Kwart dokters werkt niet met patiënten

ROTTERDAM, 13 JULI. Eén op de vier artsen in Nederland krijgt nooit een patiënt te zien. Zij werken als verzekeringsarts, onderzoeker, bedrijfsarts, adviserend geneeskundige, jeugdarts, consultatiebureau-arts, docent of bestuurder. Dat blijkt uit een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Praeventieve Gezondheidszorg van TNO.

De meeste van deze artsen zijn nog geen veertig jaar. Bijna tachtig procent heeft hooguit vijf jaar ervaring in een functie van behandelend arts. Het onderzoek bevestigt dus niet het idee dat alleen artsen die tegen het eind van hun carrière lopen een baan kiezen buiten de patiëntenzorg.

Een groot deel van de artsen die buiten "de zorg' werken heeft daartoe bewust gekozen uit interesse voor maatschappelijke en preventieve aspecten van de gezondheidszorg. Soms vormen ook negatieve ervaringen in de opleiding of beroepsuitoefening een aanleiding. Een aantal jonge artsen zou liever wel met een stethoscoop hebben rond gelopen, als ze daarvoor een kans hadden gekregen.

Van al deze artsen is slechts een kwart sociaal geneeskundig gespecialiseerd. Dat is opmerkelijk, want van degenen die wel een sociaal-geneeskundige functie bekleden heeft slechts de helft een adekwate opleiding gevolgd. Veel artsen voelen dan ook de behoefte tot meer of minder bijscholing.

Volgens TNO is het voor het eerst dat een betrouwbaar onderzoek is gedaan naar de positie van niet-behandelende artsen. Daardoor is het niet mogelijk om enige vergelijking te maken met het verleden. De onderzoekers verwachten overigens wel dat het aantal sociaal-geneeskundigen zal toenemen. Wvc heeft aan het onderzoek mee betaald.