Koopmans barok mist dramatisch contrast

Concert: The Amsterdam Baroque Orchestra o.l.v. Ton Koopman, met Greta de Reyghere, sopraan. Programma: Georg Friedrich Händel, Suite uit Il pastor fido in d klein, en Concerto grosso in D groot op. 6 nr 5. Antonio Vivaldi, In furore giustissimae irae. Johann Sebastian Bach, Cantate Weichet nur, betrübte Schatten BWV 202, en Sinfonia uit Cantate BWV 42.

Gehoord: 12/7, Concertgebouw, Amsterdam. In de serie Robeco Zomerconcerten.

Een van de mooiste momenten tijdens het concert van het Amsterdam Baroque Orchestra, gisteravond in het Concertgebouw in Amsterdam, was de hobosolo in het Adagio uit Händels Suite in d klein. Vrij als een zangvogel bewoog de hobost zich door zijn tekst en de begeleidende violisten volgden hem naadloos, zonder enige bemoeienis van de dirigent. Ton Koopman heeft op een weldadige manier vertrouwen in zijn musici, en terecht: het orkest bestaat uit louter barokspecialisten die precies weten waar het om gaat. Ook in Händels Concerto grosso op. 6 nr 5 werd spiritueel en kristalhelder gemusiceerd waarbij het initiatief gelijkelijk van de dirigent en de musici kwam: een ideale samenwerking.

Bij de meer dramatische werken op dit programma bleek de democratische sfeer echter nadelig te zijn. Zowel bij Vivaldi's Cantate In furore giustissimae irae als bij Bachs Sinfonia uit Cantate BWV 42 miste men een duidelijke regie. Vivaldi's woede bij monde van de Belgische sopraan Greta de Reyghere was wel erg braaf en Bach klonk aangenaam maar verre van groots. Meer dan bij de concertante muziek miste men hier een aanscherping van de contrasten, noodzakelijk om de dramatische kracht van de achttiende-eeuwse muziek voor hedendaagse oren verstaanbaar te maken. Anders dan Nikolaus Harnoncourt lijkt Ton Koopman zich nauwelijks bezig te houden met een hedendaagse vertaling van de baroktaal. Hij heeft zich immers geheel vereenzelvigd met de barok, en met hem zijn musici. Hierdoor werd ook Bachs Cantate Weichet nur, betrübte Schatten een aangenaam en verfijnd onderonsje tussen de zangeres, de musici en de dirigent. De vele kansen die Bach met zijn ritmische en harmonische illustratie van de tekst biedt om een imaginair muziektheater te doen ontstaan dat ook nu de fantasie prikkelt, bleven zodoende onbenut.