsdeel tegen haar buik hebben gedrukt, maar Henkemaat ontkent dit en de officier van justitie zal dit gedeelte schrappen. Iets soortgelijks doet zich voor in het geval van Eddy en Peter. Henkemaat geeft toe dat hij de jongetjes onzedelijk betast heeft, maar hij ontkent dat ze zijn penis moesten vastpakken - en ook dit deel van de aanklacht zal de officier laten vallen.

Henkemaat schat dat hij zich vijf keer aan Eddy heeft vergrepen; van Peter weet hij het niet meer. Het kwam allemaal uit toen de jongetjes niet meer bij hem wilden logeren. Hun ouders gingen vragen stellen en hoorden de feiten.

Het misbruik met Clara heeft in 1986 en 1987 plaatsgevonden. Haar ongeluk is dat zij ook nog door een andere bejaarde man is misbruikt. Ook deze man werd "opa' genoemd, maar hij was geen familie.

Het bitterste aspect van de hele affaire is dat Henkemaat al vaker wegens ontucht met kinderen is opgepakt. In 1980 kreeg hij een geldboete voor ontucht met een minderjarig buurmeisje. Later volgde zelfs een veroordeling voor ontucht met zijn eigen dochters.

Als de rechter deze feiten opsomt, luistert Henkemaat onbewogen toe. Hij komt pas in het geweer als de rechter zegt: “U geeft de schuld nogal aan de omstandigheden: u heeft veel gedronken.”

“Ik was alcoholist”, zegt Henkemaat, bijna gretig.

“Een kratje per dag”, knikt de rechter, “maar je kunt toch niet zeggen: alcohol is de schuldige.”

“Nee.”

De officier van justitie, mr. F. Slits, citeert uit het reclasseringsrapport dat de kans bestaat dat de incest van Henkemaat ook weer door zijn kinderen zal worden overgenomen. “De hele familie moet eigenlijk in behandeling”, zegt hij.

Hij vindt het een verdrietige zaak. “Wat moet je ervan zeggen? Kinderen zouden goede herinneringen aan hun opa en oma moeten kunnen bewaren. Maar deze opa was een grote egost, die zijn lusten ook op zijn eigen kinderen heeft botgevierd. In deze familie moet nog ongelofelijk veel leed onder de oppervlakte zitten. Henkemaat heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. De psychiater mag hem dan verminderd toerekeningsvatbaar achten, maar een belangrijk deel van de schuld ligt bij hem. Het moet nu echt afgelopen zijn.”

Hij wil Henkemaat een vrijheidsstraf opleggen, maar is bereid deze om te zetten in onbetaalde arbeid. “De enige reden daarvoor is dat niet alles op het conto van Henkemaat kan worden geschreven. Het komt ook doordat die familie zo gesloten was.” Uiteindelijk eist hij twaalf maanden gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk; het onvoorwaardelijke deel kan worden omgezet in 240 uur onbetaalde arbeid.

“Een bijzonder hoge eis”, vindt de advocaat, mr. F. van der Zwan, “zeker als ik het vergelijk met straffen in zaken als die in Epe.” Hij wil de daden van zijn cliënt niet goedpraten, maar vraagt begrip voor diens persoon. Een man met zware trauma's: berger van lijken in de watersnoodramp, getuige van een dodelijk ongeval in militaire dienst. “Hij beseft: dit kan niet langer. Ik hoop dat hij ervan geleerd heeft.”

“In 1980 heeft hij er ook niet van geleerd”, zegt de officier koeltjes.

“Toen heeft de hulpverlening niet adequaat gereageerd”, zegt de advocaat, “nu wel.”

De rechter vraagt de verdachte of hij zijn in beslag genomen seksboekjes wil terughebben. Henkemaat schudt het hoofd. “Dan moet u hier even tekenen.” Henkemaat hijgt zich naar het gestoelte van de rechter.

“Wilt u nog iets toevoegen?” vraagt de rechter als Henkemaat weer zit.

Stilte. Henkemaat haalt zijn inhaler tevoorschijn en snuifslikt met wijd geopende mond - zelden gehoorde, vrije geluiden in een rechtszaal. Als hij het zaakje heeft opgeborgen, zegt hij: “Ik heb alles gezegd. Stop me asjeblieft niet in de gevangenis. Met mijn vrouw gaat het weer prima, volgend jaar zijn we veertig jaar getrouwd.”

“Dus als het kan niet in de gevangenis?” vraagt de rechter ten overvloede, alsof ze bezig is een bestelling op te nemen.

“Asjeblieft niet.”

Terwijl de verdachte buiten de zaal uitgeblust onderuit zakt op een bankje, voegt de mevrouw van de reclassering zich even bij de pers. “De officier heeft mijn rapport op één punt verkeerd genterpreteerd”, zegt ze. “Ik heb nergens gesuggereerd dat de kinderen van meneer Henkemaat ook incest plegen of gaan plegen. Het zit anders. Doordat zij zelf getraumatiseerd zijn door incest, sluiten ze zich soms af voor signalen van seksueel misbruik met hun kinderen door derden.”

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden die omgezet wordt in 150 uur onbetaalde arbeid; een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.