Kok: werkgevers moeten lonen veel meer matigen

BRUSSEL, 13 JULI. Minister Kok van financiën vindt dat Nederlandse ondernemers in met name de exportgevoelige sectoren zich te weinig rekenschap geven van de noodzaak tot loonkostenmatiging.

Nederland reageert te langzaam op de verslechterende internationale economische omstandigheden. “Ik heb de indruk dat de remweg in Nederland nog te lang is.” Minister Kok zei dit gistermiddag in Brussel na afloop van een bijeenkomst met zijn collega's uit de 12 lidstaten van de EG. Door de relatieve waardevermeerdering van de Nederlandse gulden - waarvan de Nederlandse economie ook profiteert dankzij hogere inkomsten - is loonmatiging van cruciaal belang voor het exporterende bedrijfsleven. Veel "captains of industry' belijden die noodzaak ook met de mond, maar het is volgens Kok “opvallend” hoe vaak men vervolgens een verhaal afsteekt om het geven van een paar procent inkomensverbetering voor het eigen personeel te rechtvaardigen.

Kok vindt die opstelling “kortzichtig”. Volgens hem bestaat het gevaar dat, “als we allemaal bezig zijn met het graven van kuiltjes, we straks met z'n allen in een diepe put vallen”. Volgens hem moeten de exporterende ondernemingen beter tot zich laten doordringen dat “het leven een stuk ruiger” voor hen is geworden.

Het Centraal Planbureau voorspelde afgelopen maand dat de Nederlandse economie dit jaar gelijk zal blijven, en dat voor 1994 kan worden gerekend op slechts een bescheiden groei van 1,4 procent. Bij de loonontwikkeling is echter sprake van een “contraire” beweging. De verhoging van de lonen dreigt boven de economische groei uit te steken, aldus Kok, die er daarbij ook op wees dat de beschikbare ruimte die door economische groei wordt geschapen, voor een belangrijk deel wordt opgeslokt door natuurlijke aanwas van de bevolking en door immigratie.

De ministers van financiën hielden gisteren hun halfjaarlijkse rapportage over de economische situatie in de EG, “een rondje Europa waar je niet vrolijk van wordt”, aldus Kok. Volgens de laatste prognoses van de EG zal het gemiddelde financieringstekort in de gemeenschap dit jaar stijgen van 5,1 procent in 1992 tot 6,3 procent. Kok benadrukte dat dat niet alleen komt door de tegenvallende conjunctuur, maar dat ook wel degelijk structurele factoren (een te hoog uitgavenpatroon) een rol spelen. Nederland doet het op dat punt binnen de EG overigens niet slecht. In zijn vorige week gepubliceerde "Hangpuntennota' gaat minister Kok uit van een oplopen van het tekort van het Rijk met 0,3 procent tot 3,5 procent van het bruto binnenlands produkt. Dat is 0,5 procent hoger dan de norm van Maastricht, zoals die ook in het vooruitzicht was gesteld in het regeerakkoord. Maar alle andere lidstaten, Luxemburg uitgezonderd, doen het veel slechter.

Op de agenda stonden gisteren ook de plannen van de nieuwe Britse minister van financiën Clarke om te voldoen aan de normen die in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd voor de Europese monetaire unie (EMU). Londen stapte vorig jaar september weliswaar uit het wisselkoersmechanisme van het EMS, maar wil op den duur toch terugkeren. Clarke streeft ernaar het Britse begrotingstekort (op dit moment rond de 8 procent) tegen 1997 hebben teruggebracht tot 4 procent - nog altijd een procent hoger dan de Maastricht-norm. De ministers van financiën noemden het Britse "convergentieplan' “ambiteus, maar gebaseerd op realistische veronderstellingen”.

Zoals intussen gebruikelijk wezen de ministers van financiën gisteren op de belangrijke rol die verdere renteverlaging kan spelen bij het herstellen van het vertrouwen in de economie. Maar niemand sprak de Duitse minister van financiën Waigel tegen, toen hij zei dat zo'n gewenste renteverlaging wel eerst moet worden verdiend. “Soms wordt wel eens de indruk gewekt alsof je de rente met een druk op de knop kunt verlagen. Maar Frankrijk laat op het ogenblik zien hoe moeilijk het is een renteverlaging vast te houden”, aldus Kok, daarbij refererend aan de moeilijkheden waarin de Franse franc momenteel verkeert. In een gezamenlijke verklaring stellen de 12 EG-ministers dat het bij het scheppen van condities om renteverlaging mogelijk te maken, van groot belang is dat de lidstaten bewijzen dat ze hun begrotingen in de hand kunnen houden en dat de lonen worden gematigd.