Inspectie: seksualiteit in psychiatrie beter bespreekbaar maken

DEN HAAG, 13 JULI. Instellingen voor geestelijk gehandicapten zouden hun beleid over seksualiteit duidelijker moeten maken. Seksualiteit wordt daardoor beter bespreekbaar en het vergroot de kans dat seksueel misbruik in instellingen aan het licht komt.

Dat schrijft de geneeskundige hoofdinspectie voor de geestelijke volksgezondheid in het jaarverslag 1992. Een dergelijk beleidsplan zou in elk geval moeten gaan over de visie van de instelling op mensen met een verstandelijke handicap en seksualiteit. De mening van de ouders moet daarbij een belangrijke rol spelen.

Wanneer seksueel misbruik wordt geconstateerd, moeten duidelijke richtlijnen voorhanden zijn over het optreden daartegen. Volgens de inspectie brengt de "asymetrische machtsverhouding' in de zwakzinnigenzorg met zich mee dat er ook sprake kan zijn van seksueel misbruik als de bewoners er zelf mee instemmen en/of het zelf uitlokken. In opleidingen voor hulpverleners moet veel meer aandacht komen voor seksualiteit en het voorkomen van misbruik, schrijft hoofdinspectrice M.D. Lamping-Goos.

De hoofdinspectrice doet in het jaarverslag haar beklag over de vaak erbarmelijke omstandigheden waaronder patiënten van algemene psychiatrische ziekenhuizen zijn gehuisvest. Deze ziekenhuizen zijn “belast met een nogal armoedige erfenis uit het verleden”, zoals paviljoens die ten tijde van de bouw mogelijk aangepast waren aan de toen heersende inzichten in behandeling en verzorging, maar die nu niet langer aanvaardbaar zijn. In de paviljoens die begin deze eeuw zijn gebouwd hebben patiënten geen enkele privacy. Daar slapen zij met tien of twintig mannen en vrouwen op één zaal.

Dat er nog steeds veel slechte huisvesting bestaat is deels een gevolg van de bevriezing in de jaren tachtig van nieuwbouw en verbouw in de psychiatrie. In plaats daarvan moest het beschermd wonen - de chronische patiënt weer terug in de maatschappij - worden bevorderd. Het bevriezen van de bouwplannen kreeg de steun van de Tweede Kamer, maar de compensatie hiervoor, bouw van beschermende woonvoorzieningen, kwam aanvankelijk traag van de grond. Slechte behuizingen in algemene psychiatrische ziekenhuizen zijn ten dele gehandhaafd. Volgens Lamping-Goos hebben juist patiënten die aangewezen zijn op langdurig verblijf in een instelling recht op fatsoenlijke woonruimte, “op zijn minst "een kamer voor jezelf' ”.